Vrouwelijk ambt zonder gezag?

2006-03-31
  • Jaargang 50
  • nummer 7
De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben uitgesproken dat er geen plaats is voor ‘de vrouw in het ambt’. Maar dat het niet helemaal lekker zat bleek uit de opdracht die de synode aan deputaten gaf tot het schrijven van het rapport Dienst van de vrouw. In de praktijk deed de vrouw immers zoveel in de kerk. Hoe kan dat zonder dat zij een ambt toegekend kreeg? De Nederlands Gereformeerde Kerken hebben uitgesproken dat er geen Schriftuurlijke beletselen zijn om zusters der gemeente toe te laten tot de ambten.

Zwijgteksten
De Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt hebben zich niet via een synoderapport over deze zaken uitgelaten, maar er wordt in die kring wel veel over geschreven. Eén van de jongste voortbrengselen is een boek van dr. E.A. de Boer, Zij aan zij, pleidooi voor een vrouwelijk ambt in de kerk. Brengt hij iets nieuws? Om kort te gaan, niet echt. Hij zoekt een noodverband, en voert een pleidooi voor een vrouwelijk ambt in de kerk. Echter, een ambt waaraan geen gezag wordt toegekend, want, o die ‘zwijgteksten’! (Waarom de ‘spreekteksten’ daaraan steeds weer ondergeschikt gemaakt?)

Valkuilen
Dr. De Boer signaleert terecht allerlei valkuilen: ‘”Het ambt” bestaat niet.’ In navolging van anderen verwijt hij de opstellers van het NGK-rapport, dat zij geen kritische aandacht hebben gegeven aan het ‘gereformeerde ambtsbegrip’.
De commissie, waarvan ik zelf deel uitmaakte, wist dat. Zij heeft er lang bij stilgestaan, maar uiteindelijk gezegd: ‘Het behoort niet tot onze opdracht.’ Het is echter volkomen waar dat een grondige bezinning op het ambt op zijn plaats zou zijn. Dr. C. Graafland heeft in zijn boek Gedachten over het ambt tot zo’n bezinning opgeroepen.
Naar zijn mening - die ik deelis Calvijns bijbelse fundering van de ambten ‘flinterdun’. (Dit geldt trouwens ook, zoals Graafland stelt, voor de Nederlandse Geloofsbelijdenis.) De Boer, die het punt noemt, gaat er niet op in. Hij noemt Graafland niet eens.

Tijdshorizon
Wel signaleert De Boer dat de visie van Dr. M.J.Verkerk in zijn boek Sekse als antwoord niet de aandacht heeft gekregen die het verdient. Maar zelf geeft hij het die aandacht ook niet.
De Boer merkt op, dat bij het opstellen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Kerkenorde er geen structurele aandacht was voor de plaats van de vrouw in de kerk en dat de vragen van onze tijd toen achter de horizon lagen. Terecht, maar vervolgens gaat hij zonder meer uit van wat daarin ten aanzien van de ambten wordt gesteld: ‘De eenvoud van mijn pleidooi is dat ik uitga van de drie ambten zoals de gereformeerde traditie die kent.’(p. 146)

Weinig kritisch
Het NGK-rapport heeft geconstateerd, dat noch voor- noch tegenstanders van ‘de vrouw in het ambt’ exegetisch ‘een sluitend verhaal’ hebben. Dit is wereldwijd het geval. De boeken rijen zich aaneen, letterlijk meters boekenplank, maar men schiet geen meter op. Daarom kwam de NGK-commissie niet met een eigen afgerond exegetisch verhaal.
Ook De Boer zegt dat wij er met serieuze exegese niet zijn, maar dat het antwoord op de voorvragen beslissend is (p.127). Desondanks begeeft hij zich af en toe op het pad van de detailexegese, en is dan al net zo min overtuigend als al die andere schrijvers en schrijfsters. En de noodzakelijke discussie over de voorvragen voert ook De Boer niet. Hij maakt in zijn boek een aantal keuzen zonder die voldoende te verantwoorden. Hij formuleert een stelling (p. 27) en daarbij krijgen wij in het vervolg argumenten, maar de tegenargumenten ontbreken. Soms noemt De Boer een uitgangspunt (gereformeerde traditie) zonder dit kritisch te bevragen. Zodoende wordt zijn voorstel voor een vrouwelijke ambt een verlegenheidsoplossing, maar helpt hij de discussie niet wezenlijk verder, en dat is jammer.

Wijsgerige vakdiscussie
Ik kan verder niet ingaan op dit boek.
Ik moet het verschil laten rusten dat De Boer tussen mannelijk en vrouwelijk meent te kunnen construeren op grond van Genesis 1 en 2. Over zijn exegese en zijn mensbeeld (antropologie) en hermeneutiek valt veel te discussiëren, maar dat zou een wijsgerige vakdiscussie moeten worden en dat gaat buiten het bereik van deze boekenrubriek.
Het boek laat bij mij de indruk na dat De Boer heel helder de valkuilen signaleert, maar dat hij er vervolgens instapt.

Steel van een paddestoel
Het blijft mijn overtuiging dat, zolang wij het ‘ambtsbegrip’ niet grondig op de helling zetten, de discussie over de ambten gedoemd is tot vruchteloosheid. Het doet mij denken aan een paddestoel op zo’n smalle steel. Wij maken de hoed steeds zwaarder. Bij dreigend overhellen naar links verzwaren wij de hoed aan de rechterkant. Zo blijft de hoed in evenwicht. Maar aan de steel doen wij niets. Wanneer zakt die in? Dan zijn wij eindelijk gedwongen te doen, waar dr. Graafland toe aanmoedigde. Tot die tijd is het boek van dr. De Boer één van de vele. Er zullen er waarschijnlijk nog meer volgen, maar wij kunnen beter iets aan de steel van de paddestoel gaan doen.

Dr. E.A. de Boer (2006), Zij aan zij – pleidooi voor een vrouwelijk ambt in de kerk, De Vuurbaak, Barneveld; ISBN 90 5560 308 2; € 17,50.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief