Spruitjes versieren
2004-06-11
Tja, waar ze tegenwoordig al niet over schrijven in kerkbladen...- Jaargang 48
- nummer 12
Nu hebben de spruitjes in dit geval wel een heenwijzend karakter, zoals A.J. Klei zou zeggen; het gaat namelijk niet om échte spruitjes, maar om ... kerkdiensten.
H. Walinga schrijft erover, in het (Vrijg.) Gereformeerd Kerkblad van 17 april.
Aanleiding: na afloop van een kerkdienst verzucht een moeder bitter: 'Dit is voor m’n kinderen toch niet aantrekkelijk? Heb ik daar nou zoveel moeite voor gedaan om ze mee te krijgen naar de kerk? Dit kan ik ze echt niet verkopen.' Dat brengt Walinga tot de volgende overpeinzing:
Spruitjes... ik weet niet hoe u ze vroeger vond, bij mij was het een drama, totdat in de reclames van een of andere sauzenfabrikant spruitjes opeens smakelijk en prachtig opgediend op een bord lagen. De lezer van die reclame werd uitgedaagd spruitjes te versieren met één van hun verrukkelijke sauzen.
Daarna heb ik ze leren eten. () De vroegere bonkjes bitterheid, die toen ongeveer een uur doorkookten om die pregnante geur en smaak te krijgen die ik zo verafschuwde, bleken () heel goed te eten te zijn. Een beetje van mij, een beetje van de groenteboer.
() De klacht van onze jonge zuster is niet de enige die we over de kerkdiensten hebben gehoord de laatste jaren. Er heerste een spruitjeslucht, zo meende men. Traditioneel en voorspelbaar, en daarmee verschaald en saai, dat waren de kenmerken van de kerkdiensten. () Nu is er geen bezwaar tegen het nadenken over de invulling van de kerkdiensten.
Integendeel. Liturgie is een levend iets. Maar de reden waarom we daarover nadenken is erg belangrijk.
En ook het bewustzijn voor Wie we eigenlijk nadenken.
De hiervoor bedoelde kritiek op de kerkdiensten betreft over het algemeen de vorm. De liturgie, dus. () Veel mensen die het allemaal maar stoffig vinden en er een kleurig geheel, geschikt voor alle leeftijden, van willen maken, kijken vooral naar wat we als gemeenteleden kunnen halen in de kerk.
Ze kijken als echte consumenten van deze tijd: is het een aantrekkelijk product?
Let op de prijs/prestatieverhouding.
Oogt het goed? Is de houdbaarheidsdatum niet verstreken?
Voor wie zo kijkt zijn het niet meer dan kerkdiensten. Diensten van de kerk voor de mensen. Voor consumenten die er wat kunnen halen: een stuk geloofsopbouw, een stuk bemoediging, een beetje blijdschap, kortom, iets wat ze nodig hebben om weer verder te kunnen.
Maar het zijn geen kerkdiensten. Het zijn erediensten. En de mensen die er komen zijn geen consument, maar God is er de Consument. Hij komt wat halen: namelijk eer. De mensen die in die kerk komen, zijn de leverancier. Zij leveren eer aan God. () Die sauzenfabrikant uit de inleiding had het goed geschoten. Hij verkocht zijn sauzen wel aan de ouders die er zo van overtuigd waren dat spruitjes goed waren voor de kinderen. En het aardige was dat het voor een deel van die kinderen ook aantrekkelijker was...
voor mij wel, tenminste.
Zo mogen wij, ten aanzien van de erediensten ook bezig gaan. Wij komen tot de ontdekking dat we door onze gebrekkige manier van leven maar heel slecht in staat zijn om God de eer te geven die Hem toekomt.
En als Hij ons dan een middel in handen geeft om Hem op vaste tijden te eren, dan mogen we dat middel zo mooi mogelijk maken. Versieren, dus.
De kerk heeft dat eeuwen lang gedaan.
Maar dan niet versieren om het zelf zo plezierig mogelijk te hebben. In moderne taal: niet opleuken voor onszelf, maar zo mooi mogelijk maken voor de Here.
Dan biedt Hij ons allerlei middelen: gebed, zingen, muziek, de verkondiging van zijn grote daden, het geven van gaven uit dankbaarheid. Hij beloont dat allemaal ook nog eens, hoe gebrekkig het ook allemaal in elkaar steekt. Hij beloont dat met Zijn zegen, Zijn aanwezigheid, met gemeenschap der heiligen, genadeverkondiging, met duidelijke richtingwijzers naar het heil.
Door onze gebreken zijn de erediensten eigenlijk bittere, onaantrekkelijke spruitjes. We kunnen zo’n dienst eigenlijk niet met goed fatsoen aan de Here aanbieden. Die is zodanig besmeurd met zonden dat die niet past bij Zijn heiligheid.
En toch, om een oude term maar eens te gebruiken: wat een wonder van genade... Hij wil die erediensten toch ontvangen. Hij wil toch dat we Hem eer bieden. () Dan mag er veel over de erediensten nagedacht worden en moet er veel energie in gestoken worden. En kunnen vele talenten die in een gemeente aanwezig zijn gebruikt worden.
Want talenten krijg je van Hem, aan Wie je ze mag teruggeven in heel je leven en speciaal ook in de eredienst.
Als het maar voor Hem aantrekkelijk is.
Drie korte opmerkingen:
1. Terecht gispt Walinga het consumentisme.
2. In de Bijbel is de eredienst niet de kerkdienst, maar het christelijk leven in z’n geheel (Romeinen 12:1).
3. Mag het af en toe ook patat-mét zijn? Beetje minder gezond, maar wel veel lekkerder - en niet alleen voor kinderen!