'We praatten, zoenden en hadden seks; meer niet'

2003-03-14
  • Jaargang 47
  • nummer 6
Onder de middelbare schooljeugd zijn ze onvoorstelbaar populair, de schrijvers Ronald Giphart, Joost Zwagerman en in iets mindere mate Arnon Grunberg. Herkennen jongeren in het werk van deze auteurs hun eigen leefwereld? Het is niet te hopen.

Juist om die populariteit was ik al veel eerder van plan in Opbouw aandacht aan ze te besteden, maar een bepaalde tegenzin tegen de inhoud van hun werk heeft me er tot nu toe van weerhouden.
Grunberg is wel ter sprake geweest, in 1998 toen zijn kleine roman De heilige Antonio als boekenweekgeschenk dienst deed.1) Ook nu is het de boekenweek die me dwingt: dit keer om Gìphart te bespreken: als u tussen 12 en 22 maart voor minimaal 11,11 euro een boek aanschaft, krijgt u zijn novelle Gala cadeau.

Geheime liefde
Wat we erin voorgeschoteld krijgen is wat Meija te vertellen heeft aan haar dode, geheime liefde Panc, die binnen drie weken aan een hersentumor overleden is. Het betreft een geheime liefde, want van hun hartstochtelijke verhouding mogen Pancs vrouw Elaine en Meija’s vaste vriend niets weten.
Panc is in feite haar baas, hij is namelijk eigenaar van een groep filmsterren en acteurs, samen Mijn Mensen geheten, voor wie hij bemiddelt bij filmregisseurs en toneeldirecteuren.

Feestavond
De periode waarover Meija verslag doet, is de dag waarop ’s avonds het Gala plaats vindt, een feestavond ter viering van het 15-jarig bestaan van het bedrijf. Panc is dan wel nog maar kort geleden gestorven, maar hij had erop gestaan dat het feest zou doorgaan.
Meija beschrijft het feest en de voorbereidingen ervoor. Tussen haar verhaal door verwerkt ze herinneringen als flahsbacks, waarvan de meeste betrekking hebben op haar relatie met Panc.

Onsmakelijke vertoning
Het feest zelf is een mix van meegeschreeuwde popmuziek en een aantal opgevoerde acts. Naarmate de avond vordert en het alcoholgehalte van de feestgangers toeneemt, loopt de zaak meer uit de hand. Iemand is toch achter de geheime relatie van Meija en Panc gekomen. Als Pancs vrouw, getergd door jaloezie, al scheldend Meija vernedert, begint de dronken meute zich tegen haar te keren. Zij heeft ook wel wat te vertellen, het een roept het ander op en zo wordt alle verzwegen rottigheid de zaal in geslingerd.
Om beurten schreeuwen ze elkaar de smerige waarheid in het gezicht. Ieder blijkt ontrouw: allemaal bedriegen ze elkaar en allemaal zijn ze bedrogen.
Maar het ‘hoogtepunt van het dieptepunt’ moet nog komen: Meija’s echte liefde, Fräser, heeft zich die morgen in het ziekenhuis laten steriliseren - ze beschrijft het tot in details – en dat leidt op het toppunt van het feest tot een hoogst onsmakelijke vertoning.
De volgende dag komt Meija tot de conclusie dat, als ze zou moeten kiezen tussen Panc en Fräser, haar voorkeur toch naar de laatste zou uitgaan.
Einde verhaal.

Oppervlakkigheid troef
En toch is het geschreven door een auteur die het vak beheerst: Die een verhaal weet op te bouwen en knap pe dialogen schrijft, die goed formuleert met veel humor. En die speelt met de taal: ‘de zaal zingt schelkeels mee.’ Kiespijn heb je als je niet weet wie je kiezen moet.
Telkens op het juiste moment citeert Meija uit het Orakelboek van Gracián met 300 wenken ‘hoe goed te leven’.
De personen tekent hij wel levensecht, maar ze zijn zulke oppervlakkige wezens dat je nauwelijks van karakters kunt spreken. Ze hebben weinig diepgang.
De relaties die ze aangaan hebben dan ook nauwelijks een basis. Zelfs de dood van Panc doet hen weinig.
Meija is de enige die nog even iets van verdriet voelt, maar daar houdt het dan ook mee op. Het zijn figuren waar ik niet mee zou willen omgaan.

Het verworden leven
Om over hun leefwereld maar niet te spreken. Stuk voor stuk leven ze voor genot en vooral dan seksueel genot.
‘We praatten, zoenden en hadden seks’.
(53) Het zou het motto van hun leven kunnen zijn.
Seks is een los verkrijgbaar artikel, liefde is iets van zeer tijdelijke aard en trouw een achterhaald begrip. In die dolgedraaide wereld geldt alleen: ‘Als ik bij jou ben, ben jij de enige’. Wat inhoudt: zolàng ik bij jou ben, ben jij de enige.
Liefdesaffaires met getrouwden zijn heel gewoon, al moet je wel even slikken als je zelf ook bedrogen wordt.
Waar je medemens er alleen maar is om jou te dienen en te bevredigen, hoef je je er niet over te verbazen dat vooral allochtonen en gehandicapten slachtoffer zijn. De spot met de Marokkaanse Naousa, de ‘beroepsallochtoon’, die mag opdraven zodra ze subsidievoordeel brengt, vind ik wel erg ver gaan, evenals de manier waarop de dwerg Max behandeld wordt.
Maar waar God en zijn geboden zo ver voorbij de horizon verdwenen zijn kun je dat verwachten.

Mene tekel
Dood is dood voor de meeste figuren.
Zeker voor Meija. Ze richt zich het hele verhaal dan wel tot de dode Panc, maar zegt zelf: ‘Praten tegen een dode lijkt me het niet kunnen accepteren dat iemand overleden is.’ O ja, Meija is ook nog bekend met God.
Hij mag opdraven om de bezoekers van het feest duidelijk te maken hoe Meija over hen denkt. Met zijn hand op de muur. Zoals Hij vroeger eens zijn mene tekel op een wand schreef. Zijn mene tekel past hier overigens wonderwel.
Ook de situaties zijn vergelijkbaar.
Alleen het laatste woord: peres, ver(oor)deeld, hoort er dan wel bij.

Populair bij jongeren
Zoveel aandacht voor zoveel smerigheid?
Ja, om twee redenen. In de eerste plaats: het boekje wordt in een oplage van 780.000 exemplaren verspreid en komt dus in de handen van velen.
En in de tweede plaats om duidelijk te maken waar Nederlandse jongeren anno 2003 naar grijpen; ik vertelde al: Giphart geldt voor hen als de meest populaire schrijver. Ik denk dat het belangrijk is, zeker voor ouders van middelbare schooljeugd, hier kennis van te nemen.

Beledigd
Maar ik voel me beledigd als iemand denkt me met dit cadeau blij te maken.

Naschrift:
Dit artikel geschreven hebbend lees ik in de krant (ND 4 maart): ‘CLK keert zich tegen boekenweekgeschenk’.
Is de CLK niet wat laat met zijn klacht?
Op het moment dat de CPNB Giphart aangezocht had – een jaar geleden ! – was toch al ongeveer duidelijk waarmee hij zou komen? Heeft hij ooit anders geschreven?

N.a.v. Ronald Giphart, Gala. Uitg. Podium, 2003. 89 blz. ISBN 90 74336 82 5

1) Zie Opbouw jg 42, nr 5; 6 maart 1998; blz 86

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief