‘Wat hebben wij veteranen te bieden?’

2009-08-28
  • Jaargang 53
  • nummer 17
Hij heeft zijn zorgen over het imago van predikanten in bijzondere dienst, maar zal op een Landelijke Vergadering niet zo gauw een uniform aantrekken. ‘Dat doe ik wel in een themadienst over oorlog en vrede, maar daar word ik weinig voor gevraagd.’

In zijn kleine spreekkamer in het drukke Centraal Militair Hospitaal in Utrecht kijkt legerpredikant Kees Smit (50) desgevraagd terug op een rapport over de categoriale predikanten, dat in 2007 op de agenda van de LV stond. Zij constateerden een steeds mindere relevantie van geloof en kerk in hun werkomgeving (leger, gevangenis, ziekenhuizen). ‘Mensen verstaan de taal van de kerk niet meer.’ Tegelijkertijd riepen zij kerkenraden op om predikanten op vacatures te laten reageren en vroegen zij kerken meer aandacht te besteden aan ‘de mensen in die huizen’. ‘Als voorposten hebben wij niet de bescherming en knusheid van een gemeente en lopen wij scherper tegen die vragen rond relevantie aan’, was de boodschap.
Uit het verslag van die vergadering in Opbouw blijkt, dat Jan Mudde de vacature-oproep geen succes vond. ’Dat doet een kerkenraad alleen als zij van een predikant af wil.’
‘Die opmerking van Mudde deed pijn, ik voelde me naar de rand van het kerkleven geduwd. In 1996 zei een oudere collega tegen mij, dat ik in feite ‘verloren voor de kerken’ was. Maar dit is een dienst vanuit de kerk naar de samenleving. Niet direct om mensen te bekeren, maar om pastorale zorg te verlenen en in liefde naar hen om te zien. God wordt lang niet altijd expliciet genoemd, maar is impliciet altijd aanwezig.’

Blijf overeind
Smit groeide op in een domineesgezin, studeerde theologie in Apeldoorn en kwam in 1984 in het 170 zielen tellende Culemborg te staan. ‘In 1989 werd ik een jaar uitgeleend aan Defensie en werkte na een militaire basistraining van zes weken de rest van dat jaar op de legerplaats Crailo in Bussum. In februari 1990 ging ik terug naar mijn gemeente, maar ze hadden me gevraagd te blijven en zo werd ik medio 1991 fulltime legerpredikant.’

Vanwaar zo’n uitstapje van een jaar, terwijl je net aan je loopbaan begint? ‘Het was de uitdaging of ik overeind zou blijven. Kind uit een domineesgezin, opgegroeid in een naar binnen gekeerde omgeving, gestudeerd in Apeldoorn, ook niet direct een toonbeeld van openheid. Ik wilde iets betekenen uit liefde voor mensen. Zorg voor mensen was al jong mijn drijfveer. En militairen ogen dan wel sterk en krachtig, maar ze doen lastig werk en oorlogsgeweld maakt ook de sterksten kwetsbaar. Geweld maakt kapot, maar soms kan het niet anders. Dus heb je altijd die tweezijdigheid, ook in de Bijbel. Aan de ene kant een pacifistische lijn, aan de andere kant een realistische, met begrensd geweld. En in de krijgsmacht kom je in die spanning terecht. Ik heb daar ook de oplossing niet voor, maar kan wel naast die ander staan. De militairen doen het tenslotte namens ons allen.’

Oh sorry
Hij draagt (‘gelukkig’) geen wapen en werd drie keer uitgezonden. Shifts van 4,5 maand en zes weken in Bosnië en zes maanden op Cyprus. Die laatste plek was militair gezien niet zo heftig - bewaking van een green zone tussen het Turkse en Griekse deelmaar een compound is een klein wereldje, waar kleine irritaties moeilijk een uitweg vinden en tot uitbarstingen kunnen leiden.
‘Er wordt wat afgevloekt (“oh sorry, dominee”), maar ook zwijgend doe je al een appèl op hen. Ze vinden het fijn dat je er bent en dan moet je niet altijd per se iets van ze willen. Ook privé verandert je taalgebruik. Een lichte verruwing en een zekere directheid, die ook heilzaam kan zijn’, zegt hij met een opkrullende mondhoek.

Wezen verwennen
Hij voelt zich ook verantwoordelijk voor het menselijke gezicht van militairen. ‘Zo gingen we in 1995 in Tuzla elke maand met vrijwilligers naar een weeshuis om eten te brengen en activiteiten te organiseren. Met die kinderen spelen, pannenkoeken bakken, voetballen, echt een feest. Wat dat betreft zijn Nederlanders anders dan Fransen, Britten of Amerikanen. Je moet wel eens optreden, maar een Hollander lult zich er liever doorheen.
Dat mengsel van militair en civiel optreden heb je als militair ook nodig om je eigen menselijkheid te bewaren.’

Kalashnikov
Maar hoe behoud je omgekeerd je ‘gelovigheid’?
‘Als je in de legerorganisatie wilt passen, dan moet je die taal spreken. Inpassen is alleen mogelijk als je bereid bent je geloofsvooronderstellingen te laten kritiseren. Er zijn dingen die ik heel vast geloof, ook al zijn het er misschien wat minder dan vroeger. Zelfs die dingen mogen wat mij betreft worden bekritiseerd, omdat ik geloof en heb ervaren, dat ze de toets der kritiek kunnen doorstaan. Paulus zegt: uw leven ligt met Christus verborgen bij God. Dat is de bodem: mijn leven is in Gods hand en als ik val, val ik in zijn hand, ook al snap ik lang niet altijd wat mij en andere mensen overkomt en waarom. Maar God zegt: ik hou van je.
‘Over de verhouding bekering en wedergeboorte zijn hele interessante dingen geschreven, maar staat of valt mijn leven daarmee? Als je in de loop van een Kalashnikov kijkt, wat vraag je je dan af? Of al je zonden wel zijn
vergeven? Ik niet.’

Zuilen weg
Hij voelt zich dan misschien naar de rand van de kerk gedreven, maar doet hij omgekeerd niet hetzelfde? Het beeld van dat ‘knusse’ gemeenteleven wekt de indruk, dat dat niet het échte leven is.
‘Het leven is breder dan ons kerkleven wel eens doet vermoeden. Leven is meer dan de vraag hoe ik verlost kan worden van mijn zonden. Daarbij heb ik de indruk, dat ons kerkelijk leven erg naar binnen is gekeerd en gericht is op zelfbevestiging. Predikanten stellen we vrij van maatschappelijke plichten om zich te wijden aan de verkondiging in de gemeente, de pastorale zorg binnen die gemeente en de toerusting van die gemeente. En dat is goed. Maar tegelijkertijd leven we in een geseculariseerde en seculariserende samenleving, waarin God, geloof en de kerk een zeer geringe rol spelen. De zuilen zijn weg. De tijd is voorbij, dat de kerk een stempel op het maatschappelijk leven kon drukken. Als dan de kerk sterk naar binnen gekeerd blijft, verliest ze het contact met de wereld waarin zij leeft. Zo komt er afstand tussen het kerkelijk en het maatschappelijk leven, tussen de zondag en de rest van de week.’

Rol voor veteranen
‘Zo ligt er een uitdaging rond veteranen. Wat hebben wij hun te bieden? Ik heb in Culemborg een thema-avond gehouden voor veteranen. Dat zijn niet meer die oude mannen uit de Tweede Wereldoorlog en Nederlands-Indië, maar dat is de buurjongen, je tante, je nicht, je broer en je zus. Het is de vraag of veteranen ruimte vinden in een gemeente, want ze zijn erg kieskeurig. Maar uit onderzoek blijkt, dat steun vanuit hun eigen netwerk heel belangrijk is. Door een uitzending verandert het nodige op fysiek, psychisch en relationeel vlak. De meesten oriënteren zich opnieuw op hun geloof, hun gezin en hun relaties. Sommigen worden weer tot over hun oren verliefd op hun vrouw. En ze ervaren de werkelijke waarde van hun geloof.
‘Misschien zijn thema-avonden wel iets om landelijk te doen, maar dat lukt me niet in m’n eentje. Ik heb de NGK-commissie voor categoriaal pastoraat voorgesteld te streven naar minstens twee of drie krijgsmachtpredikanten uit de NGK en daarover denkt ze nog na. Het werkveld van de commissie is recent ook
verbreed en dus is het even zoeken naar een nieuwe rol.’

Theologie helpt
En hoe gaat het met de vacatures?
‘De protestanten werven mensen via advertenties, waarbij ervaring in het basispastoraat een vereiste is. Ik weet niet hoeveel mensen uit NGKhoek de laatste tien jaar hebben gesolliciteerd, maar er is er geen één door de selectie gekomen. Misschien moet je dit categoriale werk wel nadrukkelijker meenemen in het begin van de theologische opleiding.’ Want die opleiding acht hij onmisbaar.’ Ik sta achter die wetenschappelijke opleidingseis, al is het werk niet wetenschappelijk. Maar dat is het werk in de gemeente ook niet zo.
Wel helpt een wetenschappelijke opleiding achterliggende vragen te ontdekken. Ik liep een korporaal tegen het lijf, die vertelde dat hij in Srebrenica God was kwijtgeraakt. Als ik antwoord: maar God is er wel!, heb ik dan gepeild welke vragen daaronder zitten? Vragen over een God van liefde, die kwaad toelaat hoewel hij almachtig is? Vindt hij het erg dat hij God kwijt is? En welke God is hij dan kwijtgeraakt? Die van zijn jeugd?’
De categoriale werkers kunnen studenten snuffelstages aanbieden en ook zijn er plannen voor gastcolleges aan de NGP in Apeldoorn.

Dit is het eerste artikel in een serie over categoriaal pastoraat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief