Jezus zien en ervaren
2003-03-14
Vijf kleine miniatuurtjes vindt u in dit themanummer van Opbouw. Bedoeld als even zo vele kansen om Jezus te ontmoeten en onder de indruk te komen van wie Hij is. Niet meer dan in een paar woorden een ‘plaatje van Jezus’ neerzetten. Zonder daar nog eens een redenering of bewijs tegen aan te plakken. Dat was de bedoeling.- Jaargang 47
- nummer 6
In zijn nieuwste boekje ‘Jezus zien en ervaren’ probeert de Amerikaanse predikant John Piper ook zoiets.
Met open ogen!
In zijn voorwoord vraagt Piper de lezer om niet te gaan zitten wachten op een of andere influistering van Gods kant, dat Jezus echt is. Piper schrijft: ‘Jezus, zoals Hij is geopenbaard in de Bijbel, heeft een heerlijkheid waarvoor geen ander bewijs nodig is. Het is alsof we de zon zien en weten dat die licht is en niet donker, of honing proeven en weten dat die zoet is en niet zuur. Er is geen lange redenering nodig, van voorstelling tot conclusie. Je voelt direct aan dat deze Persoon waar is en dat zijn heerlijkheid de heerlijkheid van God is’ (p.12). Dat is mooi gezegd en in dertien korte hoofdstukken probeert Piper daar iets van te laten zien. Elk hoofdstuk eindigt met een gebed om zo het beoogde nog te versterken.
Heerlijkheid
Bijzonder vond ik het licht dat Piper laat vallen op de heerlijkheid van Jezus. Het is een heerlijkheid, die geen andere is dan de heerlijkheid van God, zo citeerde ik zo even al. Waarvan ons ook zoveel tegemoet fonkelt in de schepping (de hemelen vertellen Gods heerlijkheid, psalm 19). Het grote doel van God is nu, dat wij mensen die heerlijkheid weer voluit zullen kunnen genieten.
Maar er is in het menselijke veel geblokkeerd en vastgelopen in zonde en dood. Verlossing, vergeving, rechtvaardiging, verzoening en heiligingstuk voor stuk al grote wonderen - effenen volgens Piper de weg naar de grootse ontknoping, waar God mensen laat delen in de heerlijkheid van Christus (p.20). Met alle vreugde van dien.
Leeuw-lam
Lezend in het boek valt er veel te genieten.
Ik denk aan het derde hoofdstukje waarin Piper ingaat op Jezus als lam en leeuw, kwetsbaar èn krachtig tegelijk. Het sluit aan, zo zegt hij, op onze menselijke omstandigheden met vergankelijkheid èn besef van eeuwigheid.
Of ook op onze menselijke gevoelens van verlangen naar echt mens-zijn (psalm 8) èn de eigen onmacht daarbij.
In een andere passage wijst Piper er op dat je juist bij de leugens en lasterpraatjes over Jezus geconfronteerd wordt met het unieke van de Heer. De roddel dat Jezus een bastaard was raakt het geheimenis dat Hij ontvangen is van de Heilige Geest. Dat hij at met mensen van matig allooi, brengt je bij de heerlijkheid van zijn barmhartigheid (p.67).
De vernederde
Wil je Jezus ontmoeten in zijn aardse dienst, dan moet je vooral in het hoofdstuk zijn over de rijkdom van Gods barmhartigheid (10). Daar zie je Jezus in zijn ontmoetingen met blinden, bezetenen, fraudeurs en hoeren. Eerlijk gezegd had ik dit hoofdstuk liever in het begin van zijn boek willen zien, want nu gebeurt dat pas op p.93 (van de 128 pagina’s tekst). Piper zet in zijn boek ook direct hoog in, als hij het in de eerste twee hoofdstukken heeft over ‘het uiteindelijke doel van Jezus Christus’ en ‘de godheid van Christus’.
Maar daardoor lukt het hem in het vervolg van zijn boek lang niet altijd om op ooghoogte met de vernederde Heer te komen. Bijvoorbeeld als het gaat over ‘de wijsheid van Christus’.
Dan komt de wijsheid en het inzicht van de aardse Jezus mij teveel in de sfeer van ‘alwetendheid’ te liggen.
Ook als Petrus tegenover de Opgestane Heer verzucht ‘Heer, U weet alles’ (p.59), dan zou ik daar toch niet de kant van alwetendheid mee uitgaan. En een zin als ‘De omvang van Jezus’ kennis is een overtuigende waarborg voor het geloof in zijn goddelijke oorsprong’ vind ik een vrucht van teveel redeneren en daarbij weinig overtuigend.
Jammer, want op zulke momenten beneemt Piper je met zijn geredeneer het directe uitzicht op de Heer. En dat was juist de insteek van zijn boek, waarbij hij zelfs niet zat te wachten op een influistering van Gods kant - ‘dat Jezus echt was’. En dan tóch de betogende Piper, alsof hij de lezer uiteindelijk niet helemaal alleen durft te laten met Jezus in al zijn heerlijkheid.
Confronterend
Mooi is wel weer dat Piper niet schroomt om ook de harde kanten van Jezus te laten zien. Jezus is geen aangepaste Jezus en beschaafde kruisen bestaan niet, zo schrijft hij in het begin van zijn boek (p.10). Jezus’ barmhartigheid is streng en met die kant keert de Heer zich tegen de kwaadaardigheid en de doofheid van de wereld (p.100). Piper wijst er ook op dat er niemand in de bijbel zo vaak en indringend heeft gesproken over de hel. Dat zijn confronterende zinnen, die te denken geven. En dat in een boekje over Jezus zien en ervaren en intens van hem te genieten. Wat valt er in zulke harde passages nog te genieten, hoor ik mezelf denken. Maar in een volgend moment realiseer ik me dat ik in de luxe hoek van de wereld leef en dat op zoveel plaatsen de hel huiveringwekkend dichtbij is. Om de hoek van de gekwetste blik van een diep vernederde of in de holle ogen van een stervend kind.
N.a.v. John Piper, Jezus zien en ervaren en intens van Hem genieten; Gideon Hoornaar 2003; prijs 10 Euro (ongetwijfeld aanwezig op de boekentafel tijdens de Opbouw-dag).