WAP-besluit geen richtlijn (3)
2004-10-15
'Plaatsing van ingezonden stukken betekent geen instemming van de redactie. Anonieme brieven worden niet opgenomen en ingezonden stukken mogen in het algemeen niet langer zijn dan 250 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten.' - Jaargang 48
- nummer 20
In Opbouw nr. 18 schreef br. D. Kramer een ingezonden stuk aangaande de WAP-regeling voor predikanten en de gevolgen van de GMV tabellen voor de Nederlands Gereformeerde Kerken.
In Opbouw nr. 19 sabelt ds. Smouter het ingezonden stuk neer. Dat is niet terecht. Br. Kramer spreekt vanuit een rijke ervaring. Jarenlang heeft hij diverse traktementen van kerken in Noord-Holland boven het Noordzeekanaal tegen het licht moeten houden.
Kleine kerken die amper het financiële hoofd boven water konden houden.
Het gaat mij nu niet om het gelijk van de een of de ander. Wel zet ik mijn vraagtekens bij wat ds. Smouter noemt een 'democratische besluitvorming'.
Ten tijde van de laatstgehouden Landelijke Vergadering was ik ouderling. Stapels papier moesten op de kerkenraadsvergadering worden doorgenomen en er moest over alle stukken een meerderheidsstandpunt komen. Als je een drukke baan en een gezin hebt, en ook nog deze papiermassa moet doorlezen: dat redt je nooit allemaal.
Daarna de regiovergadering: 'Als we om half acht beginnen en we vergaderen strak, dan zijn we om tien uur klaar en hoeven we volgende week niet nog een keer te vergaderen.' De afgevaardigden van de regio moeten het meerderheidsstandpunt van de regio in Lelystad verdedigen. Op de landelijke vergadering in Lelystad moest je van goede huize komen om het moderamen van zijn standpunt af te brengen. Met ijzeren hand werden de vergaderingen geleid. Ik ben geen organisatiedeskundige, maar ik houd een nare smaak over aan de wijze waarop (soms verstrekkende) besluiten tot stand komen. Helaas heb ik niet het gevoel dat de leden van de Nederlands Gereformeerde Kerken zich betrokken voelen bij de besluitvorming.
Is er misschien iemand binnen onze kerken die een methode kan bedenken zodat we (a) minder papier gebruiken, (b) als kerkenraden een beter gevoel overhouden en (c) meer tijd overhouden voor de kerntaak van de kerkenraad, namelijk bezig zijn in en met de gemeente.