150 jaar theologisch onderwijs in Kampen
2004-11-12
Sinds 1854 is Kampen onlosmakelijk verbonden met het opleiden van predikanten.- Jaargang 48
- nummer 22
Na de Vrijmaking in 1944 biedt Kampen zelfs onderdak aan twee theologische opleidingen. De ene is sinds mei 2004 de predikantsopleiding van de Protestantse Kerk in Nederland (daarvoor van de Gereformeerde Kerken in Nederland ‘synodaal’) en de andere vanaf 1945 de opleiding van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.
De eerste wordt om verwarring te voorkomen wel aangeduid als Kampen I of Kampen (Oudestraat) en de ander als Kampen II of Kampen (Broederweg).
Op 6 december 1854 werd in Kampen een Theologische School van de Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Kerk opgericht. Dit kerkgenootschap was in 1834 ontstaan. Groepen kerkleden hadden zich onder leiding van Hendrik de Cock uit Ulrum afgescheiden van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Kampen was vooral een praktische keuze. De stad was neutraal, goedkoop – er werden geen belastingen geheven - en goed bereikbaar. Ook de Kamper bevolking zag brood in de komst van studenten. Zo konden leegstaande achter- en bovenkamertjes verhuurd worden.
Docenten van het eerste uur waren Simon van Velzen, Tamme Foppes de Haan, Anthony Brummelkamp en Helenius de Cock, zoon van de in 1841 overleden Hendrik de Cock. De lessen werden bij de docenten thuis gegeven.
Definitieve huisvesting kreeg de School in 1869 aan de Oudestraat.
Van de latere docenten is Herman Bavinck de bekendste. Hij schreef in Kampen zijn vierdelige Gereformeerde dogmatiek.
Studenten
De school startte met 40 studenten, die in leeftijd en opleidingsniveau veel van elkaar verschilden. Daarom werd de zevenjarige opleiding al gauw gesplitst in een voorbereidende en een theologische afdeling.
In 1873 werd het studentencorps Fides Quaerit Intellectum – afgekort FQI – opgericht. Na de Vrijmaking zou een tweede FQI het licht zien, maar dan met de naam Fides Quadrat Intellectum.
Hoewel regelmatig door de Kamper bevolking geklaagd werd over het gedrag van studenten, deden ze ook goed werk. Vele jaren verzorgden ze het zondagsschoolwerk in Kampen en omgeving.
Amsterdam
In 1902 vertrok Bavinck met zijn collega Petrus Biesterveld met een groot aantal studenten naar de Vrije Universiteit in Amsterdam. De poging om Kampen samen te voegen met de VU was mislukt. De school beleefde vervolgens moeilijke jaren met weinig studenten.
Vanaf 1915 bloeide de school op. De studentenpopulatie steeg tot ruim 170 in 1928. Nieuwe hoogleraren deden hun intrede. Jan Ridderbos, Tjeerd Hoekstra en Seakle Greijdanus kwamen en vormden samen met Harm Bouwman en Anthony G. Honig de zg. ‘Grote Vijf’.
Het enige dat in Kampen ontbrak was het promotierecht. Daarvoor moest worden uitgeweken naar de concurrent in Amsterdam of naar elders.
Klaas Schilder bijvoorbeeld promoveerde in 1933 in het Duitse Erlangen.
Vrijmaking
Op 11 augustus 1944 presenteerde Schilder en zijn medestanders de Acte van Vrijmaking of Wederkeer. De Gereformeerde kerken scheurden op een moment, dat de wereld in brand stond. De scheuring trok ook dwars door de hogeschoolgemeenschap.
Schilder vertrok met Greijdanus en zo’n 80 studenten en stichtte een eigen hogeschool aan de Broederweg in het voormalig studentenhospitium.
Aan de ‘synodale’ hogeschool aan de Oudestraat bleven vier hoogleraren met ca. 45 studenten achter.
Oudestraat na 1945
Ging in eerste instantie alles aan de ‘synodale’ hogeschool op de oude voet verder, dat veranderde in de jaren zestig. De eerste vrouwelijke student deed haar intrede en kerk en hogeschool gingen zich steeds meer bewegen over de grenzen van de eigen zuil. Aansluiting bij de Wereldraad van Kerken en toenadering tot hervormden zijn hier sprekende voorbeelden van.
Het aantal studenten steeg fors. Met als topjaar 1979, toen maar liefst 436 studenten ingeschreven stonden.
Daarna liep dit aantal gestadig terug tot de circa 225 studenten, die de universiteit nu kent. Daarvan studeert ongeveer tweederde in deeltijd. Sinds 2002 kent ze de mogelijkheid van afstandsonderwijs, waarbij de studie theologie via de LOI kan worden gevolgd.
Broederweg
De vrijgemaakten moesten helemaal opnieuw beginnen. Gebouw en bibliotheek aan de Oudestraat bleven in ‘synodale’ handen. Door de grote betrokkenheid van de kerkelijke achterban kon het Hospitium spoedig verbouwd en geschikt gemaakt worden voor onderwijs. In september 1945 begon het eerste jaar van de nieuwe opleiding.
Naast Schilder en Greijdanus werden nog drie nieuwe hoogleraren benoemd: Cornelis Veenhof, Benne Holwerda en Pieter Deddens. Greijdanus overleed in 1948 en werd opgevolgd door Harm Jan Jager.
Een grote tegenslag kregen kerk en hogeschool in 1952 te verduren. Kort na elkaar overleden Schilder op 61-jarige leeftijd en Holwerda, die nog maar 42 was.
Nieuwe scheuring
De vrijgemaakte kerken werkten hard aan het opbouwen van een eigen gereformeerde zuil. Dat leidde spoedig tot conflicten. Velen ijverden voor de ‘doorgaande reformatie’, waarbij samenwerking met ‘synodalen’ uit den boze was en eigen politieke en maatschappelijke organisaties werden opgericht. Anderen, zoals Jager en Veenhof, kozen voor een meer gematigde koers. De vele conflicten leidden uiteindelijk tot een nieuwe kerkscheuring, waaruit de latere Nederlands Gereformeerde Kerken ontstonden.
Veenhof was in 1945 benoemd als hoogleraar in de ambtelijke vakken.
Na een conflict in de redactie van De Reformatie richtte hij samen met Jager het blad Opbouw op. In 1968 ging hij op dokteradvies met emeritaat.
De spanningen in kerk en hogeschool hadden zijn gezondheid geen goed gedaan. Veenhof sloot zich na de breuk met Jager aan bij de NGK.
Bijzonder was, dat hij op 6 december 1977 aan de ‘synodale’ hogeschool de diesrede hield. Hij overleed in 1981.
Na de breuk
Uiteindelijk bleven alleen gelijkgestemden over in de vrijgemaakte kerk.
Dit zorgde voor een grote opbloei van het kerkelijk leven. Ook de hogeschool deelde hierin mee.
Hoogleraren als J. van Bruggen en J. Douma waren in de volle breedte van de gereformeerde gezindte bekend.
De studentenpopulatie nam toe met 1986 als recordjaar, met 33 nieuwe inschrijvingen. Op dit moment telt de Broederweg ca. 80 studenten. De band met de kerken is nog immer hecht, al is er wel sprake van een kentering.
Kwamen in de hoogtijdagen in september op de jaarlijkse schooldag bijna 15.000 mensen naar Kampen, tegenwoordig bezoeken tussen de 6000 en 7000 mensen Kampen. Tot op heden wordt de universiteit onderhouden door de kerken. Maar ook hierin verandert wellicht de situatie.
Curatoren gaan onderzoeken of (gedeeltelijke) subsidie door de rijksoverheid mogelijk is, zoals overigens aan de Oudestraat sinds de jaren zeventig reeds het geval is.
Samenwerking
De Broederweg werkt de laatste jaren in toenemende mate samen met de Apeldoornse universiteit. Maar ook met de Oudestraat is een goede zakelijke band. Of zoals de rector, prof. Kwakkel het in De Reformatie van 28 februari 2004 omschreef: ‘dat deze zakelijke samenwerking tot hartelijke contacten of herkenning leidt, is iets om dankbaar voor te zijn’. En de laatste keer, dat in Kampen iemand van vrijgemaakte huize promoveerde (in 2002), gebeurde dit niet zoals je zou verwachten aan de Broederweg, maar aan de ‘synodale’ universiteit aan de Oudestraat.
Nederlands gereformeerden
Als je de overzichten met namen van studenten, die in de loop der jaren in Kampen hebben gestudeerd doorneemt, ontdek je vele namen van (emeriti)-predikanten, die onze kerken dienen of hebben gediend.
Enkele emeriti hebben zelfs nog de ongedeelde hogeschool van voor de tweede wereldoorlog meegemaakt.
De Broederweg heeft vanzelfsprekend het grootste aantal NG-predikanten voortgebracht. Maar ook de Oudestraat heeft diverse predikanten opgeleid, die nu in onze kerken werkzaam zijn.
| Tot en met 30 december 2004 is in het Stedelijk Museum Kampen (Oudestraat 158) de tentoonstelling Made in Kampen: 150 jaar predikantsopleiding te zien. De geschiedenis van beide universiteiten wordt belicht aan de hand van documenten, foto’s, schilderijen en allerhande voorwerpen. Openingstijden: di t/m za van 11.00 uur tot 17.00 uur. De gelijknamige catalogus kost 10 euro. |