Gave bijbelse roman over Mozes
2004-06-11
Hoe is dat mogelijk geweest: dat een jongetje van die gehate Israëlieten geadopteerd werd door een Egyptische prinses en aan het hof van aartsvijand Farao kon opgroeien? Wat heeft die prinses bezield? Hoe heeft dat leven van Mozes in die wereld vol Egyptische goden er uitgezien?- Jaargang 48
- nummer 12
Het zijn vragen waar Angela Hunt zich uitvoerig mee bezig gehouden moet hebben voor ze ‘Vrouwen van de Nijl’ kon schrijven. Het leven van Mozes staat centraal in die roman over drie vrouwen die in zijn leven een belangrijke rol gespeeld hebben.
Beter
Nu worden we vanuit Amerika overspoeld met romans over bijbelse figuren.
Aan de lopende band komen vertalingen uit van auteurs als Francine Rivers (Tamar, Rachab), Lynn Austin (Manasse) en Thom Lemmons (Jeremia, Daniël).1)
De roman ‘Vrouwen van de Nijl’ van Angela Hunt vind ik ver boven de andere uitsteken. Het is een boeiende roman over een periode waar de bijbel heel summier over is. Je kunt aan alles merken dat de schrijfster volledig vertrouwd is met het leven in het oude Egypte en in de woestijn rondom de Sinaï. Bovendien heeft ze zich het bijbelverhaal tot in de kleinste details eigen gemaakt. De roman heeft mij bijbelgedeelten beter leren lezen en een helderder inzicht gegeven in veel bijbelse situaties.
Drie ik-figuren
De roman gaat over Mozes, maar hij is geschreven vanuit drie ik-figuren: zijn zus Mirjam; zijn Egyptische pleegmoeder, die van de schrijfster de naam Merytamon gekregen heeft en Sippora, Mozes’ vrouw. Ze komen afwisselend aan het woord.
Je leert ze van binnenuit kennen, ieder met haar eigen karakter. Mirjam is veel minder sympathiek getekend dan wij haar kennen. Ze wil het altijd voor het zeggen hebben. In de kiem is in haar van het begin af aan al aanwezig de latere opstandelinge tegen Mozes’ gezag, waarbij zij de initiatiefneemster is en niet Aäron (Num. 12:1).
Bovendien staat ze vijandig tegenover alle niet-volksgenoten; ze wil God alleen voor de Hebreeën houden en verwijt Mozes dan ook dat hij een vrouw uit Nubië getrouwd heeft.
Overigens, ze heeft zo veel meegemaakt dat je voor haar houding wel begrip kunt opbrengen.
Goddelijk
Prinses Merytamon leeft voor haar adoptiefkind Mozes. Ze houdt zielsveel van hem en beschermt hem waar ze kan. Dat is moeilijk genoeg, want koste wat koste moet voorkomen worden dat uitkomt dat hij een Hebreeuws jongetje is. Met háár stap je helemaal het Egyptische leven van die tijd binnen, een leven dat doortrokken is van godenverering.
Opgroeiend aan het hof moet Mozes ermee doorkneed zijn geraakt; van de kennis van de God van zijn voorvaderen zal niets overgebleven zijn. In die denkwereld was Farao zèlf een god; als dochter van Farao was Merytamon ook goddelijk. Farao’s waren als goden zo ver verheven boven het gewone volk dat ze alleen met hun zuster of dochter mochten trouwen.
Sippora
De derde ik-figuur is Sippora (vogeltje).
Haar verhaal is haast een roman in de roman. Je leert haar kennen op het moment dat Mozes aankomt in Midian. Ze is dan negen en heeft een kinderlijke bewondering voor de Egyptenaar.
Leuk tekent de schrijfster de reacties van het gezin – zeven meisjes en één jongen, Hobab - op de komst van de vreemdeling. Het puberale gedrag zal wel een anachronisme zijn, maar het is leuk om te lezen en het kost geen moeite het je voor te stellen.
Aan de andere kant past de groei van de heel bijzondere relatie tussen Mozes en Sippora weer wel in die tijd.
Vooral door haar leer je Mozes innerlijk goed kennen.
Ramses II
In de roman komen, net als in het bijbelse verhaal, historische figuren voor waarvan we de naam niet kennen.
Dat betekent dat de schrijfster veel heeft moeten invullen en keuzes maken. Wie was die prinses? Wie was haar vader, de Farao? Hunt heeft gekozen voor Ramses II.2) En daarmee heeft Merytamon een heel belangrijke positie gekregen en is Mozes een Egyptische kroonpretendent. Hoe de schrijfster dat allemaal waar maakt verklap ik niet, maar het levert wel een spannend verhaal op. De prinses doet alsof Mozes haar eigen zoon is, waardoor hij in de directe omgeving van de Farao komt te verkeren. 3) Ook andere verhaalgegevens ontspruiten aan de fantasie van de schrijfster. Omdat ze het verhaalperspectief bij de vrouwen gelegd heeft, moet ze wel kunstgrepen toepassen.
Zo laat ze Mirjam steeds met Mozes en Aaron meegaan naar de Farao. 4) Het stoort niet, het meeste komt – mij althans – aannemelijk over.
Wie is God?
Een hoofdthema in het boek is de zoektocht naar de Here. Wie is God?
Hoe heet Hij? Heeft Hij wel goddelijke macht? Mozes is ruim 70 jaar naar Hem op zoek. Net als Merytamon en Sippora.
Zowel Mozes als Merytamon kennen alleen de Egyptische goden. Die hebben een naam en elk heeft een functie.
Maar als het er op aankomt zijn ze machteloos. Merytamon is ervan overtuigd dat de naamloze God van de Hebreeën wèl machtig is. Hij heeft immers – door haar – het leven van Mozes gered. En zo begint ze in Hem te geloven. Voor de Egyptenaar Mozes is dat niet genoeg. Hij blijft twijfelen en zoeken totdat zijn zoektocht eindigt bij de brandende braamstruik als God hem zijn naam bekend maakt: JHWH, dat is: IK BEN.
En daarmee kan Mozes naar het volk gaan dat op dat moment nauwelijks meer enige kennis van God gehad zal hebben.5) Prachtig is daarnaast een ander motief, dat van Gods genade, die ook mensen kiest buiten het volk Israël om. Wat Sippora haast profetisch ziet uitlopen op het pinkstergebeuren.
Leerzaam
'Vrouwen van de Nijl' is ook op een andere manier heel waardevol. Je leest een roman, maar krijgt ondertussen veel kennis mee. Van het dagelijks leven van de Egyptenaren met alles wat ermee te maken heeft: kleding, voedsel, geneeskunst, gebruiken bij huwelijk en sterven. Vooral dat laatste: de hele dodencultus. Na de lezing van dit boek begrijp ik ook beter waarom Mozes 40 jaar bij Jethro moest leven. ‘Om zijn opvliegendheid af te leren’ is ons altijd voorgehouden. Nu zeg ik: en om te ervaren hoe het is in een woestijn te leven. Met zandstormen en gevaarlijke slangen. Herder zijn in de woestijn is nog iets anders dan schapen houden in Gosen! Bovendien zal Mozes als Egyptenaar een afschuw gehad hebben van kudden.6) En iets heel anders: wij zeggen zo gemakkelijk dat de Israëlieten in de woestijn zo ondankbaar waren. Als je hier beschreven vindt hoe dat leven was, bijvoorbeeld als er geen water was (blz. 347) dan word je wel wat bescheidener.
Bijbelkennis
Ik noemde al dat ik door 'Vrouwen van de Nijl' de bijbel veel preciezer leerde lezen. Verschillende keren dacht ik: ‘Ja kom even. Dat heb je verzonnen.’ Maar als je het dan opzoekt blijkt het wel degelijk zo in de bijbel te staan.
Bijvoorbeeld: je verwacht toch niet dat Farao na de tiende plaag tegen Mozes zegt: ‘Vraag jullie God mij te zegenen.’ Maar je leest het er inderdaad.
Of: ‘Waarom tien plagen? Had God na drie het volk niet kunnen uitleiden?’ Jazeker, maar zo toont Hij zijn grote macht. Niet alleen Farao moest die zien, maar ook de Israëlieten moesten erdoor overtuigd worden. Zoveel hadden ze de afgelopen eeuwen niet van God gezien.
En de pretenties van Mirjam blijken terecht als je via de concordantie vindt dat - Micha 6:4 - ook zìj door God gestuurd is om leiding te geven.
Met liefde geschreven
Vrouwen van de Nijl is een mooie met liefde geschreven roman, die figuren die alleen maar namen voor je waren tot leven brengt. Die een stukje bijbelse geschiedenis oplicht en je inzicht in bekende gebeurtenissen verdiept.
In veel opzichten een fijne leeservaring.
N.a.v. Angela Hunt, Vrouwen van de Nijl, Uitg. Mozaïek (Boekencentrum), Zoetermeer. ISBN 90 239 9073 0, 424 pag. € 18,90
1) Zie over Lemmens: Opbouw 47ste jg. nr. 6, pag. 28
2) Diverse historici nemen aan dat Ramses II inderdaad de farao uit de beginhoofdstukken van Exodus geweest is
3) Wie twijfelt aan de geloofwaardigheid van dit laatste krijgt in het boek trouwens onverwachte steun uit Farao´s directe omgeving
4) Zie overigens Micha 6:4.
5) Wij zijn zo vertrouwd met de idee dat God vanaf de schepping met zijn kinderen is dat we Mozes’ probleem nauwelijks begrijpen. Er wordt toch telkens over God gesproken. Ja, maar hoewel de schrijfster geen verhandelingen houdt, weet ze in het verhaal wel duidelijk te maken dat de aanduiding voor God een algemene is, die ook door de heidense volken gebruikt wordt (Het Hebreeuwse El, dat je bijvoorbeeld ook tegenkomt in de naam Allah) Zie hierover bijvoorbeeld ook Dr. B. Loonstra, God schrijft geschiedenis. Zoetermeer, 2003. blz. 33-45
6) Zie Gen 46:34