Bekering
2004-06-25
Het zij me vergeven: deze Persschouw is een tikkeltje persoonlijk gekleurd.- Jaargang 48
- nummer 13
Als ik niet zelf te maken had gehad met degene die erin aan het woord komt, zou hier een ander stukje gestaan hebben.
De Irakees Rasak Avakthi was via het leger van Saddam Hoessein in de beruchte Abu Ghraik-ge-vangenis in Bagdad terechtgekomen. Hij slaagde erin te vluchten, en kwam in 1990 in Nederland, samen met zijn vrouw en vier kinderen. Een paar jaar later kwam hij, tot dat moment vanzelfsprekend moslim, tot geloof in de God van de bijbel. Aanleiding: de manier waarop de schilder bij wie hij werkte tussen de middag bad met z’n werknemers: niet voor zichzelf, maar voor collega’s, voor zieken, en voor mensen die het moeilijk hadden. En hij dankte de Here Jezus. Dat maakte zo’n indruk op deze asielzoeker, dat hij een ander mens werd.
Dat is bekering, niet als onderdeel van de orthodoxe leer van de kerk, maar als ervaren ontmoeting met de ware God. En dat komt eruit ook! Het Centraal Weekblad van 28 mei schrijft over deze man en zijn geloof.
De 48-jarige Avakthi is bijna niet te stoppen als hij over de betekenis van z’n christelijke geloofsovertuiging mag praten: “De Here Jezus is gekomen voor zondaren. God heeft de zondaren lief. Ik ben een kind van God, dat is geweldig. Sinds mijn bekering kan ik niet anders dan over Hem vertellen. Jezus is de Verlosser, de Heiland voor alle volken!” Zijn leven wordt niet meer beheerst door angst, maar door vreugde. Hij woont met z’n Iranese vrouw en vier zonen in een woning in Staphorst.
Ook z’n echtgenote en kinderen zijn overtuigde christenen. “We hebben heel veel om dankbaar voor te zijn.
We zijn rijk. Niet in materiële zin, maar geestelijk. We hoeven niet bang te zijn, want we zijn in de hand van een machtige Heer!” () Het gezin is lid van de kerk met een hoofdletter. In hun geval betekent dat een evangelische gemeente. “Er zijn in Nederland 350 kerken, die allemaal claimen de waarheid in pacht te hebben.
Maar het gaat om Jezus. Het gaat niet om onze kerk, maar om Zijn kerk!’ Rasak Avakthi voorziet in zijn onderhoud als evangelist. Hij spreekt vloeiend Nederlands en lijkt de hele Bijbel, en dan vooral het Nieuwe Testament, uit z’n hoofd te kennen. Hij strooit met en verwijst naar bijbelteksten om zijn verhaal kracht bij te zetten. Hij draagt de blijde boodschap uit op scholen, in kerken, bijbelstudieclubs, opvangcentra en mannen- en vrouwenverenigingen.
Avakthi werkt ook onder Arabisch sprekende mensen en probeert projecten op te zetten in z’n geboorteland Irak, een land dat nu dagelijks in het nieuws staat. () Rasak Avakthi is opgegroeid in een islamitisch land. Hij onderscheidt drie soorten moslims: fanatieke moslims, blinde moslims en normale moslims.
“De fanatieke moslims vormen een gevaar. Ze hebben maar één doel voor ogen: de vernietiging van Joden en christenen. Dat doel heiligt alle middelen. De blinde moslims weten niets van de islam, ze volgen alleen blindelings de leiders. En dan heb je nog de normale moslims. Op dit moment zijn er helaas weinig normale moslims. Een meerderheid lijkt zich te laten meeslepen door de radicale leiders!” Op school wordt haat tegen christenen en joden met de paplepel ingegoten, weet Rasak Avakthi uit eigen ervaring.
“Op school leer je vijandschap.
Aan de kinderen wordt verteld dat ze in het paradijs komen als ze christenen of Joden doden. Dat wordt er ingeramd.” Volgens Avakthi hebben we in West-
Europa een veel te rooskleurig beeld van de Arabische wereld. “De Arabische landen kennen twee vijanden: Israël en de christenen. Dat zit gewoon in het bloed. Israël en het christendom, het oude en het nieuwe volk van God, twee vijanden van de islam”.
Volgens Avakthi kan alleen bekering tot de God van de Bijbel tot een ommekeer leiden. “In Arabische landen wordt in de naam van Allah haat gezaaid. Het christendom staat daar haaks op. Ik reis over de hele wereld om over de Here Jezus te vertellen.
Dat is een boodschap van bevrijding en hoop. De Heiland is gekomen voor alle volken op aarde. Je mag hen het evangelie niet onthouden. Ik wil, als ik daar de kans toe krijg, ook de Irakezen graag van Jezus Christus vertellen.
Dat zou pas een doorbraak betekenen.” Ondertussen is het Rasak Avakthi niet ontgaan dat Nederland zo langzamerhand ook een zendingsgebied is geworden. “In Nederland denken velen God niet meer nodig te hebben. De welvaart is te groot. Hoe moeilijker het is, hoe makkelijker het is om tot geloof te komen. Maar al die welvaart brengt geen geluk. Het grootste geluk is dat ik Jezus heb leren kennen als mijn verlosser. Hij heeft elf jaar geleden een hand op m’n schouders gelegd en gezegd: ‘Ik heb zondaren lief’. Wat een genade.”
In Nederland hebben we soms zorg over de kerk; en met reden. Maar dan komen er mensen zoals deze Avakhtiwie van ons zou met hem willen ruilen? - om ons wakker te schudden en tegen ons te zeggen: 'Weten jullie wel, christenen in Nederland, hoe machtig het evangelie van de Here Jezus is?!'