Landelijk over de grenzen

2004-05-28
  • Jaargang 48
  • nummer 11
Ook de vijfde zittingsdag van de Landelijke Vergadering hield de primi en hun vervangers weer een volle dag uit de stralende zon. ‘Wat doen we toch zo’n hele dag binnen’, hoorde je een enkeling mompelen tijdens de altijd te korte pauzes. Toch brachten de thema’s van deze dag de afgevaardigden tot ver buiten de muren van de ‘Het Anker’ (het gebouw van samenwerkingsgemeente in Lelystad).
In de middag sprak David Engelhard de vergadering toe namens de Christian Reformed Churches van overzee en ook de morgen was missionair getint, toen de heroriëntatie op het zendingswerk ter sprake kwam.

Bij de opening van de vergadering stond voorzitter ds. Smouter stil bij het sterven van een gewaardeerde voorganger uit onze kerken, ds. Johan Bernard Welmers en kreeg notulist ds. Martin Strengholt een hartelijke wens mee, vanwege zijn start in Nunspeet.

Verschuivende hulpverlening
Daarna wachtte de agenda, die dit keer niet helemaal gehaald zou worden.
Als eerste mocht de Diaconale Commissie achter de tafel plaatsnemen.
Na een enkel woord van voorzitter Frans van Egmond over o.a. de financiering van de Stagg kreeg de vergadering het woord. Waardering was er voor de deskundige begeleiding en toerusting van de Stagg in relationele en sociale problematiek binnen gezin en gemeente. Maar ds. Smouter signaleerde ook, dat er in 30 jaar wel het nodige veranderd is in de wereld van de hulpverlening. Interkerkelijkdiaconaal groeide de samenwerking met organisaties als De Driehoek en Eleos. Ook richting het Riagg werd de drempel lager door een mildere houding tegenover kerk en geloof. De vraag was volgens Smouter en anderen of het wel zo nodig is dat we in ons Nederlands gereformeerde zuiltje een eigen diaconale hulporganisatie hebben zitten. Uit de discussie groeide de wens van de vergadering naar meer inzicht in het reilen en zeilen van de Diakonale Commissie en de Stagg, om zo noodzaak en nut van deze ‘eigen’ organisatie beter te kunnen beoordelen. Verder bleek dat de afdrachten van de kerken voor de Stagg vaak onder het gewenste niveau zijn blijven hangen. Een centrale inning via de landelijke ‘pot’ was een door Van Egmond gewenste remedie, maar die oplossing verdiende volgens de vergadering geen schoonheidsprijs.
De afdracht aan de Stagg zou dan via de landelijke Financiële Commissie lopen, terwijl de hoogte van het bedrag - buiten de LV om - door de gezamenlijke diaconieën zou worden bepaald.
LV-afgevaardigden ... ze zijn misschien niet ván, maar wel heel bereikbaar vóór deze wereld, zo bleek op 15 mei in Lelystad. Voor het eerst in de LVgeschiedenis en na de zoveelste tune, kwam het zelfs zover dat de voorzitter even de vergadering ‘uitzette’ met de woorden: ‘Ik pauzeer nu totdat iedereen z'n telefoon heeft uitgezet’.

Zending wereldwijd
Vervolgens ging het over het zendingswerk, waarin veel gaande is.
Vergeleken met een halve eeuw terug is het zwaartepunt van de kerk - als het gaat om het aantal christenen - in de derde wereld komen te liggen.
Verder neemt de zelfstandigheid van de niet-westerse kerken toe, al is dat een langzaam proces. Ook in onze kerken zijn er op het gebied van het zendingswerk de nodige verschuivingen waar te nemen. Het werk in Afrika zal in de komende jaren worden afgebouwd en binnen onze kerken is de aandacht gegroeid voor andere vormen van missionair werk - minder strikt-kerkelijk gebonden. ‘Hattem’ stelde voor om te komen tot een landelijk ondersteunend platform voor de zending. Langs die weg zou het missionaire werk binnen onze kerken in de volle breedte in kaart kunnen worden gebracht. Dit voorstel had de sympathie van de afgevaardigden, al was er ook (typisch Nederlands gereformeerde) vrees dat zo’n centraal orgaan de plaatselijke betrokkenheid zou kunnen schaden. En verder leefde de vraag of er missionair niet meer samengewerkt zou kunnen worden met CGK en GKV. Met enkele wijzigingen werd het voorstel van ‘Hattem’ aangenomen.

Thuisgevoel
Dr. David Engelhard was één van de drie gasten, die op 15 mei namens Christian Reformed Churches of North America de LV bijwoonden. Engelhard maakte ook van de gelegenheid gebruik om de afgevaardigden in Lelystad toe te spreken. Opvallend was dat veel van de thema’s, die de Amerikaan aanroerde heel herkenbaar waren voor Nederlands gereformeerde oren. Engelhard noemde de ‘ismen’ (zoals individualisme en materialisme), met grote invloed op de levensstijl van veel christenen aan de andere kant van de oceaan. De hamvraag was volgens Engelhard hoe je als kerk, temidden van zulke grote krachten, trouw blijft aan het evangelie en constructief lijnen uit kunt zetten voor de toekomst. In dat verband wees hij op de contacten tussen zijn kerken en de evangelische wereld, die in recente tijd gegroeid zijn.
Op meer dan één punt bleek, dat we als Europese en Amerikaanse christenen voor dezelfde vragen staan. Maar toen Engelhard aangaf dat hij zich onder Nederlands Gereformeerden ‘thuis voelde’, raakte dat toch de diepere wortels van kerk, geloof en theologie.
Vanuit deze verbondenheid zag ds. H. van der Velde allerlei mogelijkheden voor contacten (o.a. in theologische studie en stage).

‘Zie ons in de ogen’
De thematiek ‘vrouw en ambt’ kwam voortijdig terug op de agenda. Dit op verzoek van de commissie die de uiteindelijke besluitvorming op dit punt heeft voor te bereiden (dat verzoek dat het net niet en toen toch wel haalde op de vergadering van 24 april). De vergadering had moeite om de draad weer op te pakken zonder in herhaling te vallen. De spreektijd was ook kort voor een breed-inhoudelijk gesprek en voorzitter Smouter liet het touwtje nauwelijks vieren. Het was niet het klimaat waarin ds. Veldhuizen kon gedijen en hij verzuchtte dan ook: ‘U begrijpt dat ik nauwelijks meer durf te spreken.’ Maar dat leverde hem van Smouter’s kant niet meer op dan: ‘Dat begrijp ik’, gevolgd door een gulle lach van de zaal.
Veel nieuwe gezichtspunten kwamen niet boven tafel toen het ging over de invulling van het ‘hoofd-zijn’ van de man, de ‘onderdompeling van de intermenselijke verhoudingen in Christus’ en de hermeneutiek die altijd bij de exegese om de hoek komt kijken.
Ds. Bruintjes probeerde het nog even op scherp te zetten met de opmerking dat ‘volgens hem in de lijn van het rapport een rechtstreeks beroep op de Schrift niet meer mogelijk was.’ Afgevaardigde Mollema zag aan de horizon zelfs een modaliteitenkerk opdoemen. Deze conclusies gingen de predikanten Mudde en Biewenga (beide deel uitmakend van de VOP) veel te ver. ‘Zie ons in de ogen, afscheid van het beroep op de Schrift, dat absoluut niet’, zo verzekerde ds. Biewenga met klem!
Onontkoombaar had het gesprek ook procedurele kanten, met de vraag hoe de zusterkerken zullen reageren als de Nederlands gereformeerde kerkdeur voor vrouwelijke ouderlingen van het slot kan. Gewezen werd op de plaatselijke mogelijkheid om ter wille van de contacten af te zien van vrouwelijke ouderlingen. En ter relativering: de stap die de VOP aan de kerken voorstelt is, gezien de huidige vreedzame praktijk, niet veel meer dan die van officieuze naar officiële vrijheid voor de kerken om vrouwelijke ouderlingen een plaats te geven in de gemeente.

Kortere dienst
Vanuit de ochtendsessie werd het onderwerp ‘kerkelijke examens’ doorgeschoven naar een latere datum.
Wat nog wel aan bod kwam was een voorstel van de commisie ‘Radio- en TV-zaken’, om de TV-dienst terug te snoeien naar 50 minuten. De winst zou dan kunnen worden omgezet in een 10 minuten-programma voor vrijdag- of zaterdagavond, speciaal gericht op buitenkerkelijken. De LV ging met de korting akkoord. Wel te verstaan: alleen op T.V. diensten!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief