Van God gekregen

2004-11-12
  • Jaargang 48
  • nummer 22
'Plaatsing van ingezonden stukken betekent geen instemming van de redactie. Anonieme brieven worden niet opgenomen en ingezonden stukken mogen in het algemeen niet langer zijn dan 250 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten.'

Na de eerste twee artikelen in Opbouw in het voorjaar, heeft het lang geduurd eer de reactie in augustus kwam (F. Vrij, ‘Van gruwel naar deviant’).
Een reactie die er niet om liegt.
Mijn (helaas overleden) man en ik hebben onze vier kinderen van God gekregen, zo ervoeren wij dat. De twee hetero’s en de twee lesbische.
Gekregen van God en door Hem geschapen zoals Hij dat goed dacht.
Dat kan dus betekenen dat er soms iets anders is dan anders. Tot nu toe zijn de wetenschappers er niet uit, maar ze neigen steeds meer naar de conclusie (populair gezegd) van een geboortefoutje.
‘Het’ te zijn is een gegeven, en ik weet dat het beslist geen sinecure is óm het te zijn, en ervoor uit te komen.
Het is een worsteling en je moet a.h.w. een olifantshuid kweken om de vele, dikwijls bijzonder onaangename en vrijpostige vragen voor een deel naast je neer te leggen. Ik zal er wat opnoemen, de meest gestelde. 1) Hoe is het nu om twee van ‘zulke’ dochters te hebben? 2) Zeker wel moeilijk, ‘zulke’ dochters? 3) Ze hebben toch wel aparte slaapkamers? 4) Wie van hen is nu de man? (geen van beiden want het zijn twee vrouwen). 5) Als het mijn kinderen waren, kwamen ze er niet meer in (liefdevolle opmerking).
6) Twee ‘van de verkeerde kant’. Enz. enz. Het gekke is dat met zich zulke vragen (ook in kerkelijke kring) permitteert, maar dat wij nooit mogen vragen van dergelijke intieme aard kregen over onze hetero kinderen.
Teon onze dochters het ons destijds vertelden, wat het best wel even schrikken, en ermee leren omgaan.
Maar het heeft er nooit toe geleid dat we daarom minder van hen hielden/ houden. Wij waren er dankbaar voor (en dat ben ik nog) dat zij twee lieve vrouwelijke partners vonden, waarmee ze al resp. 19 en 21 jaar samen zijn, en met wie ze in 2002 trouwden (trouwen geeft bij overlijden meer mogelijkheden dan een samenlevingscontract, wat ze al eerder hadden).
Het is fijn dat ze niet alleen door het leven moeten en hun vreugden en zorgen kunnen delen. Bovendien zijn ze alle vier meelevende en belijdende leden van PKN-gemeenten.
Dit alles moet voor de auteur van 20 augustus abnormaal lijken. Laten echter hij en zijn medestanders (dit meen ik serieus) God op hun blote knieën danken, dat zij niet ‘zulke kinderen’ hebben. Maar ik denk en hoop, dat als zij ze wél hadden zij er genuanceerder tegenover zouden staan. Er is namelijk een groot verschil tussen ‘aannemen dat’ en de werkelijkheid.
Overigens leven hetero stellen tegenwoordig ook niet altijd volgens God en gebod. En er is heel veel veranderd vergeleken met toen wij trouwden (1949).
Iedereen begaat fouten/zonden in zijn/haar leven, wat je ook bent. Het is te zwart-wit gedacht en geschreven dat homo’s/lesbi’s de oorzaak zijn van alle ellende, en dat ze - volgens het artikel - ‘op handen worden gedragen’ is verre van waar. De werkelijkheid leert wel anders. In alle groepen komen excessen voor, maar daarom mag je maar niet iedereen veroordelen en over één kam scheren.
Vroeger zei men als je homo of lesbisch was: ga maar trouwen, dan gaat het wel over. Voor het gemak over het hoofd ziend hoe ongelukkig beide partners zich dan - meestalvoelden.
Natuurlijk kan en mag van mening verschillen en je hoeft je niet alles letterlijk voor te stellen. Niet de seksuele omgang tussen homo’s en lesbi’s, noch die tussen hetero’s - daar zijn ook ‘vreemdgangers’ onder/ Wat mij het meeste hindert, is dat er zo gemakkelijk ge- en veroordeeld wordt. Laten we niet alleen naar de theorie-kanten van de drie voorgaande artikelen kijken, maar ook naar de werkelijkheid. En… vooral niet vergeten dat óók homo’s en lesbiennes onze naasten zijn. Gedenk Johannes 8:7.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief