Tegenstander
2004-09-17
Soms heb je het gevoel dat alles om je heen lijkt te wankelen. Onrecht, zelfverrijking en egoïsme lijkt steeds normaler te worden. We laten ons de wet niet meer stellen en zonde is een onbekend woord. Om van vergeving nog maar te zwijgen.- Jaargang 48
- nummer 18
Milieuorganisaties luiden de noodklok.
Nog enkele decennia en de aarde is uitgeput, opgebruikt.
Je ziet het om je heen, ervaart in het eigen leven de afbraak en als het in de krant of op de tv onder woorden wordt gebracht, denk je: inderdaad dat voel ik nou ook. Ongemerkt glijden we mee naar onderen.
Plotselinge ziekte kan het leven overhoop gooien. Het jonge gezin waarvan de vader overlijdt. De moeder van pubers die kanker krijgt en voor haar leven vecht. Mijn vriendin die haar man aan dezelfde ziekte na jaren van tobben verliest. Als ze zich weer enigszins heeft hersteld blijkt ze het zelf ook te hebben. Juist als ze weer oog krijgt voor de goede dingen van het leven treft dit haar als een mokerslag.
En de vraag, de altijd gestelde vraag, is: waarom? Waarom overkomt dit mij, waarom nu. Ook de omgeving worstelt met die vraag, vaak nog meer dan de persoon in kwestie zelf.
En onwillekeurig komt de gedachte op: waar is God? Is Hij er wel? Had Hij het niet kunnen voorkomen? We reageren vaak opstandig en boos: waarom doet God dit? We leggen de schuld bij Hem die immers almachtig is, terwijl je de eigenlijke boosdoener over het hoofd ziet. Wij moderne mensen houden te weinig rekening met Gods grote tegenstander de satan. Van hem is bekend dat hij niets liever doet dan mensen van God aftrekken, weghouden.
Hij is de bederver van alle dingen.
Als hij Gods goede schepping en rijke gaven in geluk, liefde, blijdschap en gezondheid kan verstoren zal hij het niet laten. Ons probleem is, dat wij God er op aan kijken, en aan de tegenstander niet denken.
Al het goede komt van God, en het kwade, daar kan hij iets mee, heb ik altijd geleerd.
Ik heb wel eens van mensen gehoord die ongelooflijk veel moesten meemaken en die in alle nood zeiden: we hadden het niet willen missen, want ons leven is er door verdiept en verrijkt.
Toch blijft het zwaar te verteren: de distributie van ziekte verdriet en pijn in het leven.
De vraag naar het waarom zal altijd worden gesteld, maar we moeten afleren God de schuld in de schoenen te schuiven. Hij wil dit nog minder dan wij maar Hij heeft te maken met een gebroken wereld. Telkens belooft Hij ons dat het eens definitief zal veranderen Zijn tegenstander ligt al aan de ketting. We moeten ons er van bewust worden dat God niet tegen, maar vóór ons. Dat hij de grond onder ons bestaan is, de eeuwig trouwe.
Hij, die het beste met ons voorheeft.
In een belijdenisdienst hoorden we jonge mensen ‘ja’ zeggen. Een menselijk feilbaar woord. God zegt ook ‘ja’ tegen ons en dat woord is onfeilbaar.
Daar kunnen we van op aan.
Soms heb je het gevoel dat alles om je heen lijkt te wankelen. Alles. Behalve Hij. Credo.
Het leven is goed maar toch gebroken onze schuld Alles wordt nieuw, ook dit lichaam.
Van je gedachten de onmacht, ontoereikendheid ziekte, verdriet en pijn wordt je verlost.
Dan zal geen mens ooit meer eenzaam zijn.