Drama in de kerk

2003-04-11
  • Jaargang 47
  • nummer 8
Veranderingen in de kerk: ‘t is eigenlijk altijd hetzelfde verhaal: de officiële lijn, gesteund door de oude theorie, probeert ze zolang mogelijk tegen te houden, terwijl de praktijk, het leven zoals het geleefd wordt, er steeds meer om vraagt. Dat roept spanning op, die zich manifesteert in tegenstellingen, waar dan vervolgens maar al te vaak een machtsstrijd uit ontstaat: wie slaagt erin zijn mening door te zetten?
Ergens onderweg in dat traject komen ook de kerkelijke bladen in beeld. De eerste ritselingen van vernieuwing vinden daarin meestal weinig weerklank.
Maar gaandeweg wordt dat anders: er ontstaat meer ruimte en openheid; soms zelfs verbazend veel. Een opmerkelijk voorbeeld daarvan neem ik in deze Persschouw over. Het is afkomstig uit dezelfde Gereformeerde Kerkbode (van de GKV in Groningen, Friesland en Drenthe) waaraan ook de vorige Persschouw ontleend was; een blad dat vanouds niet bijzonder opviel door een grote hang naar vernieuwing en verandering. In het nummer van 7 maart komt Reinier Sonneveld ('aankomend theoloog en scenarioschrijver', introduceert hij zichzelf) aan het woord. Hij pleit (zie het opschrift boven deze Persschouw) voor o.a. drama in de kerk. Een gedeelte uit zijn artikel:

We leven in een visuele tijd. Onze ogen worden overal gebombardeerd met impulsen. Reclameborden op straat, in huis de televisie die schettert. In de westerse maatschappij heeft zich in korte tijd een spectaculaire verschuiving voorgedaan: van woordgeoriënteerd naar beeldgeoriënteerd. We begrijpen, vertellen en veranderen steeds meer door beelden.
Minder bekend, maar minstens zo aanwezig is ‘het narratieve’. Het narratieve staat voor het verhalende. Met het visuele is het narratieve zo centraal in onze maatschappij geworden, dat ik spreek van een narratieve tijd. We wonen in een maatschappij waar zeldzaam veel verteld wordt. De commercials die we zien zijn nog de kleinste voorbeelden: miniverhaaltjes. Films en tv-series zijn de meest typische voorbeelden van verhalen: gemiddeld zien we dagelijks zo'n 2 uur aan verhalen.
Narratief staat tegenover ‘argumentatief’.
Je kunt ook communiceren via argumenten, via artikelen en betogen.
Maar het blijkt dat mensen vooral begrijpen en communiceren via verhalen, dus via narratief geordende teksten of beelden, en veel moeilijker via logisch geordende media. Mensen denken narratief, blijkt volgens veel nieuwe psychologische inzichten. We ordenen onze levensgeschiedenis, onze herinneringen, via verhalen, en niet zozeer via statements en argumenten e.d. Ik kan me voorstellen dat u ‘m aan voelt komen: Oh, deze tijd is zus en zo, de kerk is dat niet, dus moet de kerk zich aanpassen. Precies, zo ongeveer redeneer ik. Het is een standaardredenering voor mensen die vernieuwing willen, maar er is een groot belang bij.
Als de kerk er niet in slaagt haar boodschap kundig te communiceren, is dat een groot verlies. Deze tijd is visueel en narratief en de mensen worden visueler en narratiever. We begrijpen dus steeds minder van woorden en logische argumenten. Dat betekent niet dat we dommer zijn geworden, we denken en voelen eenvoudigweg anders. Het heeft ook weinig met ‘postmodern’ te maken, het zijn eenvoudigweg sociologische feiten.
Slechts 25% blijkt na een preek een hoofdlijn te hebben meegenomen!
De lezing - een communicatievorm sterk verwant aan de preek - is dan ook onder communicatiewetenschappers de meest fel en gemeenschappelijk bestreden communicatievorm. Het is op allerlei manieren een buitengewoon inefficiënt middel. En de manier waarop nog vaak catechese wordt gegeven is al even onhandig. Vroeger werkte het waarschijnlijk beter en ik meen dat er vroeger ook niets mis was aan gewoon een lekker lange en abstracte preek houden. Maar tegenwoordig landt het minder. Soms wordt er nog wel beweerd dat woordgevoeligheid aan te leren zou zijn. Dat is waar, het is immers ons ook ooit afgeleerd.
Maar wie suggereert dat die paar uurtjes in de kerkbanken onze woordgevoeligheid kan opvijzelen, weet niet waarover hij praat.
Daarvoor is de omringende cultuur veel te sterk.
Waar ook niets mis mee is, toch?
Waarom zouden we liturgie, catechese en pastoraat niet gewoon aanpassen en visueler en narratiever maken?
Nu leren gelukkig aankomende dominees al meer beelden en verhalen in hun preken te gebruiken. Bijzonder wijs, want wie dergelijke unieke scheppingsmogelijkheden laat liggen, vergeet allerlei aspecten van ons menszijn en dat kan kwalijke gevolgen hebben; juist daar heeft dan de zonde ingang.
Ik pleit voor het gebruik van allerhande (audio)visuele en narratieve middelen in liturgie, catechese en pastoraat. Ik denk dan m.n. aan overhead- of Power-Point-presentaties, videomateriaal, en een theater- of mimestukje. Het gaat hier niet om het 'opleuken' van de bestaande vormen, maar deze te ondersteunen en uit te bouwen. Ik vind het onzin om revolutionair te zijn. De bestaande vormen moeten gewoon blijven bestaan, er moet niets worden weggedrongen of vervangen.
Natuurlijk niet.
Maar op dit moment wordt er wel iets weggedrongen en vervangen, nl. onze visuele en narratieve gerichtheid.
Een deel van onze eigen natuur die we van de Schepper hebben gekregen, wordt genegeerd, en een ander deel over-geaccentueerd, nI. het verbale en argumentatieve. Terwijl het visuele en narratieve juist het bestaande prachtig kan aanvullen en versterken.

M.H.T. Biewenga, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief