Botsende bevlogenheden

2004-06-25
  • Jaargang 48
  • nummer 13
Er komt een eigen opleidingsdeel voor theologiestudenten die predikant willen worden in de NGK. Dit deel leunt aan tegen de Theologische Universiteit van Apeldoorn, zal gevolgd moeten worden door alle studenten die dominee willen worden in ons kerkverband en is, als alles goed gaat, vanaf 1 september 2005 operationeel. Het Nederlands Gereformeerd Seminarie in Amersfoort wordt niet in het opleidingsinstituut geïntegreerd, maar blijft zelfstandig bestaan. 'Dit is niet de hoofdprijs', aldus een teleurgestelde dr. A. van der Dussen van de Commissie Opleiding Predikanten (COP).

Na ruim tien jaar aftasten, praten en onderzoeken is het besluit dan toch gevallen. Theologiestudenten die predikant willen worden in de NGK mogen blijven kiezen waar ze gaan studeren maar zijn verplicht om het studieprogramma van 51 studiepunten aan het eigen opleidingsinstituut te volgen. Dit eigen instituut leunt aan tegen de TU in Apeldoorn.
Studenten die in Apeldoorn studeren en het eigen studieprogramma van de NGK-poot volgen, krijgen vrijstelling voor andere vakken. Omdat die afspraak er (nog) niet is met andere (rijks)universiteiten als Utrecht en Kampen zullen naar verwachting veel studenten die predikant willen worden, kiezen voor Apeldoorn.
Ondertussen blijft het Nederlands Gereformeerd Seminarie blijft gewoon bestaan. Maar ook voor seminariestudenten geldt dat zij verplicht zijn om het eigen opleidingsdeel in Apeldoorn te volgen.

'Redelijk hardnekkig'
De Commissie Opleiding Predikanten (COP), die op de vorige LV (2001) de opdracht kreeg de mogelijkheden te onderzoeken van een gedeeltelijk eigen opleiding die aanleunt tegen de Theologische Universiteit van Apeldoorn, stelde de kerken voor om te kiezen voor één aanleunopleidingsinstituut waarin TSB en NGS zouden worden geïntegreerd.
Het NGS weigerde echter mee te denken en verzette zich tegen elk voorstel waarbij het zelfstandig voortbestaan in gevaar zou komen.
Omdat de COP en het NGS in een patstelling leken te verkeren, vroeg de LV het moderamen dit voorjaar om te kijken of er ruimte was voor een nader tot elkaar komen.
Omdat de houding van het NGS 'redelijk hardnekkig' is (Smouter: 'Ze zijn soms lastig en ingewikkeld om mee te praten maar we zouden ze werkelijk missen') legde het moderamen de vergadering zaterdag 5 juni een nieuw voorstel voor. Het voornaamste verschil met het COP-voorstel was dat het NGS leraren en docenten zou mogen leveren maar daarnaast ook zelf zou blijven bestaan. Seminariestudenten zouden echter wel verplicht zijn om het eigen programma van het nieuw op te richten instituut te volgen.

'Twee instituutjes'
Wie zich fel tegen het moderamenvoorstel verzette, was de Commissie Opleidingen Predikanten zelf. Dr. A. van der Dussen vroeg tot verrassing van het moderamen, de vergadering tijdens een bevlogen toespraak om niet akkoord te gaan met het moderamenvoorstel 'waardoor we er met z'n 30.000'en twee opleidingsinstituutjes op na gaan houden.' Van der Dussen: 'Ik mis de bevlogenheid in het moderamenvoorstel.
Ik roep u op hoger in te zetten. Ik roep u op om het Seminarie te laten gaan voor de hoofdprijs: één gezamenlijk opleidingsinstituut.' Van der Dussen, die samen met zijn commissieleden het gevoel had dat dat het moderamen te snel is gezwicht voor het NGS, stelde dat het NGS zo zijn zin krijgt: het krijgt zijn zelfstandige voortbestaan èn het krijgt invloed in het nieuwe instituut.

Betreuren
Uiteindelijk besloot de vergadering akkoord te gaan met het moderamenvoorstel (39 stemmen vóór en 3 tegen), waarin zij liet opnemen dat de kerken de opstelling van het NGS 'betreuren'.
De passage waarin stond dat het Seminarie bestuurlijke invloed in de nieuwe opleiding zou krijgen, werd geschrapt.
Maar een amendement waarin alle exclusieve rechten van de NGS werden geschrapt, haalde het niet; de commissie zal, aldus het besluit, 'ruimte creëren voor met het NGS verbonden docenten.'

Dovenpastoraat
In de ochtendbijeenkomst viel ook een besluit over het dovenpastoraat. De afgevaardigden stemden vóór deelname aan het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP), een landelijk platform voor dovenpastoraat waarin drie predikanten en een aantal vrijwilligers samenwerken.
Heel moeilijk was dit besluit niet want deelname kost niets: van de drie predikanten wordt één betaald door de christelijk-gereformeerde kerk en twee door de PKN. Elk van de drie dominees heeft de verantwoordelijkheid voor een deel van Nederland.
Het tweede voorstel van de commissie om tot de aanstelling van een parttime opbouwwerker over te gaan, werd weggestemd met 15 stemmen vóór, 26 tegen en 5 onthoudingen. Wel kreeg de commissie zaterdagochtend de opdracht mee om de komende drie jaar te onderzoeken of het mogelijk is een parttime predikant te vinden die het dovenpastoraat erbij zou willen doen.
Voor een kleine gemeente die wel een dominee wil maar niet genoeg financiële draagkracht heeft voor een fulltime dominee zou dit 'een ideale oplossing' zijn, beaamde commissielid F.H. Wiersma het idee van ds. C. Smit. Het overige deel van het predikantensalaris zou dan eventueel kunnen worden gefinancierd uit de pot van de Commissie Steunbehoevende Kerken (CSK).
De Commissie Dovenpastoraat werd op de LV in Amersfoort in 2001 in het leven geroepen met als opdracht te onderzoeken of, hoe en onder welke voorwaarden het Nederlands Gereformeerd kerkverband zinvol kan participeren in het Interkerkelijk Dovenpastoraat.
De NGK tellen 39 doven en 77 ernstig slechthorenden, zo bleek uit enquete die de commissie vervolgens heeft gehouden. Ds. J. Mudde uit Enschede toonde zich teleurgesteld dat de vergadering geen financiële verantwoordelijkheid wil nemen voor het dovenpastoraat. Onduidelijkheid over de functie en de mogelijkheden van de opbouwwerker (is hij bedoeld voor alle Nederlands gereformeerde doven of als ondersteuning van het IDP-team), terughoudendheid ten aanzien van weer een extra omslag per lid van de NGK, en onzekerheid over de gewenste vorm van goed dovenpastoraat (L. van de Vegt: 'Moet je het niet meer plaatselijk en regionaal zoeken?') leidden echter tot dit resultaat.

Jeugdwerk
Voor de stichting Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ) tastten de afgevaardigden wel in de portemonnee van hun gemeenten. Met vier tegenstemmen en twee onthoudingen besloot de vergadering vlot jaarlijks één euro per lid af te dragen aan het NGJ.
Hiermee wordt het jeugdwerk inhoudelijk en financieel een verantwoordelijkheid van alle Nederlands gereformeerde kerken. Om dit feitelijk mogelijk te maken moeten nog wel de statuten worden aangepast en krijgt het NGJ een Raad van Toezicht die namens de kerken in bestuurlijke zin verantwoordelijkheid draagt. Deze statutaire verandering gaat per 1 januari 2005 in.
Na de snelle goedkeuring van het voor stel van de commissie jeugdwerk was er opluchting bij André Maliepaard, parttime jeugdwerker in dienst van het NGJ, en commissielid Paula Blokhuis-Marbus.
'Het feit dat de kerken financiële verantwoordelijkheid nemen voor het jeugdwerk betekent voor ons continuïteit en meer tijd en energie voor de mensen voor wie we aan het werk zijn, de jongeren in onze gemeenten,' aldus André Maliepaard.

Taakverlichting Oudere Predikanten wordt duurder
De jaarlijkse bijdrage per lid van de NGK aan de TOP-regeling wordt met één euro verhoogd van naar 1,75 euro.
Daartoe heeft de vergadering met een overgrote meerderheid van stemmen besloten. Eerder dit voorjaar hadden de afgevaardigden de commissie-TOP verzocht 'een soberder voorstel' (lees: een goedkoper voorstel) neer te leggen. De commissieleden die zich opnieuw over het voorstel hebben gebogen, zagen daartoe echter geen mogelijkheid. Ds. J.M. de Groot: 'Dit ìs een sobere regeling.
Gaan we er in schrappen, dan wort het écht te sober.' En: 'Bij het invoeren van de goede regelingen liepen de kerken achteraan; moeten we nu bij het afschaffen van die regelingen voorop lopen?' Op de vraag van afgevaardigde Schippers of het mogelijk is dat predikanten zelf gaan bijdragen aan de regeling, antwoordde De Groot dat die vraag niet bij de opdracht zat. Voorzitter Smouter beaamde dat en zei dat het een goede vraag was voor een eerdere bespreking die in dit stadium van de bespreking niet meer aan de orde was.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief