Wijlen wij

2003-04-25
  • Jaargang 47
  • nummer 9
Op zaterdag 12 april overleed in Heerenveen Cees Huizinga. Op 20 maart jl. werd hij 78 jaar en die dag sprak ik hem telefonisch voor het laatst. Hij lag op bed, hij kon niet meer zitten of staan, alleen maar liggen, soms denken, veel slapen. We voelden allebei, dat het wellicht de laatste keer zou zijn om elkaar wat te zeggen. Het wâs ook de laatste keer.
Waarover hadden we het? Over vroeger.
Hoe kwam dat? We ontmoetten elkaar voor het eerst 50 jaar geleden.
In 1952 kwam Cees in het bestuur van de Nederlandse Bond van Gereformeerde Jongelingsverenigingen (de vrijgemaakte jongensbond) . Een jaar later werd ik bestuurslid. Het was een mooie tijd, er was veel te doen, er werd hard gewerkt. Alle bestuursleden vormden een hecht team en dat was voor een groot deel te danken aan de voorzitter ds J.A. Vink te Amersfoort. Vink was een samenbindende figuur, ook toen de tegenstellingen in de vrijgemaakte kerken steeds groter werden.

Op 4 juli 1964 overleed ds Vink onverwacht en op 11 september verscheen een speciaal nummer van het Calvinistisch Jongelingsblad (CJB), waarin aandacht werd gegeven aan het leven en werk van ds Vink. In dit nummer schreef Cees Huizinga een bijzonder artikel. Hij zette er boven 'wijlen wij' en begon zô:

‘Nu is het moeilijk om woorden te vinden die niet alleen maar woorden zijn.
De woorden komen tegenwoordig zo vlot en de leestafels liggen vol met bijzondere nummers: herdenking van deze persoon en van dat feit. Het heeft geen zin die woordenstroom te verbreden enzo ook water naar de zee te dragen. Wij leden een groot verlies.
Wie nu de moeite van de woorden niet kent, mag zich afvragen hij oprecht is.
Of hij werkelijk leed.

Wat willen wij met dit nummer van het C.J.B.? Uitdrukking geven aan het mooie van een jarenlange omgang, die afgebroken werd. Voor onszelf is dat wellicht een vorm van willen bewaren wat ons ontnomen werd.
Tegenover de lezer die ds Vink misschien niet zô goed heeft gekend als wij, is het een willen getuigen, en willen zèggen, om het medeleven.

Want wij hebben een broeder en vriend verloren.' Iets verder lezen we: 'Het is in onze keiharde, formalistische, verorganiseerde samenleving een wonderlijk ding, wanneer binnen het raam van een organisatie zulke tere en vriendschappelijke verhoudingen groeien als wij hebben gekend. Zulke verhoudingen worden nu eenmaal hierdoor gekenmerkt dat zij tijd behoeven om te groeien. in onze kring lééfden wij. Men moet iets ervaren hebben van de onpersoonlijke hardheid, die in organisaties kan bestaan, om de zin van dit woord in dit verband te vatten.'

Bij het sterven van Ds. Vink stierf een levende verhouding. Daarom:

'Voor ons 'wij' moeten we nu wijlen schrijven.'

Het leek me goed bij dit sterven Cees zelf te doen spreken. In spreken en schrijven is hij van grote betekenis geweest. Vroeger en daarna. Al zijn verdiensten hoeven niet genoemd te worden. God weet het allemaal wel.
Wijlen wij.

Wat Cees in 1964 over ds Vink schreef kunnen we nu voor een deel over hem schrijven.

Op de rouwkaart staat: Het Beste komt nog.
Laten we dat vasthouden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief