Theoloog die de theologie haar plaats wees

2003-02-28
  • Jaargang 47
  • nummer 5
Ds. Jan Janse was de oudste zoon van A. Janse, hoofd der school in Biggekerke (Zeeland).
In 1945 werd hij predikant, hij was toen 27 jaar. Hij ging naar Rijswijk (Zuid-Holland). Het was kort na de Vrijmaking. Zeven jaar heeft hij drie gemeenten mogen dienen en er onuitwisbare sporen van geestelijk leven nagelaten. In 1952 ging hij naar Zutphen. Hij heeft met zorg de verschillen binnen de Vrijgemaakte kerken zien uitgroeien tot een conflict.
Hij heeft alles gedaan, wat menselijk mogelijk was, om een breuk te voorkomen.
Het mocht helaas niet baten.

Na de breuk ging ds Janse naar Velp en Oosterbeek, wat later Velp en Oosterbeek/ Wolfheze ging heten. Het was toen 1970 en de eerste stappen werden gezet om te komen tot een eigen opleiding voor predikanten, wat later het Nederlands Gereformeerd Seminarie is geworden.
Zijn laatste standplaats was Zaandam.
In 1983 ging hij met emeritaat, met nog veel te grote werkkracht om niks te gaan zitten doen. Hij verhuisde naar Ermelo, waar hij helaas begin jaren negentig zijn vrouw verloor.
Wij huilden samen in ons gemeenschappelijk verdriet. Hij hertrouwde en kon aan de Spechtstraat in Ermelo te blijven wonen. Maartje is hem nog jarenlang tot grote steun geweest.
Jan studeerde en las veel.

Wat maakte Janse tot een bijzondere man?
Zijn grote kennis op breed terrein en zijn kinderlijke eerbied voor de Schrift.
Voor hem was de Schrift van a tot z het woord van God. Vooral dit laatste stempelt al zijn werk. Er moest veel en gericht gestudeerd worden maar …’De wetenschappelijke theologie moet op haar plaats blijven staan, mag niet over de Schrift heersen!’

Over dit kernthema van Janse is veel te doen geweest. Het geeft richting aan bijbelstudie, maar ook aan wie verder studeert. Niet wij mensen bepalen wat waar of niet waar is, niet de theologie bepaalt welke delen van de bijbel voor vandaag wel of niet waar kunnen zijn, maar de Here heeft het geopenbaard in zijn geïnspireerde geschriften.
Deze zijn nergens met elkaar in tegenspraak. Ze worden wel door de wetenschappelijke theologie met elkaar in tegenspraak gemaakt, aldus Janse. Ieder die aan Janse’s voeten gezeten heeft, is een gewaarschuwd mens.
Eerbied voor God’s Woord.
Ds. Janse wist heel veel van theologie.
Je moet je tijd kennen en weten welke gevaren je eigen preken kunnen bedreigen.
Ik ben dankbaar zijn leerling te zijn geweest en later zijn opvolger als rector van het Nederlands Gereformeerd Seminarie.
Wij hebben in die periode veel met elkaar gesproken. Hij had zorg om de prediking in onze kerken. Vandaar wellicht zijn volle inzet, zolang zijn krachten het toelieten.
Een hersenbloeding heeft zijn kracht definitief gebroken.
‘De wetenschappelijke theologie moet op haar plaats blijven staan, mag niet over de Schrift heersen!’ Janse durfde de confrontatie aan. Met name ook over hoe wij Genesis 1 en 2 hebben te verstaan. Hij hield daarover een lezing op een studiedag in Hattem. Het was in 1982. F.J. Kerkhof sprak over: Hoe lezen wij Genesis 1? en J.C. Janse over: Is er tegenspraak tussen de twee Scheppingsberichten?
Met grote nauwkeurigheid komt hij tot de conclusie: “Er is geen sprake van dat er een onoverbrugbare tegenstrijdigheid zou zijn tussen Genesis 1 en Genesis 2’.

Nog één voorbeeld. Ds. Janse is zijn hele leven ten strijde getrokken tegen het evolutionisme. In 1971 kwam een eerste druk uit van ‘Tirannie van het Evolutionisme’ (Stichting Uitgave Reformatorische Boeken). In 1996 werd het boek, aangevuld naar de behoefte van de tijd, opnieuw ter publicatie aangeboden.
Het is er niet van gekomen.
Ik eindig met een citaat uit de verantwoording 1996: ‘Bij de toenemende macht van het moderne denken, waarin het evolutionisme een grote plaats heeft, blijkt telkens nog meer ook behoefte aan schriftuurlijk verweer’.
Het boek beleefde in het Spaans wel een tweede druk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief