De predikant en zijn functioneren
2004-10-01
In juni heeft de (vrijgemaakte) Gereformeerde Kerkbode voor Groningen, Fryslân en Drenthe vier nummers gewijd aan het thema: het ambt van predikant. Dat levert een aantal nuttige beschouwingen op, waaruit eens te meer blijkt - voor wie dat nog niet wist - dat problemen zich niets aantrekken van kerkmuren.- Jaargang 48
- nummer 19
Ds. Henco Lopers schrijft op 11 juni over het functioneren van de predikant.
Het beroep van predikant wordt traditioneel vergeleken met dat van een arts en een jurist. Alle drie waren het oorspronkelijk zijns-beroepen. Je was 24 uur per dag, zeven dagen in de week arts, predikant of jurist. Maar in vergelijking met de arts en de jurist is er voor de predikant één groot verschil.
Artsen en juristen hebben zich in de loop van de eeuwen gespecialiseerd.
Hun taken zijn steeds verder afgebakend. De huisarts, de internist en de chirurg hebben elk hun eigen specialisme, elk hun eigen taken. En ook onder de juristen zien we een specialisatie in taken. Sommigen hebben zich gespecialiseerd in het strafrecht, anderen in het vermogensrecht en weer anderen bijvoorbeeld in het belastingrecht. De predikant vervult als enige binnen onze samenleving nog alle taken die verwant zijn aan zijn ambt.
Hij moet goed zijn in het voorgaan in kerkdiensten. Hij moet bekwaam zijn in het verkondigen aan binnen- en buitenkerkelijken. Hij moet bedreven zijn in het pastoraat aan kinderen, jongeren, ouderen, gescheiden broeders en zusters, mensen met psychische moeiten, mensen in situaties van rouw, verlies of verdriet, mensen die leven met verstoorde relaties, enz. enz. En we verwachten dat een predikant op elk van deze gebieden professioneel kan optreden. Maar ook moet hij goed zijn in catechisaties, in het leiding geven aan een gemeente, in het toerusten van gemeenteleden en ambtsdragers, in het overzicht over de regering en de opbouw van de kerk. Al met al een hele waslijst aan specialistische taken. In de loop van de eeuwen zijn we steeds meer van een predikant gaan verlangen. En daarom moeten we bij moeiten in het functioneren van een predikant niet alleen zoeken naar de oorzaken in de persoon van de predikant zelf. Ook de afbakening van zijn functie en zijn taken zullen eerlijk moeten worden bekeken.
(Ook) de omgeving van de predikant kan een bron zijn van frustratie, die hem ernstig belemmert in zijn functioneren.
Hoe reageren bijvoorbeeld mensen rond de predikant op zijn functioneren? In eerste instantie gaan de gedachten dan uit naar de mensen binnen de gemeente waar de predikant werkt. Hoe communiceren zij lof, kritiek en weerstanden? De manier waarop deze worden geuit kan zeer belastend zijn voor een predikant.
Maar ook veranderingen in de persoonlijke leefomgeving van een predikant kunnen van grote invloed zijn op zijn functioneren. Wanneer een predikant privé te maken krijgt met verlies of verdriet stempelt dat zijn functioneren.
Is daarvoor ruimte in de gemeente?
Krijgt ook de predikant steun vanuit zijn omgeving?
Maar niet alleen op het relationele vlak wordt een predikant beïnvloed door zijn omgeving, ook het materiële telt daarbij mee. Een predikant die te krap woont en geen rustige werkplek in zijn woning kan vinden, zal op den duur vrijwel zeker met spanningen te maken krijgen. Ook schijnt het nog regelmatig voor te komen, dat predikanten met financiële problemen te maken krijgen. Een predikant die zich te nadrukkelijk bezig moet houden met de materiëIe onderhouding van zichzelf en zijn gezin, houdt minder (geestelijke) ruimte over om zich ten volle voor de gemeente in te zetten. Ook deze factoren uit de omgeving van de predikant kunnen van grote invloed zijn op zijn functioneren.
Nog steeds hoeft de oorzaak niet gezocht te worden in de persoon van de predikant zelf. Soms kan een verbetering van zijn omstandigheden bijdragen aan een grote vooruitgang in zijn optreden. () Wanneer er in een gemeente moeiten ontstaan met betrekking tot het functioneren van een predikant, is het van groot belang om de oorsprong van die moeiten te achterhalen. Soms liggen die moeiten in de predikant zelf.
Maar net zo vaak liggen die moeiten in het takenpakket of de verwachtingen van de omgeving. Daarom is het goed om de vraag te stellen: Zijn de omstandigheden waarin de predikant moet functioneren ook zodanig dat hij naar behoren kan functioneren?
En is zijn functie ook zo afgebakend, dat hij die naar behoren kan vervullen?
Wanneer regelmatig predikanten vastlopen in hun werk terwijl ze daar met een goede geestelijke houding aan beginnen, dan moeten we ons afvragen, wat we van predikanten vragen. Is het reëel wat we van hen verwachten of moeten we ons ook daarop niet eens grondig bezinnen?