Een dienaar van het Woord, een herder op de fiets
2004-05-14
Als je een jaar of zeven geleden, voor de kwetsbare tijd van afhankelijkheid, in hun appartement kwam in Zwolle, trof je daar in een deel naast de woonkamer een bureau aan voor een stukje bibliotheek. Daarop, in het midden, een geopende bijbel en een Nederlands commentaar. Tegenover je zat hij met zijn glanzend witte haar, een gezonde oude man.- Jaargang 48
- nummer 10
Zijn tengere gestalte in de ruime stoel maakte hem kleiner, onopvallender, plaatste hem in de achtergrond. Hij sprak zachtjes, bescheiden en voorzichtig.
Een man van negentig, van een andere tijd zou je denken maar nog altijd even fris en betrokken bij het leven van nu.
Het leven en werk van ds. Welmers is verweven met de gemeente van Langeslag, een streekgemeente rond Laag-Zuthem, een gehucht in de buurt van Zwolle. 31 jaar heeft hij hier gewerkt als dienaar van het Woord en als herder. Ook na zijn emeritaat zijn z´n vrouw en hij als lid met de gemeente verbonden gebleven.
Jaar in, jaar uit, seizoen na seizoen, leven en optrekken met een groep mensen op het platteland, met veel boeren die al generaties lang zijn verbonden aan hun stukje land en aan steeds dezelfde bekende mensen uit de omgeving. Het geeft aan het leven een kalmte, een gestage, stromende voortgang. Zelfs de kerkelijke conflicten strekten zich door de jaren heen uit in een gestage voortgaande stroom.
Herder op de fiets
Hij doopte kinderen, gaf ze twaalf jaar later catechisatie, ze deden belijdenis, hij trouwde hen en van enkelen doopte hij vervolgens weer de kinderen.
Zondag aan zondag zaten ze twee keer in de kerk. Ieder jaar kwam hij eenmaal in ieder gezin als hij met de ouderlingen op de huisbezoek ging. Daarnaast kwamen nog de andere bezoeken, hij deed ze allemaal op de fiets. Een herder op een fiets, rijdend tussen weilanden en akkers.
Trouw en dienstbaar. Zo ging hij ook om de veertien dagen met de kinderen van klas 5 en 6 van de dorpsschool zwemmen in Zwolle. Met de catechisanten trok hij er, samen met zijn vrouw, jaarlijks op uit: een fietstocht in de omgeving, een tocht met de trein, een midweek kamperen. (We hebben het dan over de zeventiger jaren en hij was de zestig al gepasseerd!)
De hele bijbel door
Voor alles wilde hij dienaar van het Woord van het God zijn. Hij wandelde met veel kennis de schriften door.
Begon een boek bij hoofdstuk één en las samen met de gemeente hoofdstuk voor hoofdstuk verder. Rustig, eenvoudig en duidelijk legde hij een gedeelte uit. Zo hebben ze door de jaren heen in Laag-Zuthem, op een paar gedeelten na, de hele bijbel doorgelopen. Natuurlijk en vanzelfsprekend werd in de uitleg het eigen en eigentijdse leven aangesproken.
Indringend soms, terloops maar ook stellig, niet mis te verstaan.
‘Hij verkondigde de rijkdom van het evangelie, de grote trouw en barmhartigheid van de HERE, zo wijd als de wereld wijd is.’ ‘Hij leerde ons de handen ophouden voor de HERE.’ ‘Hij benadrukte dat we door het geloof behouden worden, maar dat het wel ging om een levend geloof dat zich laat zien in de vruchten.’ ‘Steeds weer wees hij ons terug naar de Schrift, wat zegt de HERE in zijn woord.’ Tot zijn vijfentachtigste, gezond en sterk, is hij het land doorgetrokken om het Woord te openen.
Op catechisatie wilde hij graag dat de jongeren begrepen waar het om ging.
Ze hoefden de vragen en antwoorden van de catechismus niet uit het hoofd op te zeggen, zoals toch veelal gebruikelijk was, als ze maar met eigen woorden konden weergeven wat de vraag en het antwoord betekenden.
Conflicten
Ds. Welmers kon in zijn binding aan het Woord van God, zoals hij die beleefde, ook heel duidelijk stelling nemen en er waren er meer in de gemeente die heel duidelijk stelling konden nemen. Dit heeft geleid tot vele jaren van conflicten over het vieren van de feestdagen en over de tussentoestand tussen overlijden en wederkomst. Ik sta er verbaasd over hoe hij, in een conflict dat zich toch meer dan vijf jaar voortsleepte, met zijn werk heeft kunnen voortgaan. Hij is twee keer geschorst. In zijn eerste gemeente in Papendrecht om de Vrijmaking en in 1970 bij de scheuring in de vrijgemaakte kerken. De kerkelijke conflicten hebben hun sporen getrokken in zijn gezin en in zijn eigen leven. Met een verwijzing naar 1 Johannes 5:20 (‘Als iemand zegt: Ik heb God lief, maar zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar’) wilde hij niet veroordelen en leefde er in zijn hart een toenemend verlangen naar verzoening.
De vruchten van zijn jarenlange trouwe uitleg van de Schriften en het binden aan het Woord van God zijn, op verschillende manieren, blijvend tastbaar in het gemeenteleven in Langeslag-Heino.