Vrede voor de stad ?

2003-03-14
  • Jaargang 47
  • nummer 6
Jona 3,1-10

In de synagoge wordt het Jona-verhaal op Jom Kippoer gelezen. Dat is voor Joden de Grote Verzoendag waarop ze God vergeving vragen voor al hun zonden. Een dag van verootmoediging waarop niet gegeten of gedronken wordt, hoewel de tafel gedekt staat om telaten zien dat het toch ook een feestdag is. Het is een dag van vergiffenis die verzoening brengt tussen mensen onderling en tussen mensen en God. Na deze dag kan ieder weer met een schone lei beginnen.
Wat dat betreft is het natuurlijk een prachtige keus om juist op Grote Verzoendag het boek Jona te lezen. Op deze dag kijken Joden als het ware in de spiegel en herkent men zichzelf in Jona, de man die zijn roeping probeerde te ontvluchten.

Maar het lezen van het Jona-verhaal is ook een prachtige keus om wat er met Ninevé gebeurt. Een grote stad die bol van staat van het kwaad, maar uiteindelijk door God begenadigd wordt. Omdat de Ninevieten zich bekeren van hun boze weg. Ze zijn schuldig, zeker, het waren goddeloze mensen, maar ze mogen van God vrijuit gaan, omdat God genadig is en daarom berouw kreeg over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen.

Anders dan de synagoge viert de kerk niet jaarlijks zo’n Grote Verzoendag.
Dat komt omdat de dag van Jezus’ sterven voor ons de Grote Verzoendag is geworden. Toen is Jezus voor eens en altijd aan het kruis gestorven, opdat er door zijn offer vergeving van zonden zou zijn. Een eenmalige gebeurtenis waar we niet alléén, maar wel in het bijzónder op Goede Vrijdag bij stilstaan.
We lezen dan de geschiedenis van de gekruisigde Jezus, die meer dan Jona is. Toch is het Jona-verhaal, in de aanloop naar Goede Vrijdag, ook voor ons bijzonder geschikt om te lezen en te overdenken. Niet alleen vanwege wat er met Jona gebeurt, die net als Jezus drie dagen in de buik van het doodsmonster zit, maar ook om wat er met Ninevé gebeurt. Want ook daarin laat het Jona-verhaal zien wie God is. De inwoners van Ninevé ervaren dat er bij God redding is en dat God zelfs de meest goddeloze mensen liever in zijn genade laat delen, dan dat Hij zou komen om hen te straffen en te oordelen. Dat is precies waarvoor Jezus aan het kruis zijn leven kwam geven. Zelf zei Jezus dat Hij niet gekomen is om de wereld te oordelen, maar om de wereld te behouden (Joh. 12,47).

Het is deze boodschap die de kerk ook vandaag mag brengen. Dat er bij de HERE redding is voor zondige mensen.
Of die mensen nu in Ninevé, Amsterdam of Utrecht wonen, dat maakt geen verschil. Het is Jezus zèlf die deze redding is. Niet alleen brengt, maar ook is, door zijn dood en opstanding.
Jezus verlangt ernaar om ons in zijn eigen dood en opstanding mee te nemen en ons zo uit het oordeel van God weg te halen. Het is alleen al dit verlangen, waarin Jezus meer dan Jona is. Want Jona verlangde er helemaal niet naar, om de mensen van Ninevé uit Gods oordeel weg te halen.
Hij vluchtte weg van het aangezicht des HEREN. Hij ging zelfs zover dat hij probeerde in de dood weg te vluchten.
Maar Jona werd door God zelfs uit het dodenrijk eenvoudig teruggeroepen.
En alsof er niets gebeurd is, herhaalt de HERE zijn opdracht aan Jona: Sta op, Jona, ga naar Ninevé, de grote stad… Precies zoals God dat ook de eerste keer al tegen hem gezegd had.
U mag het eerste en het derde hoofdstuk van dit boek als elkaars parallel zien. Want niet alleen Jona’s opdracht om naar Ninevé te gaan wordt in dit hoofdstuk herhaald, maar ook wat er met de mensen om Jona heen gebeurt.
Namelijk dat zij ondanks Jona tot bekering komen. Het enige verschil is, dat Jona nu wèl op weg gaat. Jona staat op en gaat inderdaad naar Ninevé.
Zij het niet al te enthousiast… Dat Jona helemaal naar Ninevé in Assyrië moest gaan (in het huidige Irak), is zelf mogelijk al een uitvergroting van de werkelijkheid. Op zich was het geen vreemde opdracht voor een profeet om ook andere volken Gods oordeel aan te zeggen – er staan in de bijbel vele profetieën tegen de volken – maar vrijwel altijd werden deze profetieën gewoon op afstand, in het land Israël zelf, en voor Israëlitische oren uitgesproken. Maar Jona moet echt op weg gaan om zijn oordeelsprofetie in Ninevé zèlf uit te spreken.
Een uitvergroting van de werkelijkheid, die past bij de profetische karikatuur die het Jona-verhaal voor ons neerzet, om daarmee een bepaalde boodschap zo duidelijk en scherp mogelijk aan ons over te brengen.

Dat het inderdaad om een karikatuur gaat, dat wordt ook duidelijk als je erop let hoe de stad Ninevé wordt beschreven. Ninevé wordt beschreven als een geweldig grote stad, van wel drie dagreizen. Dat klinkt op z’n minst wat overdreven voor een stad, die volgens de opgravingen maar vijf kilometer groot is. Daar heb je geen drie dagreizen voor nodig. Maar het gaat de schrijver van het Jona-verhaal er dan ook niet om, ons over de stad Ninevé nu eens nauwkeurige, historische informatie te geven. Net als in een cartoon gebruikt hij een soort uitvergroting, om vooral de tegenstelling goed te laten uitkomen met wat Jona doet. Van Jona vertelt hij namelijk dat hij de stad begon in te gaan, één dagreis.
Nota bene: de stad Ninevé is een geweldig grote stad, drie dagreizen groot, en Jona presteert het om de stad maar één dagreis binnen te gaan.
Jona’s optreden in Ninevé wordt met opzet heel zwart-wit getekend. Hij zet geen stap meer dan strikt noodzakelijk is. En dat maakt duidelijk dat Jona nog steeds niet overloopt van enthousiasme en dat hij zijn opdracht in Ninevé zo minimaal mogelijk uitvoert.

Dat laatste geldt trouwens niet alleen van de omvang van Jona’s optreden, maar ook van de inhoud ervan: nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd! Een harde boodschap die bewust het beeld oproept van wat er indertijd met Sodom en Gomorra is gebeurd. Ook die steden werden door God letterlijk ondersteboven gekeerd. In het Hebreeuws heeft Jona voor zijn preek maar vijf woorden nodig. De opdracht die Jona al in het eerste hoofdstuk gekregen had, was dat hij tégen Ninevé moest preken.
Tégen Ninevé, want haar boosheid was opgestegen voor Gods aangezicht.
De tweede keer luidt de formulering net even anders, namelijk dat Jona aan Ninevé de prediking moet brengen, die God tot hem spreken zou. Dat klinkt iets ruimer dan de eerste keer en het wekt de suggestie dat de manier waarop Jona zich van zijn taak gekweten heeft, niet vanzelfsprekend samenvalt met wat de HERE zèlf bij Jona’s missie voor ogen heeft gestaan. Niet dat Jona zijn oordeelsboodschap zelf verzonnen heeft en dat God een vriendelijker boodschap voor Ninevé in petto had, maar het valt wel op, dat Jona’s prediking zo kort en ongemeen fel is, zonder oproep tot bekering. Ook laat Jona op geen enkele manier doorklinken, wat hij zelf ervaren heeft, namelijk dat er bij de HERE redding is. Nergens blijkt dat Jona het verlangen heeft om nu ook de mensen van Ninevé de weg van het behoud te wijzen en hen bij wijze van spreken in zijn eigen dood en opstanding mee te nemen.

Op dit punt is het verschil met de prediking van Jezus ongekend groot. Het is niet moeilijk om te zien dat Jezus meer is dan Jona, ook in de wijze waarop Hij uitvoering aan zijn roeping gaf.
Hoe scherp Jezus op sommige momenten ook over het oordeel van God gesproken heeft, Hij heeft altijd de weg van het behoud gewezen. Want Jezus kwam om te redden en niet om te oordelen. Zijn verlangen was en is, dat mensen Gods liefde leren kennen en genade ontvangen. En wat is er nu mooier dan dat mensen die deze liefde hebben leren kennen, dat verlangen ook tot het hunne maken? Maar daarvan geeft Jona in dit hoofdstuk op geen enkele manier blijk. Met zijn zwart-wit tekening lijkt het Jona-verhaal te willen zeggen dat Jona zich met een Jantje van Leiden van zijn missie heeft afgemaakt. Jona heeft zijn boodschap zo kort en zo afstotelijk mogelijk onder woorden gebracht.
Zodat je niet kunt zeggen dat Jona daarmee nu het beste voor de stad gezocht heeft. En de vraag bij dit spiegel-verhaal is natuurlijk of wij dat vandaag wèl doen. Als mensen die Jezus Christus hebben leren kennen.
Als mensen die met Hem zijn gekruisigd en opgestaan. Als mensen die uit het oordeel van God zijn weggehaald.
Zoekt u de vrede, ook voor de stad waarin u wonen mag? In haar vrede zal uw vrede gelegen zijn (vgl. Jer. 29,7).

1. God herhaalt zijn opdracht aan Jona vrijwel letterlijk. Wat zegt u dit over wie God is?
2. Overweegt u eens wat de laatst geciteerde woorden uit Jer. 29,7 voor u zouden kunnen betekenen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief