Lezers aan het woord

2004-05-28
  • Jaargang 48
  • nummer 11
Plaatsing van ingezonden stukken betekent geen instemming van de redactie. Anonime brieven worden niet opgenomen en ingezonden stukken mogen in het algemeen niet langer zijn dan 250 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten.

De jeugd moet de kerk in
Hierbij wil ik reageren op het artikel over de jeugdkerken: 'Jeugdkerken meer dan een hype'. Ik kom uit Houten en ben Nederlands gereformeerd. Wij hebben veel jeugd in onze gemeente en zij komt er graag. Een aparte jeugdkerk hebben wij niet. Dat is dus ook niet nodig. Ik denk dat een gemeente met veel jeugd ook deze kant uit moet. Een aparte jeugdkerk naast de bestaande kerk lijkt mij op den duur niet gezond. Vroeg of laat gaat het draaien om het sfeertje, en dat houd je niet lang vol. Nee, de lieve jeugd moet de kerk in. Maar wil de gemeente wel? Ik ben bang van niet.
Maar laat ik vertellen hoe het bij ons is gegaan. Het zal zo’n tien jaar geleden zijn, dat de toenmalige kerkenraad met de vraag zat wat te doen met de jeugd in de kerk. Men besloot de jeugd de ruimte te geven waar zij om vroeg. Kortom de jeugd kreeg een stem in het kapittel. Vier keer per jaar kwam er een aangepaste dienst. De middelbare-schooljeugd bepaalt dan samen met de dominee hoe een deel van de dienst er uit komt te zien.
Maar de grootste verandering ligt toch wel op het gebied van de muziek.
Gevolg: sinds jaar en dag kennen wij een band voorin de kerk. Best even wennen, ook voor mij. Ik denk dat voor de meeste mensen dat nog een brug te ver is. Toch denk ik, zoals ik al schreef, dat het deze kant op moet.
Wij hebben er goede ervaringen mee.
En een jeugd die graag in de kerk komt. En daar draait het om.

J.G. van Oord, Houten

Homoseksualiteit
In de Opbouw van 2 april nodigde u iedereen hartelijk uit over het thema homoseksualiteit te schrijven. Ik voelde daar wel de behoefte toe, maar voel me niet zo thuis aan de discussietafel.
Daarom heb ik een andere vorm gekozen en gewoon 'een stukje' geschreven. Misschien helpt dit mensen op een nieuwe manier tegen dit onderwerp aan te kijken.

Gejat
Hoe kon hij het zeggen? De woorden klonken nog na in zijn verwarde hoofd, de terugkerende echo van dat kleine, scherpe woord, waar zoveel veroordeling uit sprak.
Geërgerd keek hij door het raam naar buiten. Tegenover hem werd gebouwd.
Grote bergen zand benamen Sjoerd het uitzicht. Er was weinig zichtbaar van de zware heimachine daarachter, maar bij elke klap kreeg Sjoerd een nieuwe dreun.
Dief! Dief! Dief! Het ontbrak er nog maar aan dat hij bijpassende teksten naar zijn gemartelde hoofd gekregen had. Zo’n keurig rijtje van Paulus bijvoorbeeld, van alles waar maar iets fout mee was. Nee, dat niet, maar toch. Hoe had Freek zo zelfverzekerd kunnen spreken over diefstal?
Wat wist hij er eigenlijk van! Zijn oordeel gelijk klaar. Diefstal, fout, zonde, slecht.
Was hij slecht? Was het dan echt fout geweest? Onrustig liep hij rond door de kamer. Weg van het dreunende raam. Hij had toch geen kwaad gedaan? Hij had willen helpen! Waarom begreep Freek dat niet. Freek ook met zijn starre denkbeelden!
Dat had toch niets te maken met zijn eigen diepe, innerlijke drang om iets goeds te doen, tegen alle onrecht in? In gedachten zag Sjoerd weer die allereerste keer, daar waar het allemaal mee begonnen was. Hij was pas 8 geweest, toen hij bij de supermarkt die reep chocola in zijn broekzak stopte, als vanzelf. Hij had er eigenlijk helemaal niet bij nagedacht, zo voor de hand liggend was het geweest. Uit de winkel was hij direct naar Jetteke gegaan, die op de stoep voor haar huis zat. Wat was ze blij geweest met die reep! Toch nog iets leuks voor haar verjaardag! Geen taart, geen feestje, geen kado’s, maar toch?! Ze had iets gekregen! Bij de herinnering zag hij opnieuw haar ogen, die groot, verrast oplichten.
Dat moment zou hij nooit vergeten.
Het was iets moois geweest, iets goeds.
Rustig stond Sjoerd op en drentelde naar het raam. Het heien was gestopt. Een graafmachine had het werk overgenomen.
Het was goed geweest dat van de kerkenraad naast Freek ook Herman hem bezocht had. Een echt pastoraal gesprek was het geweest, met veel begrip voor het standpunt van de ander. Zoveel zelfs, dat Sjoerd zich soms afvroeg wiens standpunt het was, dat van hem of van Herman.
Vreemd misschien, maar niet onplezierig.
Je mocht er bij Herman tenminste zijn zoals je was, met alles erop en eraan. Je voelde je geaccepteerd. Niet veroordeeld omdat je wat anders in elkaar stak dan de gemiddelde kerkganger. Bij God is er immers ruimte voor iedereen? Maar waarom voelde hij zich dan toch nog ongemakkelijk.
Waarom die onrust? In de verte was zo nu en dan het gehei weer te horen. Een zacht, aanhoudend gedreun op de achtergrond.
Diefstal had Freek het genoemd.
Het was niet bij die ene keer proletarisch winkelen gebleven. Maar nooit had hij iets voor zichzelf meegenomen. Nee, het was altijd voor een ander geweest, die evengoed recht had op een stukje welvaart. Of niet soms! God wil rechtvaardigheid, Hij komt op voor de zwakkere, de minderbedeelde!
Sjoerd had het alleen gedaan als mensen in grote nood verkeerden. Zo had hij laatst een WAO-er geholpen aan speciale papieren voor subsidie op de aanschaf van zo’n 45km-Ferrari. Erg speciale papieren waren dat geworden. Diefstal volgens Freek, fraude. Alsof er iets fout aan is belastingcenten eindelijk eens voor iets goeds te gebruiken. Kom nou! Er werd flink gewerkt op de bouw, heien en graven naast elkaar. Vandaag zou de kerkenraad bijeenkomen.
Dat zal veel gedoe geven, een wirwar van botsende gedachten als in zijn eigen hoofd. Variant of deviant, dat was de vraag. Wat vinden anderen? Wat vind ikzelf? Wie ben ik eigenlijk! Wanhoop kroop omhoog, overmande hem. Waar komt mijn hulp vandaan?
Frisse lucht dacht Sjoerd, adem, en hij opende het raam. Het was nu heel stil buiten.
Tussen de hoge bergen stond een man.
Keek hij naar hem? Riep hij zijn naam?
Sjoerd deed het raam wijdopen en spande zich tot het uiterste in om de woorden, die de wind hem toeblies, op te vangen. De man draaide zich om, bukte zich, en schreef onzichtbare woorden in het zand. Sjoerd zag het niet meer, de woorden hadden hem gevangen.

Gesien Vrijland, Wageningen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief