Christendom geen ‘geloof van het Boek’

2004-09-03
  • Jaargang 48
  • nummer 17
Sinds 11 september 2001 en het optreden van wijlen Pim Fortuyn staat de islam in het middelpunt van de belangstelling. Veel Nederlanders – vooral zij die van God los leven – vinden dat geen prettig idee. Waren ze net af van het fundamentalistische christendom van de afgelopen eeuwen, dient zich een nieuwe benepen en beknellende godsdienst aan die zich tegen het verdorven westen keert.

Gemakkelijk worden de orthodoxe islam, het dito christendom en jodendom over één kam geschoren en daar lijkt ook reden toe – want er is veel dat deze godsdiensten gemeen hebben. Alle drie zeggen ze van Abraham af te stammen.
Alle drie heten ze de ‘godsdiensten van het Boek’. Maar is dat wel terecht?
Het misverstand ligt zomaar om de hoek. Dr. J. van der Graaf, voormalig secretaris van de Gereformeerde Bond, schreef onlangs een artikel over het opdringen van de islam als een reëel gevaar voor ons land (Nederlands Dagblad, 8 juli). Hij beoordeelt in dat artikel de islam en het christendom naar hun integrale heilige boek. Natuurlijk heb je die boeken nodig bij die taxatie – maar van belang is dat je duidelijk maakt dat het christendom geen ‘godsdienst van het Boek’ is.
Van der Graafs deed dat niet expliciet.
Ik denk dat veel christenen hier nooit over nadenken en zich gedachteloos de status ‘gelovige van het Boek’ laten aanmeten. Dat kon ons wel eens opbreken in het gesprek met onze buren en collega’s, die vast denken dat wij net zo’n soort geloof hebben als de Turken en de Marokkanen.

Persoon
Inderdaad hebben joden, christenen en moslims alledrie een Boek waar ze zich op beroepen. Maar het is oppassen geblazen, want het ene Boek is het andere niet. Er is zelfs een zo principieel verschil tussen deze drie Boeken dat christenen zich de titel ‘gelovigen van het Boek’ niet meer zouden moeten laten aanleunen.
Allereerst is er al een verschil tussen de complete bijbel van de christenen en het eerste deel ervan dat de joden kennen. Konden joden nog denken dat de waarheid in hun bijbel (de Tenach) lag opgesloten, christenen lezen in hun Nieuwe Testament dat Jezus zegt: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.' Niks Boek: de Waarheid is belichaamd in een Mens, tevens Gods Zoon. Onvoorstelbaar maar waar.
Maar als dit zo is, dan kun je het christendom niet zomaar beoordelen op zijn integrale Heilige Boek.
Niet de bijbel is de grondslag van het christelijk geloof. De grondslag van het christelijk geloof is Jezus Christus zelf. Zoals Paulus het zegt: ik heb besloten om niets anders te weten dan Jezus Christus, en wel gekruisigd (1 Cor. 2:2). Natuurlijk kunnen we de bijbel niet missen en is dit Boek een godsgeschenk, tot stand gekomen door Gods leiding, dat richting geeft aan ons leven.
Maar wat zij niet is, namelijk fundament van het geloof, dat moeten we van haar ook niet willen maken.
We zouden haar onrecht doen en overvragen. Als de waarheid een Persoon is, is zij nooit in een boek te vatten.

Geen blok beton
En dan is er nog iets anders dat de Boeken van joden en christenen enerzijds onderscheidt van het Boek van de moslims anderzijds. En dat is het historische karakter van de bijbelse openbaring, zoals ds. H. de Jong afgelopen voorjaar in een paar intrigerende artikelen in Opbouw heeft aangetoond. Kort samengevat schreef hij: er is ontwikkeling, groei en verandering in de Bijbel; en die verandering is al binnen het Oude Testament zichtbaar, bijvoorbeeld als een eunuch de toegang tot de tabernakel eerst ontzegd wordt (Deut. 23:1), terwijl later het wenkende perspectief wordt gegeven dat deze mensen de tempel wel binnen mogen komen (Jes. 56:4-5). God gaat dus – concludeer ik - nooit tijd-loos met mensen omgaat, maar springt altijd in op de tijd en culturele eigen(aardig)heden - die overigens niet buiten Hem om tot stand gekomen zijn! – die Hij aantreft waar Hij de mens opzoekt. Die verandering wordt nog sterker zichtbaar in het Nieuwe Testament, maar van belang is dat deze al gegeven is in het Oude Testament. De bijbel is geen monolithisch, tijdloos blok beton dat ons toegevallen is. Het is Gods wandeling met ons, een wandeling die nu anders is en over andere dingen gaat dan duizend of veertig jaar geleden. Daaraan mogen wij ook de vrijmoedigheid ontlenen om naar de letter af te wijken ook van bepaalde aanwijzingen uit het Nieuwe Testament, om des te meer in de geest ervan te blijven handelen. Het zal onze omgang met de heikele kerkelijke vraagstukken van homofilie en de vrouw in de kerk ontspannener maken. En het geeft tevens het fundamentele onderscheid aan met de koran die – tezamen met de overlevering van de profeet – wel voor moslims de definitieve en in alle tijden gelijkblijvende wil van Allah bevat. En voorzover moderne moslims die overtuiging hebben losgelaten, kunnen ze zich daarvoor niet beroepen op het karakter van hun heilige Boek zelf.

Christendom en cultuur
Dan nog iets anders. Met Van der Graaf in het Nederlands Dagblad zullen veel christenen het eens zijn in hun vrees voor de teloorgang van de christelijke cultuur in Europa.
Inderdaad is ons continent en zeker ons land diepgaand beïnvloed door het christendom en is zij daar meestal niet slechter van geworden (soms ook helaas wel). En tochtoch is het riskant om het christelijk geloof te promoten met als argument dat het cultuurvormend is.
Maar al te snel overschatten we dan de mens, want cultuur is vaak een dun vernisje dat er zomaar af kan vallen, zoals we in de afgelopen eeuw in twee wereldoorlogen hebben gezien. Of we overvragen het christelijk geloof. Want God roept ons niet op tot cultuurvorming, maar tot bekering. Het roept mensen op om zich in dienst te stellen van dat Koninkrijk dat in geen enkel opzicht van deze wereld is. Ook niet in cultureel opzicht.
Cultuurvorming is niet meer dan een bijproduct.
Het is waar, het christelijk stempel dat Nederland droeg verdwijnt meer en meer, na de vloedgolven van verlichting, ongeloof, secularisatie en de opmars van andere religies.
En daar wordt Nederland niet mooier van. Maar laten we de geestelijke strijd die dat oplevert voeren met de juiste inzet. En laat dat niet zijn de verdediging van onze 'christelijke cultuur' of onze 'christelijke verworvenheden'. Maar onze betrokkenheid op Jezus Christus, Zijn Koninkrijk en de gerechtigheid daarvan. Dat is het enige waarmee we de vuurproef kunnen doorstaan en voor onze cultuur en onze islamitische medeburgers iets kunnen betekenen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief