VOP - 2

2004-09-03
  • Jaargang 48
  • nummer 17
De vorige keer gaf ik hier een reactie door uit de GKV op het besluit over de Vrouw in het Ambt, ditmaal een reactie uit CGK-kring. Prof. dr. J.W. Maris (voorzitter van Deputaten Eenheid van de CGK) schreef op 9 juli in De Wekker:

Met spanning is binnen en buiten de Nederlands Gereformeerde Kerken gewacht op de besluitvorming van de Landelijke Vergadering over de ambten, door sommigen met verwachting, door anderen met vrees.
Het studierapport Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten (VOP) over de openstelling van de ambten voor de vrouw was al wijd bekend, vooral doordat het op de website van de NGK was te raadplegen. Het wees uitdrukkelijk de kant op van de openstelling van alle ambten voor vrouwen evengoed als voor mannen. In 1995 was al ruimte gemaakt voor vrouwelijke diakenen. In de voorafgaande onderbouwing was toen al gesteld dat het beginsel waar het om moest gaan alle ambten betrof, dus ook dat van ouderling en predikant.
Of destijds om praktische of toch om principiële redenen in het besluit de deur alleen voor vrouwelijke diakenen werd geopend bleef wazig.
Achteraf gezien is de tendens toen wel gezet. De Landelijke Vergadering heeft nu de ontwikkeling voltooid en de besluitvorming gecompleteerd. De weg is open voor vrouwelijke ouderlingen.
En voor predikanten? Nee, voor predikanten niet. Daarover zal de LV over drie jaar beslissen. Hoe principieel is de genomen beslissing?
Het is wel belangrijk te zien dat de principiële beslissing nu - op 25 juni j.l. - genomen is. De LV oordeelde dat voldoende is ingegaan op de vragen, o.a. die van de kant van Vrijgemaakte Gereformeerde en Christelijke Gereformeerde Kerken, maar ook van binnen de NGK en op de LV. De bijbels-
theologische onderbouwing in het rapport werd aanvaard.
In de besluitvorming wordt gesteld, dat de toelating van vrouwelijke ambtsdragers een zaak van christelijke vrijheid is. Het moet niet, maar het mag wel, bijbels gezien. En dat nog drie jaar op vrouwelijke predikanten moet worden gewacht? Dat is omdat het besluit alle plaatselijke kerken raakt, die het nog moeten aanvaarden (ratificeren). En een gemeente die er moeite mee heeft, heeft toch met de toelating van een vrouw als predikant te maken op een regio-vergadering.
Daar zit een bepaalde kerkrechtelijke opvatting achter die we in de CGK zo niet kennen. Wij menen dat in het besluit van een meerdere vergadering de plaatselijke kerken wezenlijk al gesproken hebben. Maar goed - dat constateren we zonder al te grote pijn. De meeste moeite zit ergens anders.
En de klok zal over drie jaar niet worden teruggezet. De beslissing is gevallen.
Ook het regeerambt staat open voor de vrouw.
De kern van het rapport, en van de genomen beslissing, ligt in de hermeneutiek.
Dat wil zeggen in de manier waarop met de gegevens van de Schrift wordt omgegaan.
Vorig jaar heeft de desbetreffende studiecommissie het VOP-rapport aan de christelijke gereformeerde deputaten voor eenheid aangeboden met het verzoek om commentaar. Dat hebben deputaten gegeven, onder verwijzing naar de publicatie van de synode van 1998 Vrouw en ambt, en nadat waardering is uitgesproken voor het stellig zorgvuldig geschreven rapport: ‘Wat kon worden vastgesteld is, dat de conclusies van het rapport gebaseerd zijn op een hermeneutische keuze, waardoor van een aantal besproken schriftgegevens is gezegd, dat die om redenen van contextualiteit niet doorslaggevend kunnen zijn. Dat de hermeneutische vragen, zoals ze in het rapport aan de orde worden gesteld, noodzakelijke vragen zijn, wordt door ons erkend. Dat uw commissie er kennelijk mee geworsteld heeft, en er niet lichtvaardig mee is omgegaan, wordt evenzeer erkend en gerespecteerd.’ Toch uiten deputaten hun grote zorg.
Die is namelijk ‘dat de hermeneutische keus van het rapport tot gevolg heeft, dat een aantal schriftgegevens niet in hun bedoeling opengaan, maar als voor ons niet relevant kunnen worden terzijde gesteld. Deze hermeneutische discussie, dit dilemma zelfs, heeft ook op de synode van 1998 een rol gespeeld. Wat toen de doorslag heeft gegeven is het verlangen geweest de Schriften ook op deze punten open te laten, en niet te sluiten.’ Dan wordt vastgesteld, hoewel de worsteling van de commissie wordt onderkend, dat in de gemaakte keus ‘per saldo de Schrift eerder gesloten dan geopend wordt.’ () (Ook moet) ‘niet vergeten worden welke gevolgen dit plaatselijk kan hebben. Een rechtstreeks probleem kan ontstaan voor de gemeenten van NGK en CGK die een samenwerkingsverband met elkaar hebben.
Ambtsdragers en gemeenteleden van de NGK zullen zich bij het niet gebruiken van de vrijheid tot het aanstellen van vrouwelijke ambtsdragers belemmerd voelen werkelijk te participeren aan de besluiten van de eigen kerkgemeenschap, en van christelijke gereformeerde kerken en hun ambtsdragers wordt uiteraard verwacht, dat ze zich houden aan de besluiten van de generale synode, zodat zich een pijnlijke frictie van verschillende loyaliteiten kan voordoen.’ In die situatie komen we dus nu te verkeren. Op de waarschuwingen is niet of nauwelijks ingegaan. Dat doet wel zeer. CGK-kerkenraden die zich voor de genoemde frictie geplaatst zien, mogen beseffen dat het niet aangaat via een besluit van de LV de afspraken waar wij binnen het eigen kerkverband beloofd hebben ons aan te houden, te negeren.
Een kerkelijk besluit, qua onderbouwing problematisch, dat zou kunnen leiden tot spanningen binnen een samenwerking die als iets moois van de Here wordt beleefd. De LV heeft ons hier niet blij mee gemaakt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief