Relatie met GKV is ‘intrigerend’ verbeterd

2004-05-14
  • Jaargang 48
  • nummer 10
In een ‘totaal veranderd klimaat’ vinden tegenwoordig de samensprekingen tussen de NGK en GKV plaats.
Dat zei ds. W. Smouter als voorzitter van de commissie voor contact en samenspreking met de GKV en de CGK op de eerste dag van de tweedaagse LV-vergadermarathon op 23 en 24 april 2004 in Lelystad. Vooral over de opstelling van de GKV is Smouter verheugd. En dat is wederzijds.

De vrijgemaakte ds. H. ten Brinke die namens zijn kerkgenootschap de afgevaardigden toesprak: ‘Er is de wil elkaar te bereiken.’ En: ‘Het is een feit dat wij iets van u kunnen leren. Wij menen niet de kerkelijke wijsheid in pacht te hebben.’ Aanleiding voor deze ‘intrigerende’ verandering was het boek ‘Van oud naar nieuw’ van ds De Jong uit Zeist over de leer van de uitverkiezing.
Hierover bestonden aan vrijgemaakte zijde ernstige vragen. De aanpak om die vragen te uiten was ‘beslist vernieuwend’, aldus Smouter. ‘Het boek werd niet gefileerd om er de afkeurenswaardige elementen uit te lichten, nee, professor Kamphuis werd uitgenodigd om òòk eigentijds over de verkiezing te spreken.’ De discussie die ontstond tussen beide heren, werd ‘een kostelijk gesprek’. Smouter: ‘Kamphuis bleek geen letterknecht, De Jong geen schenner van de belijdenis, maar we verstonden elkaar en, minstens zo belangrijk, we kwamen al pratend ook dichter bij elkaar.’ Overigens bleef er een punt van geschil: de vrijgemaakte deputaten vonden dat De Jong zijn boek eerst had moeten laten bespreken voor dat het werd uitgegeven. ‘Maar wij vinden dat zo’n houding de open gedachtenvorming zou schaden. We taxeren dat gewoon verschillend.’

Kattenluikje
De klimaatsverbetering komt na een periode van verkilling. In 1999 nog wierp de vrijgemaakte synode de deur naar onze kerken in het slot. Maar, zo legde Smouter uit, ze monteerde er wel een kattenluikje in: kerkelijke eenheid op landelijk vlak verdween uit beeld maar plaatselijke kanselruil en intercommunie mocht incidenteel wel. Toen kwam de synode van Zuidhorn, in 2002. ‘Het kattenluikje moest gesloten, de deur bleef dicht, maar de knip ging eraf. Dat betekende dat er wel weer gepraat mocht worden maar plaatselijk mocht niet worden samengewerkt tot de grote deur zou opengaan.’ Smouter legde uit dat het moderamen van de vrijgemaakte synode ‘ons duidelijk heeft gemaakt dat dit met de beste bedoelingen geschiedde. Omdat men namelijk de volledige eenheid met ons zo belangrijk vond, dat sluipweggetjes de koninklijke weg niet mochten doorkruisen.’ Nadrukkelijk: ‘Van deze goede intenties heeft men ons echt weten te overtuigen.’ Toch wringt dit, aldus Smouter, ‘omdat het betere zo de vijand wordt van het goede. De vraag waar het om gaat is: kun je met een goed geweten plaatselijke samenwerking toejuichen zolang het landelijk niet lukt. Of blijf je daarmee te ver onder de maat van Christus’ hogepriesterlijk gebed, die immers niet bad om fijne contacten, maar om eenheid, waarachtige eenheid.’

Lappendeken
Smouter stelde de vraag ‘of wij van Godswege zijn geroepen om te streven naar een orthodoxe variant op de PKN, waarin onze drie kerken (GKV, CGK en NGK, red.) fuseren?’ Als dat zo is, dan kunnen plaatselijke kerken die voor de muziek uitlopen inderdaad een lastige organisatorische hobbel zijn. Smouter: ‘Het heeft mij zo geholpen om me te realiseren dat Christus in Johannes 17 niet bad om de eenheid van onze kerken, maar om de eenheid van de kerk van alle plaatsen en tijden, die Hij zich vergadert door zijn Woord en Geest. Aan de ene kant lijkt juist deze eenheid misschien nog verder weg en dus onbereikbaar. Aan de andere kant kun je er dan, hoe gebrekkig ook, nu al mee aan de slag. Wanneer we voor geen ander einddoel warm lopen dan voor de ene katholieke kerk waarin allen die van Christus zijn elkaar ontmoetne, dan juichen we elke plaatselijke eenheid toe. Ook al zie je daardoor des te meer hoe ontoereikend onze kerkelijke structuren zijn. Dan kan die lappendeken van kerkelijke contacten die bezig is te ontstaan, tegelijk onze zorg en onze zegen zijn.’

Allervriendelijkst
De contacten met de CGK, die overigens ‘in een allervriendelijkste sfeer’ verlopen, liggen moeilijker. Om bij de vergelijking met het kattenluikje te blijven, stelde Smouter: ‘Daar mag de kat er pas in als hij van honger dreigt om te komen. Dat wil zeggen dat plaatselijke contacten alleen mogen als het alternatief opheffing van je gemeente is.’ Immers, in 1998 besloot de synode van de CGK om de samensprekingen op te schorten. Smouter benadrukte dat de eenheid die Nederlands-gereformeerden en christelijkgereformeerden in een aantal plaatsen met elkaar gevonden hebben ‘ons zo kostbaar is, dat we die beslist niet willen opgeven.’

TSB-zorgen
Een ander agendapunt op vrijdag 23 april was de Theologische Studiebegeleiding (TSB). De commissie sprak bij monde van voorzitter ds. K. Muller van de raad van toezicht en advies voor de TSB haar zorg uit over het dalend aantal theologiestudenten dat zich aanmeldt bij de TSB. ‘Dit cursusjaar heeft geen enkele nieuwe student zich aangemeld.’ Theologiestudenten die predikant willen worden in de NGK zijn verplicht deel te nemen aan de TSB. Deze begeleiding is ingesteld omdat de NGK geen eigen opleiding kennen. Overigens ligt bij deze vergadering wel een voorstel op tafel om te starten met een eigen, officiële opleiding die aanleunt tegen de christelijk-gereformeerde Theologische Universiteit van Apeldoorn.
De afgevaardigden stemden in met het voorstel van de raad om het men toraat van theologie-studenten uit te breiden tot en met de eerste drie jaren ‘in de pastorie’. De vergadering machtigde de TSB hiertoe aanvullende begeleiding in te schakelen. Dat betekent dat de hoofdelijke bijdrage per lid van het kerkverband met 75 eurocent wordt verhoogd. Muller: ‘De eerste praktijkjaren als predikant zijn belangrijker en bepalender dan de studiejaren die daaraan voorafgaan…’

Roeien
De eerste vergaderdag kreeg nog een spannend staartje. De afgevaardigden Van Leeuwen, Biewenga en Van ‘t Hoff, die enkele weken geleden de opdracht hadden gekregen zich te buigen over de behandeling van de rapport van de commissie Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten (VOP), stelden voor een extra vergadering te wijden aan een inhoudelijke bespreking van het rapport van de commissie VOP. Over het rapport hebben de afgevaardigden tot nu toe één middag met elkaar gepraat. Het was de bedoeling dat eind juni nog een dagdeel aan het rapport wordt besteed, waarna een besluit wordt genomen.
Dat vinden de drie te kort door de bocht. Ds. Van ‘t Hoff: ‘Wij hebben de indruk gekregen dat de eerste, inhoudelijke ronde niet voldoende zijn weg heeft gevonden. Het is volgens ons niet goed om op de volgende vergadering, die al gericht is op besluitvorming, met een concepttekst verder te praten.’ Het moderamen zag aanvankelijk weinig in het voorstel (Smouter: ‘We zijn hier niet samen om ergens heen te roeien maar om te zeggen wat we vinden van de studie waaraan we een club vijfenhalf jaar hebben laten werken’). Anderen betuigden hun instemming. Zoals ds. P. Veldhuizen uit Leerdam. ‘Van de twaalf kantjes tekst die ik had voorbereid, heb ik er in vorige vergadering slechts twee voorgelezen. Inhoudelijk is er nog veel blijven liggen.’ Vervolgens werd gestemd en bleek het voorstel om een extra bijeenkomst te wijden aan het rapport over vrouwen in het ambt met 21 stemmen tegen, 1 onthouding en 20 stemmen vóór feitelijk te zijn verworpen. En brak de verwarring uit. Een van de afgevaardigden wist zeker dat een collega-afgevaardigde vóór zou hebben gestemd en dat de uitslag dus eigenlijk gelijk was. Een andere afgevaardigde wilde zijn stem bij nader inzien omzetten van een tegenstem in een voorstem. Een derde meldde dat hij, een voorstemmer, vond dat het moderamen bij deze uitslag de voorstemmers hun zin moest geven ‘en dat zou ik ook hebben gezegd als ik een tegenstemmer was geweest’. Na enig tegensputteren gaf het moderamen hieraan gehoor en besloot dat er één extra keer inhoudelijk gepraat zal worden over het VOP-rapport.
Wanneer deze extra zitting zal plaatsvinden, is nog niet bekend.

Gezegd tijdens de Landelijke Vergadering in Lelystad:
W. Smouter: 'Prikt u uw proefballonnetje zelf door of zal ik het even voor u doen?' F. Gerkema: 'Ik dacht dat ik er zelf al aardig mee bezig was.'

(Tijdens de bespreking van Liedboek 2000 waarbij ds. F. Gerkema opperde 'een soort van digitaal informatiepunt, bestaande uit een aantal personen met een ruim hart en uit diverse disciplines' in het leven te roepen. Dit punt zou kerken van advies kunnen dienen over liturgische aangelegenheden.
Voorzitter ds. W. Smouter maakte korte metten met het ziens inziens 'te wazige' idee en stelde collega Gerkema voor er nog eens over na te denken en er eventueel over een jaar of drie op terug te komen. En dan iets concreter. Gerkema ging akkoord.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief