Ik geloof in een God die niet bestaat
2009-08-28
Deze woorden van de Zeeuwse predikant Klaas Hendrikse hebben in protestants Nederland voor veel ophef gezorgd. Reden voor onze docent, ds. Ad van der Dussen, om in twee themacolleges met ons na te denken over de vraag: hoe spreken we over God? De manier waarop de Nederlandse Geloofsbelijdenis over God spreekt, vinden we niet ideaal.- Jaargang 53
- nummer 17
Artikel 1 zegt tegelijk heel veel, en heel weinig.1 Aan de ene kant pretendeert het al Gods eigenschappen te kennen, en op te kunnen sommen. Anderzijds doet het weinig recht aan Gods karakter zoals geopenbaard in de bijbel. Daarnaast, zou Hendrikse zeggen, hebben deze woorden niets met onze dagelijkse praktijk te maken. ‘Christelijke atheïsten’, waaronder Hendrikse, vinden dat we niet te veel over Gods karakter of eigenschappen moeten zeggen. God is iets dat gebeurt. Als mensen elkaar ontmoeten, of als we zien dat de lente begint.
Maar houdt het daarmee op? Is dat alles wat we over God kunnen zeggen? Er moet toch een manier van theologie zijn, waarbij we niet zo klinisch spreken als de Geloofsbelijdenis en niet zo inhoudsarm als de gelovig-atheïstische denkers? De docent houdt ons in vier interessante uren een aantal oplossingen voor, waarvan ik die van Eberhard Jüngel het elegantst vond: we moeten niet spreken over een God die er wel of niet is. We moeten spreken over God, zoals hij er voor ons is.
Gott gibt’s nicht – Gott gibt sich.
We denken ook aan Augustinus: als je denkt van God iets begrepen te hebben, dan heeft wat je begrijpt niets met God van doen.Wat is het moeilijk en gevaarlijk om te spreken over onze ondoorgrondelijke God! Deze colleges leren ons theologiestudenten hoe belangrijk nederigheid is.
In gedachten verzonken verlaten we de TUA en zien hoe de brutale lentezon doorbreekt boven de groene Apeldoornse lanen. God, wat een gebeuren.
Alain Verheij, Student NGP
1 NGB artikel 1: Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er is een enig en eenvoudig geestelijk Wezen, dat wij God noemen: eeuwig, ondoorgrondelijk, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig, volkomen wijs, rechtvaardig, goed en een zeer overvloedige bron van al het goede.