'Jezus was dertig jaar uit beeld'
2003-03-14
‘Het was alsof er een doek was gevallen. Het was me plotseling volkomen duidelijk dat Jezus de verbinding tussen mij en God tot stand had gebracht. Ik vond het diep ontroerend dat die grote God zich zo kwetsbaar had gemaakt dat Hij zijn Zoon naar de aarde stuurde om de relatie met de schepping, met mij, te herstellen!’ Aan het woord is Henk Hekman (53) over de overweldigende wijze waarop Jezus na dertig jaar bij hem in beeld kwam. Met hem, zijn vader Henk Hekman sr. (82) en zijn zoon Paul (21) spraken we over het thema van de Opbouwdag: ‘Jezus uit beeld.- Jaargang 47
- nummer 6
Als het steeds vaker alleen over God gaat…’ Wat is de betekenis van Jezus in hun leven, welke kant van Jezus en zijn werk spreekt hen wel of niet aan, en wat herkennen zij in het thema?
Henk Hekman jr. is directeur van een opslagbedrijf. Hij groeide op in een gereformeerd gezin. Tot begin jaren ’80 was hij lid van de Nederlands gereformeerde kerk te Doorn. Inmiddels is hij bijna twintig jaar lid van de Volle Evangeliegemeente in Zeist. Hekman jr.: ‘Ik heb 33 jaar in de gereformeerde kerk gezeten en al die tijd geen idee gehad wat Jezus voor mij betekende.
Het is er ongetwijfeld gezegd maar ik heb het niet gehoord. Of niet begrepen. Ik ben er afgesloten voor geweest.’
Was er wel een verlangen naar Jezus?
‘Nee. Het bijzondere is dat ik bij Jezus terechtkwam toen ik vertwijfeld op zoek was naar God. Ik wilde weten of God werkelijk bestond en hoe ik Hem kon ontmoeten. In mijn zoektocht ben ik op veel plekken geweest, onder andere bij de jehova’s en bij de Bhagwan -beweging. Tot iemand zei dat ik naar Jezus moest. Dat vond ik onzin, ik begreep het totaal niet, ik wilde God!
Vervolgens werd mij aangeraden eens bij een Volle Evangeliegemeente te gaan kijken. Kort nadat ik daar ben geweest, heb ik ’s avonds laat heel diep tot God gebeden. Of Hij zich aan mij wilde openbaren. ‘Kom naar mij toe’, vroeg ik Hem. Ik ben die avond de straat opgegaan maar kwam niemand tegen. Tamelijk gedesillusioneerd ging ik slapen, maar die ochtend stond er opeens iemand op de stoep uit de Nederlands gereformeerde kerk. Hij was op weg naar zijn werk en had gedacht: kom, ik ga even langs Henk… Hij zei dingen die ik niet verwachtte, en moedigde me aan om naar de Volle Evangeliegemeente te gaan en Jezus te zoeken. Nadat hij was weggegaan, ben ik hem nog achterna gereden. Ik wilde weten wanneer het in hem was opgekomen bij mij langs te komen. Dat was die ochtend gebeurd.
Toen wist ik dat die vriend was gestuurd door God.’
En dat was de ommekeer?
‘Diezelfde avond ben ik naar de Volle Evangeliegemeente gegaan. Ik zei: ‘Ik wil een relatie met God.’ Toen zei een van de oudsten dat ik Jezus Christus moest aannemen als mijn bevrijder.
Daarna heb ik het zondaarsgebed gebeden. Toen ik terugreed, voelde ik mij bevrijd. Dat was een overweldigende ervaring. De dag erna heb ik ervoor gekozen me aan God en aan Jezus Christus toe te wijden. Het was alsof er een doek was gevallen. Het was me volkomen duidelijk dat Jezus de verbinding tussen mij en God tot stand had gebracht. Dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is. Ik vond het diep ontroerend dat die grote God zich zo kwetsbaar had gemaakt dat hij zijn Zoon naar de aarde heeft gestuurd om de relatie met de schepping, met mij, te herstellen! Ik ben vervolgens uit mijn zaak gestapt en heb gezegd: God, hier ben ik. Vanaf nu wijd ik mij aan U.’
Wat betekent Jezus voor je?
‘Jezus is voor mij vooral mijn Vriend.
Met Hem trek ik op in het dagelijks leven. Als ik denk over beslissingen in het zakendoen, wend ik me vaak tot Jezus. Dat komt misschien ook doordat ik Hem met de discipelen in dat vissersbootje zie zitten. Dat wil ik ook.
Samen met Hem aan de slag. Hij is een Maat die altijd naast mij staat.
Een hemelse Broer.’
Welke kant van Jezus spreekt je minder aan?
‘De majestueuze kant van Jezus, de Koning, Gods Zoon. Die kant spreekt mij minder aan. Terwijl ik er natuurlijk niet aan twijfel dat Hij Gods Zoon is.
En onze Koning. Maar dat lijkt in tegenspraak met de Vriend die dicht naast me staat. Het veroordelende dat Jezus ook heeft, ligt voor mij daarmee ook veel verder weg.’ ‘In de Volle Evangeliegemeente waar ik sinds mijn bekering lid ben, neemt Jezus een zeer centrale rol in. Hoewel er de laatste tien jaar een meer evenwichtige relatie is ontstaan tussen God, Jezus en de Geest. Onze gemeente heeft als bediening heel hoog staan de bevrijding van mensen. En daarvoor is Jezus als Triomfator over het rijk der duisternis natuurlijk heel belangrijk.
Zijn Naam heeft zoveel kracht!’
Staat het thema van de Opbouwdag daardoor ver van je af?
‘Nee, ik snap ontzettend goed als een ongelovige zegt: met God kan ik nog wel wat, maar ik heb geen idee wat ik met Jezus aanmoet. Omdat ik dat zelf ruim dertig jaar heb gedacht.
Tegen zo iemand opper ik dan dat hij actief kan zoeken naar God. Ik laat dan ook de naam van Jezus een keer vallen omdat ik bang ben dat ze anders bij andere goden uitkomen.
Maar ik ben me ervan bewust dat Jezus’ naam ook weerstand oproept.
Waarom? Ik denk dat we reëel moeten zijn. Er is een tegenstander. Die heeft een enorme hekel aan Jezus omdat hij door Jezus is overwonnen.
Die tegenstander zal er alles aan doen om de verblinding bij mensen voor Jezus in stand te houden.’ ‘Dan is er nog een psychologisch aspect.
Het feit dat Jezus onze zonden op zich heeft genomen, doet ons gevoel van eigenwaarde geen goed.
Bovendien weten veel mensen niet meer wat zonde is. Ze denken: we hebben niemand vermoord of mishandeld, we geven geld aan collectes… Maar zonde is: je doel missen.
Jezus’ leven had een doel en hij heeft daaraan absoluut voldaan. Van a tot z. Bekeert de mens zich niet tot Hem, dan zullen we ons doel blijven missen.’
Dus Jezus is onmisbaar?
‘Ja, ik ben ervan overtuigd dat niemand God kan kennen zonder Jezus.
Als mensen zeggen alleen in God te geloven en met Jezus niets te hebben, dan geloven ze in een God die ze zelf hebben gemaakt. Want alleen via Jezus laat God zich kennen en laat Hij zien wij Hij is.’ ‘Doordat ik Jezus in de loop der jaren steeds beter heb leren kennen, heb ik ontspannenheid in mijn leven gekregen.
Jezus is volkomen echt. Hij heeft alles in de hand. Uiteindelijk gebeurt wat Hij wil. Dat geeft mij rust.
Vroeger kende ik in contacten over het geloof de kramp dat ik de dingen vooral heel goed moest zeggen en doen. Dat ik de mensen naar zijn troon moest slepen. Nu weet ik dat uiteindelijk toch gebeurt wat Hij wil. Op zijn tijd. Ik bid erom dat mensen de weg zullen vinden naar Jezus én dat ik daarbij niet in de weg zal lopen.
Maar ik bid ook dat als het moment daar is, ik zijn stem versta en beschikbaar ben. Want als Hij wil dat ik loop, dan loop ik!’ Henk Hekman sr. is gepensioneerd.
Zijn ouders waren hervormd. Zijn vader overleed een week voordat Henk geboren zou worden en omdat zijn vader alleen dooplid was geweest, mocht de kleine Henk niet worden gedoopt. Toen hij later trouwde met een gereformeerde vrouw, deed hij belijdenis en liet zich dopen. ‘Ik geloofde en ik wilde er ook bij horen.’ Eind jaren zestig stapte hij na de scheuring over van de gereformeerde kerk vrijgemaakt in Driebergen over naar de Nederlands gereformeerde kerk in Doorn. Daar voelt hij zich nog steeds ‘heel gelukkig’.
Henk Hekman sr.: ‘Wat Jezus voor mij betekent? Hij is de Zoon van God. Hij is ook God. God heeft zijn Zoon naar de aarde gezonden en Hij is de kruisdood gestorven voor mijn zonden.
Jezus is een aanspreektitel maar voor mij is Hij ook God. Ik zie Jezus als Middelaar en als voorbeeld voor ons, voor mij. Zo heb ik het altijd geleerd en begrepen, en zo zal dat voor mij ook altijd blijven.’
Wat herkent u in het thema van de Opbouwdag: ‘Jezus uit beeld’?
‘Niets. Absoluut niets. Wie zegt dat?
Jezus is bij mij niet uit beeld en in mijn gemeente niet. Ook nooit geweest.
Jezus is een eenheid met God en de Geest. Dat was voor mij als kind en als volwassene zo, en dat is nog steeds zo.
Daarin is in de loop der jaren voor mij niets veranderd. Het is ook niet zo dat Eén van drieën in een periode van mijn leven een belangrijker rol speelde of dat ik me meer tot Eén van drieën aangetrokken voelde. Het zou misschien zo kunnen zijn dat Jezus iets dichterbij staat dan God. Meer als een Vriend naast mij staat.’
Wat zegt u tegen een niet-gelovige die zegt: ‘Met God kan ik nog wel wat, maar ik weet niet wat ik met Jezus aanmoet’?
‘Tegen een ongelovige die zegt dat hij het bestaan van God nog wel kan begrijpen, maar het bestaan van Jezus niet, zou ik zeggen: ga de bijbel maar eens lezen, dan kom je er wel uit.
Jezus is onze Middelaar; Hij is een opstap naar God.’
Heeft Jezus in uw leven op sommige momenten een belangrijker rol gespeeld dan op andere?
‘Nee, dat geloof ik niet hoor. Hij was er gewoon altijd. Mijn zoon Henk is wel op een bijzondere manier door God gegrepen. Twintig jaar geleden.
Daarvan stonden wij wel te kijken, ja.
Dat was eerst wel heel vreemd, vooral omdat het zo plotseling voor ons was.
Kwam hij opeens langs met een grote bos bloemen. En huilen. Maar we waren er wel heel blij om. In de periode ervoor zagen we hem een hellend vlak afgaan.
Hij ging weinig naar de kerk, was hard, het geloof leefde niet voor hem. Dat merkten we aan alles. Dat het zo ten hebgoede is gekeerd, daarmee zijn we alleen maar heel blij. Toen ook hoor.
We vonden het ook niet erg dat hij naar de Volle Evangeliegemeente ging.
Daar was hij gelukkig. En of je nu naar de ene gemeente gaat of de andere, dat vind ik geen punt. Ik voel me daar niet thuis, maar hij wel. Daar gaat het voor mijn gevoel helemaal over Jezus.
Die is daar alles. Ik keur dat niet af, maar ik ben meer happy in mijn eigen gemeente.’ ‘Het enige wat ik toen wel erg heb gevonden is dat hij in die gemeente opnieuw werd gedoopt. Dat vond ik eerst wel pijnlijk. Alsof de keer dat wij hem ten doop hebben gehouden, geen waarde heeft gehad. Maar ja, nu zeg ik: twee keer dopen is beter dan geen één keer.’
Paul J. Hekman (21) is de tweede zoon van Henk jr. Hij woont bij zijn ouders in Zeist. Hij is zijn hele leven lid van de Volle Evangeliegemeente in zijn woonplaats – ‘vooral de laatste vier jaar met zeer veel plezier’.