Puberen

2003-04-25
  • Jaargang 47
  • nummer 9
‘En, hoe is het met jullie dochters?
Flink aan ’t puberen?’ Meelevend /plagend kijkt m’n gespreksgenoot me aan. Daar is ’t ie weer, die snertvraag.
Deze week heb ik die betrokken vraagstelling al drie keer van een antwoord mogen voorzien. Iedere keer kruipt een gevoel van ongemak door m’n lijf terwijl ik eerlijke zinnen probeer te formuleren over onze meiden van veertien en vijftien: een onmogelijke opgave!

Ik lispel vaak wat van: ‘O, het valt wel mee hoor. We genieten erg van hen.
Ze zijn altijd al kritisch geweest’.
Maar ik hóór mezelf praten.
Natuurlijk is de puberteit een levensfase, waarin jongeren heel wat voor de kiezen krijgen: ze worden lichamelijk groter, ontdekken hun sexualiteit, leren op een breder en hoger niveau te denken en maken zich steeds meer los van hun ouders. Dat zijn pittige zaken, die zich soms wat hotsend en botsend ontwikkelen. Niemand wordt echt vrolijk van weinig flatterende puisten die opeens verschijnen. En ’t is natuurlijk best leuk om uit te vogelen hoeveel navel er zichtbaar mag zijn op school. En soms maak je iets te voortvarend werkafspraken bij je bijbaantje, waardoor je schoolwerk in ’t gedrang komt. ’t Is zoeken, verkennen.
En daar golf je als ouders wat in mee. Maar zo’n vraag ‘Zijn ze flink aan ’t puberen ?’ suggereert toch een soort antwoord van:‘Ze zijn inderdaad ontzettend aan het puberen. Er valt soms geen land met ze te bezeilen…’ Met zo’n reactie doe ik de werkelijkheid geweld aan.

Spiegel
Gelukkig ervaren we onze snaterende dames als genoeglijke huisgenoten.
Wel is m’n hoofd soms vol van éigen drukte. Dan zijn de in detail vertelde gedragingen van leraar X voor mij duidelijk wat minder interessant. En dan reageer ik ook iets minder enthousiast op een uitgebreid verhaal over het subtiele oogcontact met de aanbeden scholier uit de hogere klas.
Maar ik vrees de tijd dat de fijntjes geuite correctie verleden tijd zal zijn: ‘Mám! (uitgesproken met een intonatie waaruit verbijstering blijkt) Hoe kun je nou zoiets aantrekken! Nee echt, dit kán niet!’ of ‘Mam, hóór je wat je zégt ?!’ in reactie op een bij nader inzien wel erg obligate uiting van meeleven van mij tijdens een telefoongesprek.
Ook ‘Dad’ krijgt een spiegeltje aangereikt: ’Weet je dat écht niet meer ? Ik heb dat je eergisteren uitvoerig zitten vertellen!’ Bovendien helpen je tieners je vaak ook weer bij het nadenken over je geloof en je kerkgemeenschap. Ik vermoed dat veranderingen in de kerk vaak beginnen bij het koffiedrinken na kerktijd.

Weerzin
Puberen, pubers. Ik weet wanneer m’n afschuw van die aanduiding ontstaan is. Het was op de verjaardag van Margriet, toen we twaalf of al dertien waren. Margriet was het jongste meisje uit een vrij groot gezin. Haar al wat oudere moeder had de twee zussen van Margriet gevraagd ons te begeleiden naar een speeltuin. Met tien meiden fietsten we die zomermiddag opgeruimd naar de plek van vermaak.
We amuseerden ons uitstekend in die oer-speeltuin vol schommels, glijbanen en wipwappen. De grote zussen dronken ondertussen op het terras hun thee en staken geanimeerd een sigaretje op. Lekker loom peddelden we aan het einde van de middag naar huis.
Daar wachtte de moeder van Margriet ons op met sinas en negerzoenen.
Kwetterend en giebelend vielen we op de versnaperingen aan.
Ondertussen hoorde ik de moeder aan de oudste zus vragen hoe het gegaan was. ‘Nou’, zei de zus nuffig,’ het viel niet mee met zo’n stel van die pubers’. Verbluft over zoveel onrechtvaardigheid staakte ik het drinken.
Het zaad van weerzin tegen al wat ‘puberen’ wordt genoemd was gezaaid.

Moeilijke leeftijd ?
Maar hoe moet je als ouder van tienerdochters verder als DE vraag iedere keer op de loer ligt? Vertwijfeld pak ik uit onze boekenkast het standaardwerk over deze levensfase ‘Psychologie van de adolescentie’. De adolescentie is de periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid, waarin de jongere een eigen identiteit ontwikkelt. Ha, in de inleiding zie ik als paragraafhoofd: Een moeilijke leeftijd? (1.3) . Ik lees: Dikwijls wordt gezegd dat de adolescentie een periode is van grote emotionele beroering en opstandigheid.
Het begrip ‘Storm en Stress’, ook wel ‘Sturm und Drang’, verheugt zich sinds de dagen van Hall (1904) in een grote populariteit. Ook in het gewone spraakgebruik wordt de adolescentie soms als ‘de moeilijke leeftijd’ aangeduid… Deze zienswijze wordt echter ook voortdurend bestreden. Zo stelt Bandura (1964) dat de opvatting dat de adolescentie een periode van opstandigheid vormt, voortleeft doordat aan allerlei vrij oppervlakkige uitingen van nonconformisme, zoals opvallende kleding en haardracht, te veel gewicht wordt toegekend. Bovendien hebben de massamedia, de literatuur en de film de neiging jongeren als opstandig en onberekenbaar af te schilderen. Het gevaar bestaat aan extreem gedrag van bepaalde groepen jongeren generaliserende conclusies te verbinden.

Niet generaliseren.
Even verder wordt ingegaan op de vraag of emotionele verwarring bij de adolescentie-fase ‘hoort’: Emotionele verwarring is niet (…) een verschijnsel dat ‘normaal’ is in de zin dat het bij alle adolescenten in gelijke mate voorkomt.
Het is daarbij echter wel noodzakelijk een goed onderscheid te maken tussen de spanningen en de daarmee gepaard gaande onevenwichtigheden die jongeren in het algemeen ervaren wanneer zij voor nieuwe taken worden gesteld, en spanningen die moeten worden opgevat als signalen dat de ontwikkeling gestoord dreigt te raken.
Men kan niet generaliseren door te veronderstellen dat emotionele onevenwichtigheid in de adolescentieperiode per definitie een voorbijgaand, zichzelf weer in evenwicht brengend verschijnsel is. Goede onderscheidingen zijn nodig, anders loopt men het gevaar aan dreigende stoornissen in de ontwikkeling te weinig aandacht te besteden en ten onrechte te menen dat ernstige problemen ook wel vanzelf over zullen gaan.
Dus als ik de schrijvers goed begrijp kun je niet zomaar stellen dat alle tieners een moeilijke fase doormaken (en daarmee hun ouders ook). Voor mezelf zoek ik een parallel om deze boekenwijsheid te verwerken. Als je je eerste kind krijgt is het niet gek dat je wat onzeker bent en af en toe in tranen.
Maar als het je in de loop van de maanden niet lukt om van je kindje te genieten en je je erg somber en ellendig voelt, is het goed hulp te gaan zoeken.

Invloed van vooroordelen
Het boek vervolgt: De gedachte dat de adolescentie bij definitie ‘een moeilijke leeftijd’ is, is niet het enige vooroordeel dat men over de adolescenten kan aantreffen. Anthony (1969) beschrijft in een inmiddels klassiek geworden artikel een reeks andere stereotypieën.
Bijvoorbeeld: al naar gelang de politiek oriëntatie zien sommige mensen adolescenten al gauw als een bedreiging van de openbare orde, terwijl anderen hen eerder als slachtoffer van onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen beschouwen.
Ook met betrekking tot het seksueel gedrag van adolescenten bestaan er allerlei beeldvormingen die vaak meer zeggen over de opvattingen of fantasieën van sommige volwassenen dan over de feiten. Het onstaan van dergelijke stereotypieën acht Anthony gelegen in onverwerkte emotionele problemen bij volwassenen.
Het is niet denkbeeldig dat bepaalde populaire vooroordelen ook feitelijk het gedrag van adolescenten beïnvloeden.
Anthony zegt in dit verband dat stereotypieën functioneren als een spiegel die aan bepaalde groepen jongeren wordt voorgehouden, op zodanige wijze dat de jongeren ze als authentiek ervaren en er hun gedrag naar richten. Ik probeer deze tamelijk ingewikkelde zinnen me weer toe te eigenen door er een voorbeeld bij te bedenken. Ik hoef niet lang te zoeken: tot mijn schaamte onderken ik dat ik in de dagen voor de menstruatie een soort vrijbrief heb om korzelig te functioneren: ‘ach, laat mams maar, ze moet binnenkort o.g. worden’.

Het antwoord
Al met al - als ik de wetenschappers goed begrijp – mogen we dus zelfs wel een beetje oppassen met het al te laconiek omspringen met vooroordelen over pubers. Maar hoe roei je dit wijdverbreid spreken en denken over de tienertijd uit? Onze vijftienjarige brengt me ongevraagd de oplossing.
Tijdens de middag-thee vertelt ze dat ze bij frans het woord ‘pubère’ hebben gehad. Opgetogen noemt ze ook de betekenis van het woord erbij: geslachtsrijp.
Wie de wereld wil veranderen mag zelf beginnen. Voortaan weet ik een goud-eerlijk antwoord op de vraag of onze meiden al heftig puberen: ‘Jazeker, ze krijgen lange benen, brede heupen en prachtige borsten!’

Bij het maken van dit artikel heb ik gebruik gemaakt van Psychologie van de adolescentie van J. de Wit, G. van der Veer en N.W.Slot, HBuitgevers Baarn, 20e druk 2001. De citaten zijn afkomstig van pagina 17 t/m 20 uit dit boek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief