De kloof heeft een brug
2004-06-11
We gingen samen in bad. Er is een foto van. En een paar jaar later zitten we samen op een laag hekje voor de flat aan de Oost-Sidelinge in Overschie. Je hoort van achter de camera roepen: 'Toe maar, geef haar maar een kusje.’- Jaargang 48
- nummer 12
Weer wat later, we zijn zo’n beetje twaalf, krijgen onze ouders ruzie.
Lopen discussies op verjaardagen uit de hand. Ik lees boeken over de Tachtigjarige Oorlog (Willem Wijcherts) en wanneer mijn vader terugkomt van een tumultueuze classisvergadering in Schiedam, weet ik het zeker. Te wapen.
Hier gaan doden vallen.
Maar ’t valt mee. M’n ouders mogen geen lid meer van de schoolvereniging zijn. Dus zit ik maar één jaar op het Gereformeerd Lyceum in Kralingen.
Zij was al die jaren in m’n buurt geweest.
Maar de scheur raakt ook ons.
De Open Brief doet voor ons een deur dicht.
Onweerslucht
Theologiestudent Maikel de Kreek wijdde onlangs zijn scriptie voor het vak kerkgeschiedenis aan de breuk in de Gereformeerde Kerk van Overschie van 1967. Ik zag het staan in Opbouw en met een schok besefte ik, dat dat ‘mijn’ breuk was.
Dus stuurde De Kreek me zijn stuk.
Waarin hij zegt: ‘Met dit onderzoek heb ik geen oordeel willen geven over wie goed of fout is geweest. Ik heb geprobeerd een goede weergave te geven van de gebeurtenissen in Overschie…Natuurlijk ben ik van huis uit bevooroordeeld als 'buitenverbander', maar ik heb geprobeerd op grond van de gegevens en de feiten kritisch te zijn over mijn vooroordelen en recht te doen aan beide kanten van de geschiedenis.’ De Kreek schetst de vooravond van ‘de scheuring’ als een onweerslucht.
Er waren er al, die een nieuwe breuk verwachtten na de Vrijmaking van 1944. ‘Er bestaat verschil in beleving en waardering van de Vrijmaking. Er zijn predikanten in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), die hebben gezegd dat in de Vrijmaking van 1944 de Here Jezus een nieuw werk van kerkreformatie heeft verricht in de Gereformeerde Kerken. Daardoor zouden de vrijgemaakt-gereformeerden bewaard blijven bij de ene ware kerk. Deze visie wordt gesteund door uitspraken van de Generale Synode van Assen in 1961. Deze blijft bij haar oproep tot vrijmaking en slaat verdere samenwerking met de Gereformeerde Kerken (synodaal) af. Daarnaast zijn er predikanten, die voor nauwere samenwerking tussen vrijgemaakte en synodale gemeenten zijn. Andere predikanten willen dat absoluut niet en streven juist naar een voortzetting van de Vrijmaking in het hele kerkelijke leven. Dit wordt gezien als 'een doorgaande reformatie' van de Vrijmaking op alle gebieden van het maatschappelijk leven.’
Tehuis-gemeente
‘In de jaren zestig ontstaat in de vrijgemaakte kerken een discussie over de visie op de kerk. Velen leggen de belijdenisuitspraken over de kerk (artikel 27-29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis) zo uit, dat de vrijgemaakte kerk per definitie de enige ware kerk is. Daardoor ontstaan spanningen bij gemeenten die officieel kerkelijke contacten hebben met naburige synodale gemeenten. Na de Vrijmaking zijn in de jaren vijftig gemeenten blijven samenwerken met synodalen. Voor 1967 zijn al veertig vrijgemaakte predikanten en vele gemeenteleden overgestapt naar de synodale kerk.’ In Groningen-Zuid heeft dominee A. van der Ziel samensprekingen gevoerd met synodale predikanten en hij wordt daarom in juli 1963 geschorst.
De vrijgemaakte kerkenraad van Groningen vindt dat hij tegen de kerkelijke regels is ingegaan, maar overlegt in deze kwestie niet met de overige gemeenten in de classis, zoals de kerkorde voorschrijft.
De zaak loopt via meerdere vergaderingen tot in 1965 hoog op, maar Van der Ziel blijft geschorst. Een deel van de gemeente blijft achter hem staan en zo ontstaat de ‘Tehuis-gemeente’ van Groningen-Zuid.
De nieuwe gemeente wil contact houden met het vrijgemaakte kerkverband en schrijft alle gemeenten een brief, waarin zij de situatie uitlegt.
‘Deze zaak wordt uitvoerig besproken in de kerkelijke pers. Tegen de achtergrond van de situatie in Groningen ontstaat een document, dat bekend is geworden als de Open Brief,' schrijft De Kreek.
De brief is bedoeld als steun aan Groningen-Zuid, maar de ondertekenaars zeggen het ook oneens te zijn met het ‘Vrijmakingsgeloof’, ofwel het geloof in de vrijgemaakte kerk als de ene ware kerk. Auteur ds. B.J.F. Schoep wordt weggestuurd van de Generale Synode van 1967 in Amersfoort-West. Hij zou als ondertekenaar van de Open Brief niet oprecht zijn als hij zijn instemming met de belijdenis betuigt.
Kwestie-Telder
‘Naast deze spanningen ontstaat ook onrust over de verhouding tussen Schrift en belijdenis. Een voorbeeld hiervan is de manier waarop ds. B. Telder van Breda in opspraak komt met zijn visie over de staat waarin de ziel na de dood voortbestaat. Telder heeft zich – met G. Visee en C. Veenhof - in 1942 al gekeerd tegen een leeruitspraak van de gereformeerde synode over de onsterfelijkheid van de ziel. Die uitspraak stelt, dat bij het sterven van de mens het lichaam wederkeert tot stof, maar dat de ziel van de mens blijft voortbestaan.
Telder meent dat de totale mens sterft en de levende ziel een dode ziel wordt.
Hij vergelijkt doe toestand met inslapen en wakker worden, dat voor ons gevoel op hetzelfde moment plaatsheeft. Zo vallen ook sterven en opstaan naar de beleving van de mens op hetzelfde moment.’
Smelik-kwestie
De 286 leden tellende gemeente van Rotterdam-Overschie beroept eind 1966, na het vertrek van ds. O.J. Douma naar Assen, ds. J.M. Smelik uit Almkerk-Werkendam. Al tijdens de keuzeprocedure blijken sommige kerkenraadsleden bezwaren te hebben tegen Smelik, omdat hij medeondertekenaar is van de Open Brief.
Maar de kerkenraad deelt de twijfels van de bezwaarden niet. Zij meent dat Smelik achter de belijdenis staat en ‘dat men ds. Smelik ten onrechte beschuldigt van afwijking van de art.
28 en 29 NGB, alleen omdat men met hem van mening verschilt over de benoeming en waardering van bepaalde gebeurtenissen uit de vaderlandse kerkgeschiedenis van 1944-’46.
Gebeurtenissen, waarin ds. Smelik overigens met ons dezelfde weg is gegaan in gehoorzaamheid aan Christus.’ Over de kwestie-Telder is de kerkenraad kort. ‘Er is in het geheel geen verschil van mening over wat in antw.
57 HC wordt beleden, te weten, dat wij, die in leven en sterven eigendom van Christus zijn, ook in en door de dood heen met Hem verbonden blijven totdat wij door Zijn kracht opgewekt worden ten leven.’
Scheuring
Maar het overtuigt niet en in april 1967 besluiten drie kerkenraadsleden niet meer op de vergaderingen te komen en geen avondmaal meer met de gemeente te vieren. Eind mei roepen zij de gemeente op apart bijeen te komen en dat gebeurt vanaf 4 juni.
Na een laatste vermaning van de kerkenraad volgt de definitieve breuk.
De bezwaarden schrijven onder meer: ‘Constaterende, dat niet wij, doch gij van het begin af de scheur hebt getrokken en de breuk thans definitief hebt gemaakt en dat gij thans secte zijt geworden, die zich ten onrechte met de naam Kerk bedekt. Besluiten ons thans in het ambt der gelovigen, volgens Gods Woord en de belijdenis, van U af te scheiden om ons te blijven stellen onder het opzicht en de tucht van de minderheid der kerkeraad en onder hun leiding ons te verenigen tot de Gereformeerde Kerk van Overschie, met allen die alleen de hals willen buigen onder het juk van Christus… Het was niet onze begeerte. Het droeft ons van harte. God weet het. Wij willen den Here blijven bidden om uw aller bekering, in welke weg alleen weer hereniging mogelijk is.’
In strijd met
De classis Schiedam heeft vanaf begin 1967 ook met de kwestie te maken.
Een speciale commissie bestudeert de bezwaren vanuit Overschie en de classis verklaart in augustus 1967 alle ingediende bezwaren ongegrond.
Tevens vindt de commissie het onprettig, dat de bezwaarden niet hebben gewacht op de classisuitspraak, maar zich al hebben ontrokken aan de gemeente van Overschie.
Maar er blijven bezwaarschriften binnenkomen en ook de Particuliere Synode van Zuid-Holland ontvangt die.
In februari 1969 tikt de Particuliere Synode de classis op de vingers, omdat zij zich niet aan de kerkorde zou hebben gehouden bij behandeling van de Overschiese zaken.
Ondertussen heeft de classis in het najaar van 1968 al besloten de Overschiese bezwaarden uit te nodigen, maar dat is voor Overschie niet acceptabel.
Zij stuurt geen afgevaardigden naar de classis van november 1968.
Schiedam volgt dat voorbeeld. Op de novembervergadering wordt uitgesproken, dat Overschie in strijd is gekomen met de artikelen 1, 31 en 41 van de kerkorde. De scriba uit Schiedam en avondvoorzitter ds. W.G. Rietkerk leggen daarop hun functie neer.
In februari 1969 luidt de constatering van de classis, dat Overschie zichzelf apart heeft gezet van de classis en wordt de gemeente buiten het kerkverband geplaatst. Op 1 april mogen de bezwaarde leden uit Overschie bij de classis aanschuiven. Waarop tenslotte ook Barendrecht de zaal verlaat.
Wanneer de kruitdampen zijn opgetrokken na de Generale Synode van 1969 in Hoogeveen, zijn meer dan 30.000 kerkleden en zeventig predikanten en theologen, onder wie veertien van de negentien predikantenondertekenaars van de Open Brief, buiten het vrijgemaakte kerkverband geraakt.
Cirkel rond
Het is 1992, ruim twintig jaar later. Ik kom bij Deventer te wonen. Er blijken voorzichtige samensprekingen te lopen met de Christelijke Gereformeerden én de Vrijgemaakten. En dan, ik weet al niet eens meer waar en hoe, zie ik haar terug. De cirkel is rond. Misschien worden de zonden van onze vaderen toch niet aan ons bezocht. Niet dat we beter zijn. Of minder arrogant, elk op onze eigen wijze. Maar de tijden zijn veranderd.
Er is een tijd om te haten en een tijd om lief te hebben.
Maikel de Kreek studeerde 8 december af aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn. Zijn afstudeerscriptie heet: 'Scheuren in de kerk, een onderzoek naar de breuk in de Gereformeerde Kerk van Overschie in 1967'.
Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met ds. M. de Kreek, Gen. S.H. Spoorstraat 349, 3313 AD Dordrecht. Vanaf 17 juni: Peppelgaarde 69, 4871 TD Etten-Leur.
| Waar zat je al die tijd? Het was ‘mijn’ scheuring al niet, maar na het lezen van deze scriptie denk ik zeker: waar was het allemaal goed voor? Maar ja, wie ben ik? Uit de periode ’67 - de term alleen alherinner ik me dat er plotseling mensen ‘fout’ waren. Klasgenoten verdwenen van school, anderen bleven, maar er was iets mee, ze waren 'anders’, dissident. Ook ik dacht in die tijd in goed en fout, zwart en wit eenheid of waarheid. Antithese, zo leerde je dat. Op verjaardagen van mijn ouders waren er verhitte discussies tussen sigaren rokende mannen. De ware kerk, mijn ziel van stonde aan, eenheid ten koste van waarheid. Het zou gaan om het Woord des Heeren. Ging het daar ook werkelijk om? Mensen die elkaar niet meer aankeken. Ruzies om kerkgebouwen. Ruzies, ik hoop over belangrijker dingen. Geloofsgenoten die elkaar het leven zuur maakten. Het oud zeer van nu. Welke boodschap moest daar van uitgaan? Deventer Hé Sander, woon jij hier ook? Na jaren komen we elkaar weer tegen. Vanaf de wieg kennen we elkaar. Het eerste kusje was inderdaad... voor hem. Zeg niet, dat de scheuring ons niet raakte. Er bleef altijd ‘dat’, die andere kerk. En nu, samensprekingen in Deventer. Het voelt toch een beetje als thuiskomen, broer en zus weer verenigd: waar heb jij al die tijd gezeten? Vrijgemaakt is vrijgemaakt niet meer, gelukkig maar, denk ik. En wat is Nederlands Gereformeerd? Ook niet eenduidig op te antwoorden. Het wordt tijd voor een vernieuwde kennismaking, want: wat ben je veranderd! Alberdien de Jong-van Ginkel |