'Haar daden volgen haar na'
2003-02-28
Voor vele lezers van ons blad is de naam van mevrouw Anky Rookmaaker vermoedelijk bekend. Zeker zij die ons blad al langer lezen zullen zich de bijdragen over haar werk voor Stichting "Redt een Kind" goed herinneren.- Jaargang 47
- nummer 5
Tientallen jaren heeft ze zich buitengewoon daadkrachtig ingezet voor de (kans)arme kinderen, vaak weeskinderen, in India en Afrika.
Toen ze 80 werd, begon ze wat gas terug te nemen en (iets) meer afstand te nemen van het werk van de Stichting die haar levenswerk geweest is. En nu is ze overleden op de hoge leeftijd van 87 jaar. Op zaterdag 15 februari j.l. is ze ten grave gedragen in Eck en Wiel, de plek waar ze lang gewoond heeft en lid geweest is van een nederlands gereformeerde (streek)gemeente.
Er was in die gemeente een duidelijke link met het werk van L'Abri.
L’Abri
Laat ik een paar van mijn eigen herinneringen aan haar ophalen. Onze eerste ontmoeting moet in 1967 geweest zijn, toen haar huis in Diemen toneel was van de beginnende L'Abri-bijeenkomsten.
Haar man, in leven hoogleraar kunstgeschiedenis aan de VU, verzorgde de lezing, over een thema dat (hedendaagse) cultuur verbond met het zicht dat de Here God op mens en werkelijkheid heeft. Zij verzorgde de praktische kant van de zaak: thee en koffie, maaltijden, gastvrijheid. Er zaten, zo herinner ik me, tientallen mensen in een kamer die niet al te klein was, maar zeker niet opgezet om zoveel lieden te ontvangen. Het moet iets van een offer zijn geweest om al die lieden op gezette tijden over de vloer te krijgen.
Via het gezin Rookmaaker heb ik contact gemaakt met het werk van dr. Francis Schaeffer en zijn vrouw Edith. Voor het eerst ben ik in 1969 naar Huémoz gegaan, de plek waar de Schaeffers in de jaren '50 hun werk zijn gestart. Het zou wel interessant zijn te weten hoeveel Nederlanders rond 1970 in dat Zwitserse dorp beland zijn en ook om na te gaan hoevelen via daar gekomen zijn via de Rookmaakers.
Redt een Kind
In diezelfde jaren is het werk van Stichting 'Redt een Kind' geruisloos van start gegaan.
In bepaalde zin staat ons blad aan het begin van het werk dat ongelooflijk veel zegen verspreid heeft in het leven van tienduizenden kinderen, van wie velen inmiddels al lang volwassen zijn.
Van dat werk is aan veel lezers wel iets gebleken en misschien hebt u ook haar zelf wel bij een diapresentatie aan het woord gehoord, wanneer ze, gedreven als ze was, vertelde van al die kinderen in India, Oeganda of elders: hoe moeilijk ze het hadden en hoeveel slechts een kleine bijdrage kon betekenen in hun kansarme bestaan. Je hoorde van concrete kinderen en zag ze soms op dia.
Veranderen
Hoe is 'Redt een Kind' ontstaan? Ik citeer uit een gesprek dat ik zo'n tien jaar geleden met haar had (ik heb het bandje dezer dagen weer eens afgeluisterd) waarin ze vertelt hoe dat werk ontstaan is. "Het begon met een brief uit India, maar dat is feitelijk niet het begin! Lange tijd had ik al gebeden of de Here mij wilde gebruiken in zijn dienst. Eigenlijk was dat al het geval sinds ik de boeken van Amy Carmichael in India gelezen had. Ik bad niet specifiek voor India, maar voor werk waarbij ik mijn talenten goed zou kunnen gebruiken.
Ik heb eigenlijk maar één talent, namelijk dat ik goed kantoorwerk kan doen. Het is voor mij als een wonder overgekomen, dat de Here mij juist op dat gebied aan het werk heeft gezet.
Amy Carmichael was een Ierse zendelinge, die in India heeft gewerkt. Ze heeft haar leven gewijd aan 't redden van tempelprostituées in Zuid India.
Na het lezen van die boeken heb ik lang - zeker wel een paar jaar - gebeden.
Als je de Here vraagt of Hij je wil gebruiken, zijn er altijd dingen die Hij in je leven wil veranderen.
Opbouw
Het heeft dus jaren geduurd voordat de betreffende brief kwam, die ik altijd heb ervaren als antwoord op mijn gebed.
Die brief kwam van een man uit India die een klein kindertehuis had; het was feitelijk een heel zielige brief, met een verzoek om hulp. Mijn man en ik hebben daarin willen helpen; we hebben daarom de brief gepubliceerd in 'Opbouw'. Daarop kwamen verschillende brieven binnen, bij elkaar een behoorlijk bedrag. Toen zijn we ook maar eens inlichtingen gaan inwinnen over die betreffende briefschrijver.
Hij had inderdaad een klein kindertehuis, maar hij had ook een groot gezin! Het meeste geld verdween naar dat gezin… Dat was dus mis! We wisten even niet wat we moesten doen met de ongeveer twintigduizend gulden, die we hadden ontvangen. Er waren twee mogelijkheden: of we moesten proberen soortgelijk werk in India te vinden dat wel goed en betrouwbaar was, of we moesten het geld terugsturen aan degenen die het ons hadden gegeven. We hebben voor het eerste gekozen en hebben o.a. bij InterVarsity in India inlichtingen ingewonnen.
Die gaven ons goede adressen; daarmee zijn we toen verder gegaan.
Eerst hebben we de f.20.000 over drie kindertehuizen verdeeld.
Daarna zijn we begonnen met 'financiële adoptie' van kinderen. Bij de 'Ramabai Mukti Mission' vroegen ze voor zes kinderen onze hulp. Met hen zijn we gestart; deze kinderen zijn inmiddels met hun opvoeding en hun opleiding klaargekomen.
De ontwikkeling van de organisatie is heel geleidelijk gegaan. Eerst kwamen er kindertehuizen in Oeganda bij en toen volgden Kenia en nog andere landen. Van het een kwam logischerwijs het andere. Veel van ons werk is door ons nooit gezocht; het kwam gewoon op onze weg! We hebben nooit gedacht: we gaan daar iets organiseren; veeleer WERD het voor ons georganiseerd!
Die situatie heeft voor mij persoonlijk wel steeds meer werk betekend."
Van duister naar licht
Zo is het werk allengs gegroeid, maar het kleine en kromme begin van een brief die nooit gestuurd had mogen worden, heeft ze nooit vergeten.
"Het heeft ons altijd verbaasd dat we eerst langs die ene, doodlopende weg moesten gaan." Zelf heeft ze steeds beklemtoond hoe het de Hère God was, en niet zij zelf, die dit werk heeft gewild en gedragen. Zo mogen we haar beschouwen: een kleine vrouw die in trouw en gehoorzaamheid aan Hem grote dingen heeft mogen doen.
"Haar daden volgen haar na".
Een laatste herinnering: toen ik in 1989 vijf weken in India les gaf aan een Theologische Opleiding, waren van de 200 studenten er 6 afkomstig uit de tehuizen waar 'Redt een Kind' financiële adoptie regelde. Een van die zes was Massilamani, een ernstige jongeman met een enorme bril. Hij wist dat ik uit Nederland kwam en vroeg me meteen of ik Mrs Rookmaaker kende.
Toen ik dat bevestigde, deed me dat immens in zijn achting stijgen. Maar belangrijker: hij werd prompt emotioneel en verklaarde ongevraagd: "Die vrouw is door de Here God fénomenaal gebruikt! Want wie ik was en wie ik nu ben - dat is niet met elkaar te vergelijken!
Ik had niets, geen thuis, geen ouders, geen geld, geen toekomstmogelijkheden.
Maar dankzij haar heb ik toekomst, ik heb een heel goede verzorging gehad en uitstekende vooruitzichten.
Ik wil graag iets voor Gods Koninkrijk gaan doen, want ook dankzij haar stichting - menselijkerwijs gesproken - heb ik de Here leren kennen!" Zoals hij zijn er stellig velen.
Ook nu wordt daar al van getuigd.
| Door jou - een open deur Johnson Gnanabaranam Hoe kan ik God danken als Hij mij slechts te eten en te drinken geeft? Als mijn naaste honger lijdt en dorst, hoe kan ik dan zeggen: Heer, dank voor deze spijzen? En zal ik God loven als Hij alleen mijn lichaam kleedt en alleen aan mijn gezin een woning geeft? Als mijn naaste naakt is en op straat moet slapen, hoe zal ik dan zeggen: Geloofd zij de goedheid van God? En moet ik God prijzen als Hij alleen mij gezondheid en vrijheid schenkt? Als mijn naaste ziek is of wordt verdrukt, moet ik dan zeggen: Geprezen zij Gods barmhartigheid? Zou ik werkelijk God moeten danken, dat Hij juist mij verkoren heeft? Als miljoenen mensen nog leven in duisternis, zou ik dan bidden: Dank U, God, dat ik tot Uw uitverkorenen behoor? -.-.-.- Mijn kind, Ik geef je niet te eten en te drinken om alleen jou te verzadigen en vrolijk te maken. Ik geef je, opdat jij je voedsel met je hongerige naaste deelt; door jou verzorgd, zal hij Mijn zorg erkennen en Mij danken. Mijn kind, Ik geef je geen kleding en woning, opdat jij je zou laten voorstaan op je voorspoed. Ik geef jou om je bevriezende vriend door jouw kleding tegen de kou te beschermen en om jouw huis een toevluchtsoord te maken voor mensen in nood. Als zij door jou Mijn goedheid ervaren, zullen zij Mij loven. Mijn kind, Ik geef jou geen vrijheid en gezondheid, om jou onbekommerd te laten leven. Je bent gezond om zieken en ouden te dienen, je bent vrij om verdrukten te steunen; als zij door jou Mijn barmhartigheid ondervinden, zullen zij Mij prijzen. Mijn kind, Ik heb je niet uitverkoren alleen om je geborgenheid te geven voor tijd en eeuwigheid. Veeleer heb Ik je verkoren tot medewerker van Mij; Als je Mijn liefde doorgeeft aan je medemensen, zullen zij Mijn nabijheid beseffen, hun duisternis zal licht worden, en samen met jou zullen zij Mij danken, Mij loven en Mij dienen! Door jou - een open deur..... (gelezen tijdens de begrafenisdienst |