Gerben Last eerste bij tafeltennis op Paralympics
2004-10-15
Als ik de kamer binnenkom maak hij echt een gehandicapte indruk. Hij zit dwars op de bank met zijn benen omhoog. Maar het is niet wat ik denk. Hij heeft een infectie opgelopen aan zijn voet (momenteel populair in Nederland) en er is een begin van bloedvergiftiging. Hij is er laconiek over: ´Het komt door mijn eigenwijsheid; ik wilde mijn speciale - Jaargang 48
- nummer 20
schoenen niet aan.´
Laconiek is hij in veel opzichten.
Gerben Last uit Kampen komt over als een gewone jongen. Nog geen 19 jaar oud is hij al ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Zijn moeder is er trotser op dan hijzelf. De onderscheiding kreeg hij opgesteld door de staatssecretaris van sport, mevr. Ross-Van Dorp.
Het is een licht dingetje in vergelijking met de gouden medaille die zijn tafeltennisprestaties opleverden op de paralympics in Athene. Ik draai de medaille om: aan de achterkant staat iets in brailleschrift.
O ja, natuurlijk, het gaat om gehandicaptensport.
Klompvoeten
Gerben is met klompvoeten geboren. Van de ziekenhuisverblijven in zijn jeugd kan hij zich weinig herinneren.
Dat hij op school gepest is weet hij ook niet meer, maar volgens zijn moeder was dat wel het geval. Vervelend is in elk geval dat je altijd de blikken van de mensen naar je toetrekt, en hun aandacht.
Voetballend met klasgenoten en jongens uit de straat werd hij zich pas echt van zijn handicap bewust. Voetballen, dat had hij het liefst als sport beoefend. Tennissen heeft hij ook geprobeerd, maar het is tafeltennis geworden.
Nuchter
Te groot voor Kampen kwam hij via Zwolle (‘Flits’) bij de selectie voor gehandicaptensport terecht. Een tienjarige carrière bracht hem in september op de bovenste trede van het erepodium. In Zwolle speelt hij trouwens ook mee in wat hij de ‘validencompetitie’ noemt.
Gerben komt heel nuchter over; je kunt merken dat hij blij is met zijn medaille, maar hij praat erover alsof hij de derde prijs verspringen op school gewonnen heeft. Toch is hij vorig jaar tweede geworden op de Europese kampioenschappen in Zagreb en heeft hij al 15 keer aan internationale wedstrijden meegedaan.
In Hongarije, Spanje, Italië, Zweden, in half Europa heeft hij tennistafels bespeeld.
‘Azië is het enige werelddeel waar ik nog niet geweest ben.’ Zonder enige ophef vertelt hij over zijn olympische ervaringen.
´Je groeit er naar toe.´ ‘Was de spanning groot voor de finale?’ ‘Nee, gewoon, de wedstrijdspanning die je altijd hebt’. ‘Je gaat niet naar de spelen met de gedachte een medaille te halen, maar je weet dat de mogelijkheid er inzit. Waar hij wel heel enthousiast over praat is de ontvangst door de koningin. Dat was het mooiste van alles. Vooral haar gewoonheid heeft indruk op hem gemaakt.
Zelfspot
Gerben is nuchter, maar hij vertelt toch enthousiast over zijn paralympicservaringen.
Alleen al het verkeren onder je gelijken, je mede-gehandicapten is heel bijzonder. Nu eens geen medelijdende blikken; geen mensen die je hulp aanbieden, terwijl je het graag zelf wil doen. Het ging allemaal zo vriendelijk toe, meer dan bij de gewone spelen.
Zijn bewondering voor zwaarder gehandicapten dan hijzelf is groot. Zelfs Gerben die toch wel wat gewend is, is er verbaasd over. Hij vertelt over een lenige Chinees zonder armen, die at met zijn vork tussen zijn tenen. Zelf heeft hij gespeeld tegen een Duitse dominee die maar één gezond been had en geen armen. Een tegenstander met drie prothesen! Het balletje legde hij met zijn mond op het batje.
Onder elkaar klagen ze niet, ze praten met veel (zelf)spot.
‘Doe je prothese even af, we hebben een tafeltje nodig!’ Een stuk rolstoel maakt er inderdaad een tafeltje van.
Erika Terpstra ging er in mee.
Tegen een deelnemer die moeite had zijn veter te strikken riep ze: ‘Hé joh, schiet ‘ns een beetje op. Of moet ik je soms
komen helpen?’
Klassenassistent
Deze toptafeltennisser heeft ook nog een gewoon leven.
Zondags naar de kerk, overdag naar school, ’s avonds naar catechisatie, trainen voor zijn eigen sport en zaterdags een jongensvoetbalteam coachen. Na de mavo is hij SPW gaan studeren met als doel klassenassistent worden, eventueel onderwijsassistent. Als hij over zijn stageklas praat wordt hij pas echt enthousiast.
‘Schitterend, kinderen die problemen hebben begeleiden.’ Met de medaille om voelt hij zich niet fijn, maar voor de kinderen van zijn klas heeft hij ‘m om zijn nek gehangen.
Uitgesproken fel wordt hij als hij zijn verontwaardiging lucht over de bezuiniging die minder hulp betekent voor leerlingen die achter blijven of extra hulp nodig hebben.
‘Veel meer verstandelijk gehandicapten zouden met persoonlijke begeleiding een groot deel van de basisschool kunnen volgen.’ Overigens is dat gewone leven nog niet begonnen.
Gerben zit nog op de bank en moet tien dagen rusten.
Hij lacht: ‘Dank zij mijn handicap ben ik naar Athene geweest. Anders had ik dit nooit kunnen bereiken’