Vrijheid en grenzen

2004-06-11
  • Jaargang 48
  • nummer 12
Volledig brontekstgetrouw èn doeltaalgericht zijn is vreselijk moeilijk.
Een goede vertaling is gebaseerd op een overtuigende uitleg van de tekst, in de samenhang waarin hij staat, uitgaande van de bedoeling van een pericoop of hoofdstuk. Dat is juist bij moeilijke teksten (ook die waarvan de grondtekst niet gaaf is overgeleverd) van belang.

Dit is zo, omdat juist bij een weergave in duidelijk, 'natuurlijk' Nederlands de interpretatie meespeelt. En daarbij treedt natuurlijk af en toe spanning op tussen de twee idealen van de NBV en rijst de vraag naar de grenzen van de vrijheid die een goede vertaler nodig heeft.

Vrijere vertaling
In mijn kritiek als supervisor heb ik meermalen geschreven dat een bepaalde vertaling meer 'brontekstgetrouw' zou kunnen zijn, zonder in te boeten aan duidelijkheid en voorleesbaarheid.
De begeleiders van de NBV beseffen dat Neerlandici in moeilijke gevallen, gezien de doelstelling van 'natuurlijk Nederlands', meestal voor duidelijkheid kiezen en soms dus voor een 'vrijere' vertaling, terwijl theologen vaker pleiten voor nauwere aansluiting bij de brontekst. 'Vrijer' is echter een ruim begrip en om er recht aan te doen moet je je eerst goed verdiepen in wat (met ruime instemming, ook van de RCOB) over de vertaalstrategie is afgesproken. Bijvoorbeeld over het 'expliciteren', dat is het leesbaar maken van informatie die in de grondtekst zit en die voor de oorspronkelijke hoorders/lezers vermoedelijk duidelijk was, maar voor moderne mensen niet. En over het 'transformeren', d.w.z. het aanpassen van taalkundige structuren van de grondtekst, die in onze taal niet gangbaar of vreemd zijn en het goede verstaan hinderen. De richtlijnen voor de NBV verbieden 'parafrase' en deze term, die vaak een negatieve klank heeft, wordt in de kritiek soms ten onrechte gebruikt, als men de zojuist genoemde principes miskent.

Wennen
Als in Neh. 8:5 Ezra vanaf een kansel de wet aan het volk voorleest, zegt de 'Nieuwe Vertaling': 'Ezra opende dus het boek ten aanschouwen van het gehele volk. Want hij stond hoger dan het gehele volk. En zodra hij het boek opende stond het gehele volk op.' De NBV heeft daarvoor: 'Ezra stond hoger dan het volk, zodat iedereen kon zien hoe hij het boek opende, en op dat moment ging heel het volk staan.' De veranderingen, die m.i. verbeteringen zijn, kun je niet als parafrase afdoen, en wat men 'vrij' kan noemen expliciteert wat de tekst kennelijk wil uitdrukken ('iedereen kon het zien'), ook het verband tussen de afzonderlijke elementen ('en op dat moment…').
Dat zijn in de vertaalwetenschap aanvaarde methoden en misschien moeten sommige bijbellezers er nog aan wennen dat ook de bijbel zo vertaald kan worden, al blijkt dat (gezien de bijdragen in 'NBV aan tafel' in het genoemde nummer van Opbouw) bij meelevende kerkleden erg mee te vallen.
Dat dit type vertalingen symptoom zou zijn van een 'de geseculariseerde mens achterna hollen', terwijl de strategie zou moeten zijn 'de op het evangelie toelopende mens tegemoet te komen', doet m.i. aan de intenties en het feitelijk resultaat van de NBV geen recht. Ook niet omdat de boodschap van de tekst, waarmee een geseculariseerd mens het pas echt moeilijk heeft, overeind blijft staan.
Duidelijkheid en verstaanbaarheid van de bijbel zijn een groot goed en Luther heeft die bij zijn vertaalwerk centraal gesteld. Een erg brontekstgetrouwe bijbelvertaling, die zonder leerhuis of bijbelstudiegroep, niet te begrijpen is is een stap te ver. Dat geldt ook voor onze kerken, als je merkt hoe weinig bijbelkennis er soms is en hoe moeilijk men het soms vindt om een pericoop zorgvuldig te lezen en de juiste betekenis en bedoeling ervan te begrijpen.
Het zo hameren op brontekstgetrouwheid kan ook iets elitairs hebben, theoretisch wel juist, maar praktisch onhaalbaar en ongewenst.

Beperking
Brontekstgetrouw betekent ook een vertaling die in bondigheid en zeggingskracht het origineel zoveel mogelijk benadert en niet haar toevlucht neemt tot allerlei verklarende toevoegingen of parafrases. Hier maken de vertaalprincipes het de vertalers niet gemakkelijk, want er is geen ruimte voor verklarende aantekeningen in voetnoten. Slechts drie soorten noten zijn toegestaan: a) tekstkritische, als van een corrupte grondtekst moet worden afgeweken of als er belangrijke varianten zijn in de manuscripten; b) alternatieve vertalingen, als er bij moeilijke teksten niet echt te kiezen valt; en c) verklaringen van vertaalde namen en van tekstkenmerken die verloren zouden gaan, zoals woordspel.
Deze nogal rigoreuze beperking leidt soms, bij mikken op duidelijkheid en voorleesbaarheid, tot minder brontekstgetrouwheid, zonder dat dat verantwoord kan worden. In Ezra 4:14 geven Perzische bestuurders de Joden bij de koning aan, want 'wij hebben het zout van het paleis geproefd'.
Dat verwijst naar de eed van trouw door ambtenaren aan de koning gezworen, waarbij op rituele wijze door de vorst aangereikt zout (een middel tegen bederf) werd gegeten.
De uitdrukking is ook bekend van het Assyrische hof en komt zelfs voor in 2 Kron. 13:5, dat zegt dat God het koningschap over Israël aan David gegeven heeft 'met een zoutverbond'. Als een letterlijke vertaling niet duidelijk is en er een omschrijving wordt gege ven ('omdat wij ons gebonden weten aan het paleis'), gaat er iets verloren en het is jammer dat zoiets niet door een verklarende voetnoot opgevangen kan worden.

Stap vooruit
Er zijn wel meer zulke zaken te vinden, maar dat brengt mij toch niet tot een negatieve beoordeling van deze vertaling, die echt een duidelijke stap vooruit is. Misschien dat er in de toekomst nog revisies mogelijk zijn. Van Bruggen heeft gepleit voor een revisie om de vijf jaar, omdat ons verstaan van de bijbeltekst nog steeds vorderingen maakt en om te voorkomen dat deze vertaling, zoals de Satenvertaling voor sommigen, een canonieke status krijgt, als was het de grondtekst zelf. Dat lijkt mij een goed plan en het NBG zou daar - al zal het na tien jaar inspanning graag even uitrusten - een structuur voor kunnen ontwerpen.

* Er zijn veel oude manuscripten voor het NT, die soms wat andere lezingen bieden of waarin bepaalde verzen of tekstgedeelten ontbreken (b.v. Hand. 8:37, wat in een voetnoot wordt vermeld). Voor het OT zijn er veel varianten in de zogenaamde handschriften van de Dode Zee (begin onze jaartelling), die soms het bewijs zijn van een tekst die ouder is dan die waarop de NBV is gebaseerd. Maar volgens internationale afspraak (in de United Bible Societies) wordt daar amper gebruik van gemaakt, wat soms te betreuren is. Vgl. het artikel van M.N. van der Meer, "De Nieuwe Bijbelvertaling in het licht van recente nontwikkelingen op het gebied van de tekstkritiek van het Oude Testament", Ned. Theol. Tijdschr. 57 (2003) 193-206.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief