‘Relslet’ en ‘Sebaot’
2006-04-14
De hierboven vermelde woorden zijn geen woorden die tot onze dagelijkse woordenschat behoren. Van Dale kent ze zelfs niet. Oudere (en trouwe) bijbellezers herkennen het woord Sebaot als een bijbels woord, dat met enige eerbied uitgesproken behoort te worden. Het hoort bij ‘de Here’ en als aan tafel uit - Jaargang 50
- nummer 8
de bijbel werd gelezen dan riep het de gedachte op van de grote Heer, de Almachtige, ‘de Here Sebaot’
Waar Sebaot voor stond, deed er niet toe; het was een soort toevoeging aan de naam van de Heer die iets mysterieus opriep. Het onderstreepte de grootheid van de Heer. Het kwam voor in de Statenvertaling, in nieuwere vertalingen is het vervangen, in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap door ‘Heer der heerscharen’, ‘Heer van legermachten’.
Ook dit onderstreept de grootheid van de Heer, maar mist het mysterieuze van het woord Sebaot. Het woord ‘relslet’ is ook een woord uit de bijbel, maar komt niet voor in de Statenvertaling en ook niet in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, maar in de (nieuwe) Naardense bijbel. In Samuël 20:30 schreeuwt Saul het toe aan zijn zoon Jonathan: ‘Jij, zoon van een relslet!’
Invalshoek
Twee mooie woorden in de bijbel, vanuit een heel verschillende invalshoek vertaald, in een heel verschillende tijd.
De Statenvertaling: heel eerbiedig, terughoudend, als je er niet goed uit komt laat dan maar staan wat er in het Hebreeuws stond – ‘Sebaot’. Het Hebreeuwse woord wijst op iets van ‘omringen’, ‘geschaard staan’, in meervoudsvorm: hemelheir, leger, dus: Heer der heerscharen. De Naardense bijbel: ‘De Omschaarde’ - dicht bij het Hebreeuwse woord, weer iets terug van het mysterieze van de Statenvertaling.
‘Relslet’: de Staten-vertaling heeft hier ‘zoon der verkeerde in weerspannigheid’, het Bijbelgenootschap: ‘zoon van een weerspannige tuchteloze’. Het mooie van het woord ‘relslet’ is, dat het iets laat terugkomen van wat er in het Hebreeuws staat: ‘ben na “wat hamar” doet’; klinkerrijm als in het woord ‘relslet’. En als ik me Saul moet voorstellen, die in ziedende toorn iets tegen Jonathan schreeuwt, dan zullen dat wel niet de gedragen woorden zijn van de Statenvertaling. De nieuwe bijbelvertaling in de literaire uitgave: ‘hoerenjong’, maar of Saul dat met betrekking tot zijn vrouw zei lijkt me de vraag. Ongehoorzaam, weerspanning, waar het woord ‘mar’ op wijst zal ze wel geweest zijn.
Vroede vaderen en coltrui
Bijbelvertalers vertalen niet alleen de bijbel, ze vertellen ook iets over zich zelf. Bij de vertalers die de Statenvertaling maakten kun je je ‘de vroede vaderen’ voorstellen: eerbiedwaardige mannen zoals wie die kennen van de schilderijen van Rembrandt en andere meesters uit die tijd, vergaderd in Dordrecht in de zeventiende eeuw, stoere Calvinisten. De vertaling: gedragen, plechtig, eerbiedig, nu nog ‘de kanseltaal’ (helaas?). De nieuwe bijbelvertalingen: mensen in coltrui en vrijetijdskleding, theologen en ook niet-theologen, de vertalingen: vlot, van onze tijd, geen ‘onbegrijpelijke woorden’, ‘dicht bij de mensen!’
Eigenzinnig
In vergelijking met de euforie rondom de nieuwe bijbelvertaling is de nieuwe Naardense vertaling er tot dusver maar wat bekaaid vanaf gekomen, hij is niet in grote oplagen gedrukt en niet in diverse vormen uitgegeven.
De vertaling is ook redelijk ‘eigenzinnig’, geen poging om ‘dicht bij de mensen’ te komen, wel om dicht bij de oorspronkelijke tekst te blijven. Zeker voor het Oude Testament geldt dat je daardoor meer verplaatst wordt in de tijd waarin de verhalen spelen. En het is veel meer ‘voordrachtstijl’, zoals je je kunt voorstellen dat de verhalen van geslacht op geslacht werden overgedragen.
Het is ‘gesproken woord’, ook door de manier waarop het is gedrukt: korte zinnen, soms wat warrig, zoals mensen praten als ze een verhaal vertellen. De mensen die optreden in de verhalen worden ‘mensen van hun tijd’. De nieuwe bijbelvertalingen zijn ‘geschreven tekst’, en zo is zeker het Oude Testament niet ontstaan. Ik weet niet in hoeveel gezinnen nog aan tafel bij de maaltijd uit de bijbel wordt gelezen. Ik kan van harte aanbevelen dit ‘es te doen en dan uit de Naardense bijbel. Je gaat vanzelf ‘declameren ‘ en je hebt de aandacht!