Macht der gewoonte
2003-04-11
Is het u wel eens opgevallen hoe het ritme van een eredienst zit ingebakken bij trouwe kerkgangers? Nee, wees gerust. Ik ga geen pleidooi houden over de indeling van een kerkdienst die wellicht anders kan of moet. Ik werd alleen getroffen door de macht der gewoonte. Herkent u dat? Ik zal een paar voorbeelden geven om mijn verhaal te verduidelijken. Tijdens een ochtenddienst, ongeveer anderhalve maand geleden, verschoof een predikant de wetlezing naar achteren. Pas na de preek, het amenlied en de voorbeden was de wet aan de beurt. Alleen, is het dan niet tijd voor de collecte?- Jaargang 47
- nummer 8
Ja, dat dacht het grootste gedeelte van de toehoorders wel! De gemeenteleden schoven in hun banken. De een graaide in zijn broekzak en de ander zocht in haar tasje naar kleingeld.
En de wet? Het enige wat opviel was dat bijna niemand het eerste gedeelte meekreeg door het gerommel.
Grappig, vindt u niet? Het gros verwachtte een collectezak, terwijl de dominee de wet duidelijk had aangekondigd.
En wat te denken van de rituelen rondom de slotzang? Nog voordat de laatste liedregel geklonken heeft, hoor je overal om je heen ‘pok’ ‘pok’. Het geluid van dichtklappende liedbundels. Al snel gevolgd door geritsel van jasjes en tasjes. Zo, opgeruimd staat netjes. Of is ook dit macht der gewoonte? Vreemd eigenlijk dat we in een kerkdienst soms zo onbewust handelen, overeenkomstig het bekende patroon. Als je erover nadenkt, merk je dat sommige gewoonten er insluipen en vervolgens normaal worden. Het stelt ons voor de vraag in hoeverre we een eredienst bewust meemaken. Want al stelt het dichtslaan van een liedboek op zichzelf niet veel voor, het heeft de schijn van ‘klaar is kees’. De kerkdienst zit er op.
We gaan over tot de orde van de dag.
Gaat de zegen soms niet langs u heen omdat u al druk bezig bent met andere zaken? Straks nog snel die aanschieten voor een babbeltje en even overleggen met … of vul maar in. Vaker dan gewenst betrap ik mijzelf erop dat ik voor het einde van de dienst al in beslag genomen wordt met wat daarna komt.
En dus de zegen amper hoor. Het begint meestal bij de slotzang als ik de laatste woorden uit mijn hoofd zing en mijn liedboek sluit met een klinkende ‘pok’.
Marieke Fernhout, Zwolle