Zorgvuldig en deskundig
2004-05-14
Het manuscript van de nieuwe bijbelvertaling (NBV) is dit voorjaar gereedgekomen en wordt nu gedrukt. Eind oktober, tien jaar nadat dit grootse project werd gestart, zal de NBV als boek gepresenteerd worden.- Jaargang 48
- nummer 10
Daarmee krijgen wij in ons taalgebied de beschikking over een betrouwbare, duidelijke en goed leesbare vertaling.
Niet perfect, want dat is bij zo'n oud, rijk, soms moeilijk en eigensoortig boek onhaalbaar en er is altijd ruimte voor verbetering. Maar het is wel een vertaling die beter is dan wat tot dusverre beschikbaar is. Vele tientallen mensen hebben zich daarvoor met deskundigheid en liefde jarenlang ingezet en daar mogen we dankbaar voor zijn.
Het is een vertaling die bedoeld is voor àlle kerken, ook als kanselbijbel, ter vervanging van de verouderde 'Nieuwe Vertaling'. Het zou mooi zijn als straks veel kerken weer een en dezelfde vertaling gaan gebruiken.1)
Discussie
Het NBV-project is niet maar een zaak van studeerkamers en deskundige commissies, want de organisatoren zijn er op allerlei manieren, en met succes, mee naar buiten getreden. Er waren bundels met voorlopige vertalingen en toelichtingen (Werk in uitvoering, deel 1-3), een reeks brochures over allerlei aspecten van het werk, een tijdschrift, 'Met Andere Woorden', een CD-rom, een website, folders, lezingen en workshops.
Dat alles heeft geleid tot een boeiende gedachtewisseling over de methoden en principes van vertalen, over de taal, woordenschat en denkwereld van de bijbel, en over allerlei praktische problemen die een vertaling in 'natuurlijk Nederlands' nu eenmaal met zich meebrengt. Velen hebben zich in die discussie gemengd en daarmee, als dat met deskundigheid en zonder vooringenomenheid gebeurde, het vertaalproces positief beïnvloed, want met de kritiek is terdege rekening gehouden. En al die publicaties en lezingen hebben niet slechts bijgedragen tot een beter verstaan van de bijbel, ze hebben ook in brede kring de belangstelling voor dit unieke boek gestimuleerd. Met elkaar reden genoeg om er ook in Opbouw weer eens bij stil te staan.
Weinig bekend
Opbouw heeft in mei 2001 een boeiend themanummer (45/10) aan de NBV gewijd, waarin theologen en bijbellezers aan het woord kwamen, maar daarna is het wel erg stil geworden.
Dat valt op als je ziet hoeveel aandacht veel andere kerkelijke bladen aan de NBV besteed hebben. Werk in uitvoering 2 (najaar 2000), met het hoofdstuk 'De NBV onderweg', en de projectbrochure no. 11, 'De NBV tegen het licht gehouden', waarin de vertalers rekenschap afleggen van hun werk, ingaan op kritiek en aangeven waar bijstellingen nodig zijn, hebben bij ons geen aandacht gekregen.
En ook het lezenswaardige boek 'Naar een nieuwe kerkbijbel. Een handreiking voor het beoordelen van de NBV',2) dat uit de kring van de NGV kwam, is aan onze lezers voorbijgegaan.
Leemte
Hoe is dat zo gekomen is? Wij hebben geen synode die, zoals in veel andere kerken, voorschrijft welke bijbelvertaling op de kansel toegelaten wordt.
De LV, die onze waarnemers bij de RCOB vroeg haar 'te dienen met overwegingen omtrent het gebruik van de NBV in de kerkdienst', zal hoogstens een aanbeveling doen, waarna de plaatselijke gemeenten zelf bepalen welke vertaling ze gebruiken. De huidige praktijk loopt nogal uiteen en je kunt bij ons uit de 'Nieuwe Vertaling', de 'Groot Nieuws Bijbel', de herziene 'Willibrord-vertaling', en soms zelfs uit 'Het Boek' horen voorlezen. Die variatie kan boeiend zijn, maar ze berust helaas lang niet altijd op een kwaliteitsoordeel, en dat wijst erop dat het bijbelvertalingswerk niet zo leeft. Je merkt ook dat veel kerkleden er slecht van op de hoogte zijn en de boeiende publicaties daarover niet kennen. In lang niet alle gemeenten functioneert de jaarlijkse 'bijbelzondag', dit jaar op 25 januari en in het teken van de NBV.
Dit gebrek aan belangstelling steekt af tegen de claim dat onze kerken zich kenmerken door grote liefde en aandacht voor de bijbel, in verkondiging en bezinning. Tussen die overtuiging en de praktijk lijkt een leemte te bestaan (of te groeien?), waardoor de zorgvuldige lezing en bestudering van de bijbel, en dus bijbelkennis, soms te wensen overlaat. Klachten die men wel hoort over een minder goed exegetisch gehalte van de prediking bij (te) veel aandacht voor geloofsbeleving liggen in diezelfde lijn. En die trend wordt soms versterkt als men liever zingt wat opwekt, troost, en bevestigt, dan psalmen en goede liederen, waarin de taal van de bijbel veel directer doorklinkt. In de kerk zie je dat het aantal mensen dat uit zijn bijbel meeleest en teksten naslaat, minder wordt. Ook 'Opbouw' vertoont m.i. sporen van deze trend. Het aantal artikelen met grondige, maar wel goed leesbare bijbelstudies is de laatste jaren wat minder geworden, en het is duidelijk dat op dit gebied, vermoedelijk bewust, 'de ruif lager wordt gehangen'.
Daarom zou het mooi zijn als deze nieuwe vertaling de bijbel weer wat gerichter op onze agenda zou plaatsen en bijbelstudie zou stimuleren.
Niet omdat die doel in zichzelf zou zijn, maar omdat ze kan en moet leiden tot verdiept geloof, tot een beter verstaan van wat de bijbel eerst tot de direct geadresseerden en daarna ook tot ons, in heel andere tijden te zeggen heeft.
Kwaliteitszorg
Een vertaling maken die duidelijk en goed leesbaar is en tegelijk geschikt is voor liturgisch, kerkelijk gebruik, is een hoog doel, dat niet gemakkelijk te realiseren is. De Jong denkt dat een vertaling voor kerk en wereld beide 'onherroepelijk leidt tot ondervoeding van de gelovigen', maar de NBV is (in tegenstelling tot de Groot Nieuws Bijbel) niet 'voor de wereld gemaakt', al zou het prachtig zijn als die daardoor meer interesse voor de bijbel kreeg. In ieder geval hebben de organisatoren - de Katholieke Bijbelstichting, de Nederlands Bijbelgenootschap en, het Vlaams Bijbelgenootschap en de Vlaams Bijbelstichting - kosten noch moeite gespaard om een goede vertaling te maken. Daarbij was hun eerste zorg uiteraard de kwaliteit, want alleen als die verzekerd is zullen de kerken de NBV gaan gebruiken.
Daarom is vanaf het begin goed nagedacht over allerlei methodische en praktische vragen, waarvan de resultaten zijn vastgelegd in een 'Handboek voor de NBV', dat daarna periodiek is bijgesteld. Daarin vindt men de uitgangspunten, die o.a. betrekking hebben op de grondtekst, de canon en vooral op de 'vertaalprincipes'.
Dat betreft fundamentele en meer praktische zaken.
Theologie
Fundamenteel is bijvoorbeeld dat de vertaling aan de theologie voorafgaat, wat betekent dat de vertaling de bijbel zelf eerlijk moet laten spreken, ongeacht de theologische visies van vertalers of kerkelijke opdrachtgevers.
Reeds de oude Joodse geleerden, die de tekst van het OT vastlegden, voelden zich gedrongen af en toe 'verbeteringen van de schrijvers' aan te brengen, vooral als de bijbel naar hun idee te vrijmoedig of te menselijk over God sprak. En de twijfelende vraag van Prediker 3:21, over wat er na de dood gebeurt, 'Wie weet of de adem van de mens naar boven opstijgt en die van een dier naar beneden gaat', veranderden ze door een kleine ingreep in 'Wie weet dat...
(enz.)'. Uit onze tijd kennen we de discussie over de vertaling van Jesaja 7:14, dat in Mattheüs 1:23 op Maria betrokken wordt en het Griekse woord 'maagd' gebruikt. Maar die vertaling vindt men, ondanks protesten, niet in Jesaja 7:14 zelf, omdat hier niet het Hebreeuwse woord voor 'maagd', maar dat voor 'jonge vrouw' verschijnt. Sommige critici tekenen bezwaar aan tegen 'de woede' van God, hoewel dat de juiste vertaling van het Hebreeuwse woord is. Dat ligt natuurlijk ook gevoelig gezien de beoogde liturgische functie van de tekst, maar de vertalers houden terecht aan de woorden van de grondtekst vast.
Teamwork
Om eigenzinnige keuzes te voorkomen werkt de NBV met vertaalteams, die elkaar controleren, en met supervisoren, commissies en leesgroepen, terwijl neerlandici erover waken dat het resultaat goed, 'natuurlijk Nederlands' is. De belangrijkste kritische opmerkingen en moeilijke vragen van vertalers en supervisoren worden door een begeleidingscommissie besproken om tot verantwoorde beslissingen te komen. Dat kan gaan over de vertaling van een bepaald woord, zoals 'vlees' of 'goddeloze', over de keuze tussen 'geloof' of 'vertrouwen', '(de) Christus' of '(de) Messias'. Maar ook over de vraag wie in een bepaalde tekst spreekt, God, de profeet of een tegenstander, en op wie of wat een profetie slaat.3) Gebruiken wij in de Tien Woorden 'jullie' of 'u', en hoe moet je oude wetten vertalen, of zeggen dat God wordt 'gezegend', 'geprezen' of 'geloofd'? Hoever kun je gaan in het gebruik van expliciet sexuele termen in teksten als Ezechiël 16 en 23? Wat is de juiste strofische indeling van een psalm?4) Wanneer is bij een corrupte en geheel onduidelijk tekst afwijking van de grondtekst verdedigbaar?
Ideaal
Zorgvuldige formulering van methoden, regels en criteria is nodig, zeker als keuzes moeten worden gemaakt.
Maar het is helaas niet zo dat, als je die allemaal op grondtekst loslaat er vanzelf een goed resultaat uitkomt.
Ondanks al die principes en regels blijft vertalen ook een eindeloze reeks taalkundige afwegingen en beslissingen, waarbij je van mening kunt verschillen en ook talenten en gelukkige vondsten een rol spelen. Dat geldt zeker bij een oude taal en een ons vreemde cultuur, waarbij ook de overgeleverde tekst nog heel wat, gelukkig meestal kleinere problemen oplevert, terwijl ook de grondtalen nog niet al hun geheimen hebben prijsgegeven.
Daarom zijnen blijven er meningsverschillen, maar goede kritiek stimuleert tot verder studeren en nieuwe pogingen om het ideaal nog meer te benaderen. Dat merk je als je betrokken bent bij het 'NBV-proces', en het verschil tussen de eerste proefvertalingen uit 1998 en het uiteindelijk resultaat zal dat ook wel laten zien.
1) Enkele weken nadat deze artikelen op verzoek van de redactie waren geschreven verscheen, tot mijn verbazing, in Opbouw van 16 april een andere bijdrage aan de NBV gewijd. Omdat ik daar geen kennis van had zal de lezer het voor lief moeten nemen dat sommige zaken tweemaal ter sprake komen.
2) Onder redactie van H. Room en W. Rose, uitgegeven door De Vuurbaak, in 2001.
3) Die vraag werd al in Hand. 8:34 gesteld, en 1 Petr. 1:10-11 herkende dat probleem.
4) En daarover bestaat soms veel verschil van mening, zie de bijdrage van J.P. Fokkelman, in Met Andere Woorden 19/4 (2000), 77-82.