Kerk blijven, of een beweging worden?

2004-10-29
  • Jaargang 48
  • nummer 21
Aan ‘de evangelischen’ is momenteel een voortrekkersrol in kerkelijk Nederland toebedeeld. Maar ‘de evangelischen’ hebben niet alleen een kerkelijk gezicht, ze vormen ook een beweging. En meer nog als beweging dan als kerk oefenen zij invloed op de kerken uit.
Tussen de kerk en een beweging bestaan – sociologisch gesproken – grote verschillen.

De beweging
De beweging gaat uit van een klein aantal getalenteerde en gedreven mensen, die vanuit een duidelijke visie middels hun organisatie (EO, OM, Youth for Christ, Jeugd met een Opdracht, Agapè, enzovoorts) een concrete en overzichtelijke doelstelling nastreven. De doelstelling is veel gevallen missionair. De initiatiefnemers worden gesteund door geestverwanten die zich sterk aangesproken voelen door hun visie en doelstelling en/of door de persoonlijkheid van de inspirator. Hun boodschap is meestal helder en ongecompliceerd en de middelen die gebruikt worden om de boodschap te brengen zijn maximaal afgestemd op de te bereiken doelgroep.

De kerk
De kerk is een instituut. Ze kent een organisatiestructuur die eeuwenoud en diep doordacht is. Bijstelling van de bestaande structuren en gebruiken vraagt daarom bezinning en tijd.
Hierdoor is de kerk niet zo flexibel als de beweging. De kerk bestaat verder uit een zeer gemêleerd gezelschap.
Ouderen en jongeren, gehuwden en ongehuwden, zieken en gezonden, gelovigen en twijfelaars horen erbij.
Om nog maar te zwijgen van de talloze andere sociale en culturele verschillen die er tussen de leden van één kerk kunnen bestaan. Waar de beweging het - gegeven haar doelgroepkan en moet doen met één speerpunt, dient de kerk dus vele pijlen op haar boog te hebben. Hierdoor is de kerk ook minder slagvaardig dan de beweging.

Partners
Het bovenstaande betekent niet, dat kerk en beweging concurrenten zijn.
Zelf zie ik ze als partners, die elkaar nodig hebben. De beweging moet het immers hebben van christenen die in hun eigen, soms wat saaie kerkje, kennis van Gods Woord en Christus hebben gekregen. Niet zelden plukken ‘de evangelischen’ de vruchten van bomen die gereformeerden geplant en verzorgd hebben … Ofwel, zonder kerk is de evangelische beweging ondenkbaar!
Omgekeerd hebben de kerken het nodige aan de beweging te danken, zie vorig artikel. Ook in dit opzicht: leden die door hun betrokkenheid bij de evangelische beweging in vuur en vlam voor Christus zijn geraakt, kunnen daardoor tot grotere zegen voor de eigen gemeente zijn.
Zo wekt de kerk de beweging tot leven en brengt de beweging leven in de kerk.

Van kerk naar beweging?
Toch voel je je als kerk wel eens onder druk van de beweging staan. Niet direct, maar indirect, via leden van de eigen gemeente. Vrouwen zijn op een koffieochtend van de EO geweest en hebben daar volop genoten van het samenzijn, de samenzang, een toespraak; jongeren hebben meegedaan aan een vakantieproject van Jeugd met een Opdracht. Enthousiast komen ze terug. ‘Tjonge, wat waren dat een positieve lui en wat was het daar fijn!’ Dat hoor je als kerk dan enigszins verlegen aan, je verexcuserend om de logheid, alledaagsheid en lauwheid, die vaak inherent zijn aan het kerkzijn.
En je vraagt je wel eens af: zouden we als kerk voor een beweeglijker formule moeten kiezen? Moeten proberen meer beweging en minder kerk te zijn door nog meer doelgroepbewust en marktgericht te gaan werken?

Alles en iedereen
Hierboven zette ik enkele verschillen tussen kerk en beweging op een rijtje.
De beweging berust op het initiatief van enkelingen en focust zich op een beperkte doelgroep en een specifieke doelstelling. De kerk is een instituut en vormt een plek waar in principe alles en iedereen samenkomt; heel het leven, met al zijn ups en downs en mensen van allerlei slag, in al hun verscheidenheid. Dat laatste wil ik even markeren, want dat met name is iets heel bijzonders. Er is geen andere plaats in onze samenleving waarin zulke verschillende mensen uit alle leeftijdscategorieën wekelijks elkaars wel en wee (kunnen) delen. Of je nu oud bent of jong, Europeaan, Aziaat of Afrikaan bent, een topinkomen hebt of leeft van een uitkering, voor het aangezicht van die ene God en Schepper beleef je dat je één bent, er samen voor Hem bent, er voor elkaar bent. De gefragmentariseerde samenleving wordt in de kerkdienst tijdelijk opgeheven. In de lijn van Joel 2: zonen en dochters, ouden en jongelingen, dienstknechten en dienstmaagden.
We mogen hierin dus iets zien van de vervulling van Gods plan.
Hij wil de harten van de vaderen terugvoeren tot de kinderen en de harten van de kinderen tot de vaderen.
Hij heeft de tussenmuur die scheiding maakte afgebroken. Alleen dit al maakt het samenkomen van héél Gods volk in de wekelijkse erediensten tot iets uiterst kostbaars en onopgeefbaars.

Héél de Schrift
Aan de breedheid van de kerk zit nog een ander aspect. Ze heeft de bediening van héél Gods Woord in haar pakket. Héél het Woord dat íeders leven en héél het leven kan meegaan en ingaan. Hierin verschilt de kerk van de beweging, die met kracht op één aambeeld kan hameren. De beweging hoeft het totaal van de bijbelse boodschap niet op geregelde wijze aan de orde te stellen, sterker, ze kan zich dat zelfs niet veroorloven! Dit impliceert niet dat de beweging een ander evangelie brengt, maar wel een versmald en uiteindelijk een verarmd evangelie. En slechts weinigen kunnen voor lange tijd op dit versmalde evangelie teren. Er is dus een plaats nodig waar de Schrift in haar volheid aan het woord komt. Die plaats kan alleen maar de kerk zijn.

Scholing in ootmoed
Omdat in de kerk héél de Schrift voor in principe íedereen geopend wordt, wordt niet iedereen in elke dienst in gelijke mate aangesproken. In activiteiten die van de beweging uitgaan ligt dat anders. Daarvan mag de doelgroep verwachten, dat alles er om te doen is om jou, met jouw behoeften en noden, aan te spreken op een wijze die helemaal bij jou past. De kerk kan dit onmogelijk voor iedereen waarmaken, al moet ze er wel naar streven. Maar ook hierin is winst gelegen.
Samen kerk-zijn wordt per definitie een kwestie van delen: Gods Woord, aandacht en tijd delen met anderen die andere noden en behoeften hebben. Dit delen vraagt om een uiterst basale kwaliteit die in onze samenleving steeds meer verwaarloosd wordt: ootmoed. Ootmoed is: de ander uitnemender achten dan jezelf; niet alleen letten op je eigen belang, maar ook op dat van anderen.
Nu, deze samenbindende en onontbeerlijke eigenschap kan alleen daar ontwikkeld worden, waar werkelijke verschillen zijn! Juist haar verscheidenheid maakt de kerk dus tot een oefenplaats van ootmoed.

Jezelf blijven
Er zijn dus heel goede, uiterst principiële argumenten voor de kerk om geen beweging te worden. En omgekeerd zijn er voor de beweging uiterst goede redenen om geen kerk te worden.
De één zoekt het geheel, de ander focust zich op een deel. De specialiteit van de één is het bijzondere, de specialiteit van de ander het algemene.
En vervolgens gaat voor beiden op wat ‘een grote Nederlander’ ooit gezegd heeft: Elk nadeel heb z’n voordeel. Zowel de beweging als de kerk kennen hun eigen kracht en kwetsbaarheid. Een kerk zal zelden veel in beweging brengen. Maar ze is ook minder gevoelig voor het ‘Pim Fortuyn-effect’ ... Laat de beweging dus beweging blijven, liefst zonder kerkelijke pretenties te krijgen. En laat de kerk alsjeblieft kerk blijven. Wat mij betreft een zo’n beweeglijk mogelijke kerk, maar dan toch wel kerk. Héél Gods Woord voor héél zijn volk. Zo zullen kerk en beweging elkaar het meest tot zegen zijn. En laten we de HERE dankbaar zijn voor zijn werk in beide.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief