In Memoriam ds. O. Mooiweer
2003-04-25
Even heb ik geaarzeld: wat moet ik er boven zetten, ds. of drs. Mooiweer?- Jaargang 47
- nummer 9
Ik meen, dat de ambtstitel hoger is en meer bij hem paste. Zeker, hij was wetenschapper en heeft als zodanig ook gefunctioneerd in de opleiding tot het ambt. Maar bij hem stond de wetenschap wel heel duidelijk en bewust in dienst van zijn levensroeping, de prediking van het evangelie. Aan die roeping gaf hij zich helemaal! Hij bracht het Woord van zijn Zender met overtuiging, met gezag, maar tegelijk ook pastoraal.
Leerling
Ik zou hem willen typeren als een leerling uit - wat ik zou willen noemen - de school van de Vrijmaking. Ik bedoel daarmee, dat hij in Kampen het onderwijs heeft genoten in de theologie, zoals dat gestempeld was door de mannen van de Vrijmaking. Een van de kenmerken daarvan was het gedreven bezig zijn met het Woord van God. Zeker, Otto Mooiweer was voluit een leerling van Veenhof, maar naar mijn visie van de Veenhof als 'een van de jongere theologen in de gereformeerde kerken' ten tijde van de Vrijmaking.
En wat de prediking betreft, werd in de opleiding grote nadruk gelegd op een nauwgezette exegese en een praktische toepassing voor de gemeente, in de overtuiging, dat beide- in- één gegeven zijn met het profetisch karakter van het Woord van God. Nu, dat heeft de prediking van Otto Mooiweer m.i. duidelijk gekenmerkt. Ik meet te weten, dat hij in zijn eerste gemeente, Zalk en Veecaten, de gelegenheid te baat heeft genomen om nog bij prof. Veenhof college te lopen en zijn studie voort te zetten.
De Schrift ging open
Gedurende vijf jaren heb ik met Otto mogen samenwerken in de gemeente van Leerdam. Ik herinner mij nog, dat in de preekbespreking tijdens de kerkenraad aan de dominees de wens te kennen werd gegeven toch vooral in de prediking 'schriftopening' te geven en praktische toepassing voor de gemeente.
En dat was niet aan dovemansoren gericht: dat was precies wat we in Kampen meegekregen hadden.
Maar bij ds. Mooiweer kreeg dat door zijn persoonlijke gaven een bijzonder accent. Door zijn levendige, ja soms bruisende aard was slapen onder zijn prediking uitgesloten. Uiteraard heb ik niet zo vaak onder zijn gehoor gezeten, maar ik herinner mij nog goed een dankdag-preek van Otto over Genesis 8:22, waarin dit woord van God midden in de realiteit van ons leven in die dagen kwam te staan.
Gespannen werd er geluisterd. En in een climax eindigde hij met een lofzang op Gods deugden van lankmoedigheid, barmhartigheid en trouw, zichtbaar door al die eeuwen na de zondvloed heen, tot op de dag van vandaag, dankzij de verlossing door Jezus Christus, en tot de volmaking daarvan bij zijn wederkomst.
Woekeren met talenten
Eén accent van zijn prediking wil ik nog noemen: hij had ook acteertalent, dat onder het luisteren wel eens een glimlach opwekte. Bij zijn rapportage aan de kerkenraad ging hij soms ongemerkt over op een imitatie. Twee personen vooral kon hij zo tot leven wekken: ds. Visee en prof. Veenhof.
Wij hebben goede jaren gehad, samen in Leerdam. Soms verschilden wij van mening, maar nooit leidde dat tot verwijdering.
Met respect voor elkaar zochten wij altijd het heil van de gemeente.
Ook het verdriet om de scheuring is hem niet bespaard. Al spoedig na zijn vertrek naar Enschede werd ds. Mooiweer het slachtoffer van een m.i. verstarde en verengde ware-kerk-theorie: geschorst door zijn eigen kerkenraad!
Dat heeft hem heel diep geraakt. Het heeft hem en de zijnen verdriet bezorgd, juist door zijn diep-beleefde ambtsbesef en zijn pastorale instelling.
Maar hij ging door met preken en sprak er weinig meer over. Hij woekerde met zijn talenten, die zijn Heer hem had toevertrouwd, totdat aan hem het woord werd geschied: 'Ga in tot het feest van uw Heer!'