Geloven geeft/heeft zin

2009-08-28
  • Jaargang 53
  • nummer 17
Als behandelaar zwijg je in de spreekkamer over het geloof. Dat was de gangbare opvatting. Maar er zijn andere geluiden. Margreet de Vries-Schot voert in haar boek ‘Geloven is Gezond’ een pleidooi om religie juist wél ter sprake te brengen in de hulpverlening.

Het boek is een bewerking van het proefschrift van de auteur. Ze is psychiater en psychotherapeut, relatieen gezinstherapeut én theoloog. Die combinatie daagt direct uit om te kijken hoe de verschillende disciplines elkaar aan kunnen vullen. Wat is het werk van pastor, psycholoog en psychiater? Zwijgt de pastor over de psychologie, zwijgt de psychiater over religie? De Vries wil de(ze) verschillende aspecten van het menselijk leven met elkaar in verband te brengen.
Er staat veel informatie in het boek, met dwarsverbanden tussen filosofie, antropologie, theologie en psychiatrie.
Het lezen vraagt wel concentratie van de kant van de lezer. In deze bespreking vat ik het eerste hoofdstuk van het boek samen. Daarna noem ik kort de volgende hoofdstukken en vat de conclusie samen.

Geloof in de spreekkamer
Het eerste hoofdstuk gaat over geloof in de spreekkamer. De Vries schrijft dat veel psychische klachten medisch verklaard worden. Een gebrek aan zingeving wordt vaak een depressie genoemd, die met een antidepressivum behandeld wordt. Daarmee mist de behandelaar de vraag achter de vraag: de ervaren doelloosheid van het leven.
Hulpverleners kijken naar aspecten die gezondheid bevorderen of belemmeren. Zo kun je ook naar het geloof kijken. Iemand kan steun ervaren bij God, maar voortdurend botsen met medegelovigen. Omgekeerd kan iemand steun ervaren van kerkmensen, maar voor zijn gevoel is God onbereikbaar. ‘Het is belangrijk dat hulpverleners leren omgaan met dit onderwerp. Het is misschien wel het allerbelangrijkste in het leven van de cliënt’ (p. 25). Daarna noemt de schrijfster het zogenaamde biopsychosociale model van de hulpverlening: hoe zitten we lichamelijk in ons vel (biologisch), hoe voelen we ons geestelijk (psychisch), welk verband hebben wij met andere mensen (sociaal)? De Vries voegt hier als vierde aspect de spirituele dimensie aan toe. Dat is opmerkelijk, omdat religie (als het al ter sprake komt) vaak wordt ‘geparkeerd’ bij de psychische factoren.

Hoofdstukken op een rijtje
Het tweede hoofdstuk behandelt de vraag waarom het in de spreekkamer (en zelfs in het pastoraat!) niet gemakkelijk is om over het geloof te praten. Het derde hoofdstuk noemt een aantal toonaangevende behandelaars ( zoals Freud, Jung, Erikson, Maslow, Yalom) en daarnaast enkele godsdienstpsychologen (o.a. James en Allport). Hoe keken zij tegen de religie aan? De keuze is beperkt, ik zou er bijvoorbeeld zeker ook Fowler aan toe willen toevoegen, die de geloofsontwikkeling in fasen in verband heeft gebracht met de psychologische ontwikkeling van mensen. Aan de andere kant is ook dit overzicht al zeer verhelderend.
Het vierde hoofdstuk is het meest filosofisch van aard. De schrijfster leunt hierbij op het begrip ‘tijd’ zoals dat werd ‘gekaderd’ door Heidegger. Geloof overstijgt het hedendaagse: het is God die maakt dat de geschiedenis meer is dan het pure verloop van de dingen (p. 84).

Een gezond geloof
De laatste hoofdstukken vormen de climax van het boek. Wat is een gezond geloof? Onwillekeurig moest ik daarbij steeds weer denken aan het standaardwerk van Rümke (uit 1939!): ‘Karakter en aanleg in verband met het ongeloof ’. Op basis van haar literatuuronderzoek heeft De Vries een aantal stellingen voorgelegd aan hulpverleners en pastores. Opmerkelijk was de sterke overeenkomst in de antwoorden bij beide groepen. De Vries komt tot een omschrijving van drie schalen die samen een beeld geven van het persoonlijk geloof. Het zijn: (1) gerichtheid op hogere waarden vanuit innerlijke vrijheid (bijvoorbeeld: meer gericht op ‘zijn’ dan op ‘hebben’), (2) vertrouwen op God doordringt het hele leven (bijvoorbeeld: steeds meer aan God toe kunnen vertrouwen), en (3) verantwoordelijkheid voor medemens en schepping (bijvoorbeeld eigen vrijheid wordt begrensd door zorg voor de schepping). Een gezond geloof raakt in positieve zin de verhouding tot mijzelf, tot God en tot mijn naaste.
Aan het slot voert De Vries op basis van de uitkomsten van haar onderzoek een pleidooi voor samenwerking tussen pastoraat en hulpverlening. Maar de reikwijdte van haar visie gaat verder. Geloven is geen privézaak. Het christelijk geloof is een essentiële inspiratiebron voor de samenleving. Het is de taak van christenen om vrijmoedig te laten zien dat geloven zin heeft…
Het boek is, lijkt mij, met name bedoeld voor professionele hulpverleners, zoals pastores en mensen die werkzaam zijn binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg. De boodschap dat religie een plek verdient bij ál het denken over ons emotioneel welbevinden is voor iedereen…

Dr. Margreet de Vries-Schot(2008), Geloven is gezond. Boekencentrum, Zoetermeer. 157 p., € 18,90.

Henk Algra is GZ-psycholoog. Hij is lid van de CGK/NGK van Alkmaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief