Geluk gehad?

2004-10-29
  • Jaargang 48
  • nummer 21
Zeggen tegen je buurman dat je bij een autobotsing geluk hebt gehad en een uurtje later God danken voor zijn bewaring. Kan dat? Die vraag stelde Piet Broerse (72) uit Veldhoven zich een paar jaar geleden en schreef er iets over in briefvorm ter voorbereiding op een wijkavond van zijn gemeente (NGK Eindhoven). Carla van der Wijngaard (66) reageerde – ook al met een brief. De redactie van Opbouw geeft deze gedachtewisseling graag aan u door – om ook eens voor uzelf te overwegen: hoe spreek ik over Gods werk in mijn leven? (redactie Opbouw).

Begin van dit jaar was ik op huisbezoek bij een echtpaar, vrienden trouwens.
Ze hebben er verdriet van dat verschillende van hun kinderen niet meer naar de kerk gaan. ‘Hebben wij iets verkeerd gedaan?’ De vrouw zei het meer dan dat ze het vroeg.

Op zo’n vraag kun je eigenlijk alleen maar nee zeggen, of je moet al heel erg zeker zijn van duidelijke missers in de opvoeding. Maar ik zei ja en ik voegde er aan toe dat we bijna allemaal dezelfde fout maken, mijn vrouw en ik hebben dat in ieder geval ook gedaan.

Zusje van …
Wat doen we fout? We vertellen aan onze kinderen over de grote daden van God voor Abraham, Izaak en Jacob, voor David en Hizkia en voor Petrus en Paulus. En daar houdt het mee op. Want we vertellen ze niet over de grote daden van God in ons eigen leven. Terwijl we God er wel voor danken!
Als mijn kinderen mij vragen hoe ik moeder ontmoet heb dan zeg ik dat ze het zusje was van de verloofde van een vriend. Waarom zeg ik niet dat ik haar van God gekregen heb? Tegen mijn kinderen zou dat toch op zijn minst moeten kunnen. Want ik heb God bijna iedere avond bedankt voor de vrouw die ik had en die vriend nooit.

Geluk gehad
Ik kom een kennis tegen in het winkelcentrum.
‘Hoe gaat het?’, vraag ik.
‘Nou ik mag blij zijn dat ik hier nog sta. Ik ben door een auto geschept, de straat door gesmakt en ik had niet meer dan een paar schaafwonden.
Man, wat heb ik een geluk gehad.’ Ik ben er van overtuigd dat het echtpaar God vurig gedankt heeft voor de goede afloop, maar waarom zegt hij dan dat hij geluk heeft gehad?
Voordat wij Nederlands Gereformeerd werden zaten we in dezelfde kerk en hij kende mij goed genoeg om zich niet voor zijn mening te hoeven schamen.

Niet te laat
Om misverstanden te voorkomen nog twee dingen. Eén: ik verwijt niemand een dergelijke reactie, ik heb mijn hele leven op dezelfde manier gereageerd.
Twee: ik pleit er alleen maar voor om ten minste tegenover geloofsgenoten en in de eerste plaats tegenover onze kinderen God de eer te geven die hem toekomt.
Ik had er een gesprek over met een dochter. Na mijn verhaal was het even stil. Toen zei ze niet: ‘Maar moeder deed dat wel, hoor.’ Ze zei ook niet: ‘Maar wij doen dat wel, hoor.’ Ze zei: ‘Voor een grootvader is het nog niet te laat, hoor.’ En dat had ik gelukkig ook al bedacht.

God en mijn leven
Als wij tegenover onze kinderen alleen maar over de grote daden van God in de bijbelse tijden spreken, dan schuift God iedere generatie 30 jaar verder naar het verleden. En dus is het voor een grootvader hoog tijd. En de gelegenheid kwam. Mijn oudste kleinzoon zou op mijn computers Linux installeren en daarvoor kwam hij een nachtje logeren. Tijdens de lunch heb ik hem zitten vertellen over mijn leven, maar nu zo dat ik hem liet zien wat ik aan God te danken had.
Ja, precies al die dingen die ik vroeger geluk zou hebben genoemd.
‘Hoe weet u nou dat God daar iets me te maken had?’ vroeg hij.
‘Heb jij God wel eens gedankt voor iets waar je erg gelukkig mee was of voor een repetitie die je goed gemaakt had of voor het feit dat je veilig was thuisgekomen?’ ‘Ja, natuurlijk.’ ‘Nou, je dankt God toch niet voor iets wat hij niet gedaan heeft, je dankt hem toch omdat je gelooft dat Hij iets gedaan heeft. En als je dat gelooft dan moet je dat toch ook durven zeggen, tenminste tegen iemand die dat begrijpt.’ De volgende dag belde zijn moeder op. Laat thuisgekomen was kleinzoon direct naar bed gegaan en zijn vader was nog even goede nacht gaan zeggen.
‘Hoe was het bij grootvader?’ Geen woord over de computers die hem zo aan het hart gaan, maar ‘Fijn, hij heeft zo fijn over zijn leven verteld.’ Het kan dus wel, waarom heb ik dat dan nooit eerder gedaan?

Zingen in de verleden tijd
Het themanummer van Opbouw over zingen ligt nog voor me (uit maart 2001, redactie). ‘Zingt dan de Heer een nieuw gezang’, citeert de voorpagina.
En je kunt het aanvullen: ‘Hij laaft u heel uw leven lang met water uit de harde steen . . .’ Ja, dat was ongeveer drieduizend jaar geleden.
Zelfs de nieuwste bijbelliederen gaan daar over: ‘Uit Oer is hij getogen’. Het zijn bijbelliederen over Gods daden van twee- a drieduizend jaar geleden en we hebben prachtige gezangen over algemene zaken als oogst, huwelijk, doop en avondmaal, maar niets over Gods daden in de geschiedenis van de kerk of van ons volk. Er is schitterende verzetspoëzie, maar die is niet geschreven om in de kerk te zingen.
Mag dat dan, kan dat wel: een lied dat bezingt hoe we God danken dat de Duitsers in mei 1945 verslagen werden? Er is geen kerk in ons goede vaderland waar niet een dankdienst gehouden is direct na de bevrijding.
Maar moet je er dan ook niet over kunnen zingen? ‘Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen . . .’ en die verhalen gaan over Eisenhower, over Montgomery, over Churchill en Roosevelt. En niet over God.
Waar hebben we dan al die dankdiensten voor gehouden?

Vertellen over wat God nu doet
Nu vind ik, dat ik maar raar met Gods daden in mijn leven ben omgegaan.
En ik heb sinds ik de eerste opmerking daarover maakte nog niemand ontmoet die zei dat ik er helemaal naast zat. Meestal is de verbaasde reactie: ‘Ja waarom doen we dat eigenlijk niet.’ Soms: ‘Maar wij hebben onze kinderen echt wel laten merken wat God voor ons betekent.’ Als ik dat letterlijk moet nemen dan vind ik dat onvoldoende. De natuur betekent veel voor mij, de tien geboden ook, maar ze doen niets voor mij. Vertellen dat we geloven lijkt mij niet voldoende, we moeten vertellen wat God doet. Nu. Voor ons en aan ons. God doet wat en daar had ik het over.

Onwaarachtig
Waren onze kinderen nog lid van de kerk geweest als we ze verteld hadden over wat God in ons leven gedaan heeft? Als we daar een wetenschappelijke discussie over moeten houden, dan haak ik af. Het zwijgen over Gods daden in ons eigen leven is in ieder geval geen manier om onze kinderen duidelijk te maken dat wij echt geloven in een levende God. Ook zonder nadenken zullen kinderen het onwaarachtig vinden als Gods ‘s avonds gedankt wordt voor zijn bewaring bij die klapband en de volgende dag heet het dat we geluk hadden dat er geen verkeer in de buurt was.
En waarom doen we dan zo raar?
Omdat we nooit iets anders geleerd hebben. Niet van onze ouders, niet van onze predikanten, niet van elkaar, althans in veel gevallen niet. En het wordt tijd dat dat verandert.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief