Zegenende preeklezer

2004-08-20
  • Jaargang 48
  • nummer 16
VOORTHUIZEN - De meningen over de ‘bevoegdheden’ van een preeklezer verschillen nogal. Met name geldt dit het uitspreken van de groet aan het begin en de zegen aan het einde van de dienst. (Zeg je ‘u’ of ‘ons’? Met of zonder handopheffing?) De kerkenraad van Voorthuizen heeft erover gesproken en Ad de Boer doet er in het plaatselijke kerkblad verslag van.

‘De kerkenraad is van oordeel dat ook gemeenteleden die van de kerkenraad de bevoegdheid hebben gekregen om de dienst te leiden, gerechtigd zijn om de zegen(groet) ongewijzigd uit te spreken en daarbij de handen op te heffen.
Daarbij hebben we – met dank aan de GKV-synode – overwogen, dat voor het zegenend groeten en zegenen van de gemeente in Gods naam geen speciale vereisten gelden (bijvoorbeeld ambtsdrager zijn). Wie bevoegd is tot diverse andere elementen in de dienst, zoals het lezen van de wet, schuldbelijdenis of genadeverkondiging of het voorgaan in gebed, is ook bevoegd tot het zegenend groeten en zegenen van de gemeente. De zegen(groet) in de dienst is niet aan het ambt verbonden , maar aan het Woord; het iszou je kunnen zeggen – een zeer geconcentreerde vorm van Woordbediening, toevertrouwd aan degene die daarvoor door de kerkenraad is gemachtigd. Overigens verplicht de bevoegdheid om de zegen(groet) ongewijzigd uit te spreken niet tot het gebruik van die bevoegdheid.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief