Het is hier vet eng
2004-05-14
Zo begint Carla haar mailtje.- Jaargang 48
- nummer 10
En ik lees met interesse, verbazing en verontrusting verder.
“Er kwam op stage een meisje naar me toe en die vroeg of ik mee wilde want ze had weer zo’n briefje gehad, zo’n briefje met boedam/joedum, of hoe heet het.
Ze kreeg het met een naam erop. De naam van iemand die haar kwaad wil doen.
Het komt van thuis, de nieuwe moeder in ons huis.
Ik vond het vet eng en snapte het niet. Dat meisje vroeg of ik het snapte en ik zei maar ja, want ik wilde haar niet teleurstellen.
We zijn naar buiten gegaan en daar spraken we verder. Het meisje ziet ook geesten. Die komen langs in ons tehuis.
Sommigen zijn eng, anderen zijn wel oké. Eentje is haar overleden nichtje; dat is wel gezellig.
Ook had ze een afgebrande borstel gevonden; die was voor haar en ze moest hem verbranden anders… Ze noemen het Foedoe.
Ken je dat? (PS. Al mijn stage kinderen zijn bruin of zwart, er is bij de leiding is er ook maar 1 blanke)”
Hmm.. Ja, ik ken het.
Ik schrijf het alleen anders.
Ik besluit, al is het laat, even online te gaan en met haar te chatten.
Ik chat nog maar weinig, alleen als er iets ernstigs is.
Dit lijkt me zo’n geval.
Carla blijkt verrast dat ik zo snel reageer.
Er ontstaan een gesprekje.
Of ze zelf bang is? (ja) Of ze er voor gebeden heeft ?(eh, nee nog niet) Of ze zich realiseert dat het een ernstige vorm van afgodendienst is (eh, slik) Of ze er met collega’s over praat (nee, eentje zegt zelfs dat als een kind ongesteld is ze geen haren mag kammen van een ander, want dan breken je haren, klopt dat Dromer?)
Ik besluit Carla voor te lichten.
Vertel haar dat het Voodoo heet, dat het in Afrikaanse en Caribische gebieden zoals Haïti veel voorkomt.
Dat het erg op angst gebaseerd is. Op macht. Manipulatie, Hekserij. Rituele omgang met satans knechten.
Carla vertelt me dat het meisje vroeg of Carla ook briefjes wilde maken met haar naam erop, maar dan met een witte kip erop getekend. ‘Dan komt het wel goed met mij, zei dat meisje… want jij bent wel eerlijk.’
Ik vraag haar of ze dit meisje echt wil helpen.
Als ze me bevestigend antwoordt, vertel ik haar dat ze voor dit meisje moet gaan bidden.
Dat ze in Jezus naam deze geesten weg kan sturen en….
Maar dan onderbreekt Carla mij: ‘Dromer, ik ben gewoon vet bang dat ik die geesten zelf ook tegen kom.’
Carla is 19. Christen. Oprechte gave meid. Ik mag haar, ze heeft gave humor. Ze is christelijk opgevoed, bezoekt diverse jeugdkerken, en is actief in christelijke jongerenclubs.
Maar Carla kent niet de kracht van Jezus in de Hemelse gewesten.
Ze weet niet wat te doen als de duisternis zich denkt te mogen vertonen in het licht.
Terwijl ik in de weken die daarna komen haar zal onderwijzen, bid ik die avond voor haar in mijn bidhoek en verbied in Jezus’ naam de geesten zich aan haar te manifesteren.
Dat scheelt alweer.
Nu zij zelf nog ontwaken door het juiste onderwijs en goede coaching.
Ik verbaas me over zoveel gebrek aan kennis en vaardigheden in deze opgroeiende generatie. De boze manifesteert zich overal these days.
Vermomd, en openlijk; agressief en dan weer subtiel. Via witte magie en popmuziek.
Via tarotkaarten en televisieseries. En onze jeugd.. ze zit erbij en kijkt ernaar.
| Predikanten... Oudsten... Jeugdleiders… Ouders? Als je dit leest… Mag Dromer, vanuit zijn column eens vragen welk onderwijs jij geeft aan jouw jongeren? Onderwijs over satans werkwijze en de manipulaties van demonische machten? Concreet, tastbaar, bruikbaar en zodanig dat jonge christenen daadwerkelijk kunnen doen wat Jezus in Lucas 10:17-20 ons leerde. Jijzelf doet dit toch ook?!? Het is mei 2004; CHOOSE FREEDOM |