‘Dit is echt niet een oude gemeente die jongeren wegjaagt’

2009-08-28
  • Jaargang 53
  • nummer 17
De ontstaansgeschiedenis van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Dalfsen is van blijvende invloed geweest op het gemeenteleven. Ook nu nog speelt het een rol, omdat een groot deel van de vergrijsde gemeente lid van het eerste uur is. Tegelijkertijd staat de gemeente niet stil. Want in Dalfsen zijn oud en conservatief geen synoniemen.

Voor een goed begrip van de NGK in Dalfsen is kennis van de eerste jaren van de gemeente onontbeerlijk. Temeer omdat een groot deel van de huidige leden die opbouwfase nog meegemaakt heeft.
In Dalfsen was de scheuring ‘best extreem’, vertelt Gerry Westera, die de NGK van nul tot nu meemaakte. In oktober 1970 hield de gemeente voor het eerst een eigen kerkdienst. De kerk viel toen nog onder de NGK in Zwolle. ‘We begonnen in de kantine van een metaalfabriek’, vertelt Westera. ‘Later werd dat een bovenzaal van de landbouwschool en weer later verhuisden we naar de aula van die school.’
De groep NGK’ers bestond voornamelijk uit jonge gezinnen. Omdat de zaaltjes die gehuurd werden alleen op zondag beschikbaar waren en de gemeente dus in de knel kwam met dingen als catechisatie en jeugdverenigingen, besloten de leden eind jaren zeventig om een eigen gebouw te gaan bouwen.
Je zou het een sleutelmoment in de historie van de gemeente kunnen noemen. Eensgezind sloegen de leden de handen in elkaar om het project te verwezenlijken. Een paar mensen waren in de bouw werkzaam en konden goed inschatten wat mogelijk was. Er werden werkploegjes gevormd en het gebouw werd bijna geheel eigenhandig opgebouwd. Steen voor steen.
De bouw trok de aandacht van de mensen in het dorp en ook van de pers. Maar bovenal smeedde het een sterke band in de gemeente. ‘Er was een grote saamhorigheid’, vertelt Bea Jochemsen, ook lid van het eerste uur en momenteel organist in de gemeente. ‘Ik denk dat de gemeente toen saamhoriger was dan nu. Niet dat er nu geen saamhorigheid is, maar toen had je die extra kick.’

Aanwas
Jan Makkinga, ruim een jaar lid in Dalfsen en direct al ouderling, merkt tijdens huisbezoeken hoe sterk de gedachte aan ‘toen’ nog leeft. ‘Tijdens huisbezoeken zeggen mensen vaak: “Vroeger deden we alles met elkaar”. Het was één grote, laaiend enthousiaste club’, vertelt hij. ‘Het is als een kampioensteam in sport. Die blijven zich ook alle mooie dingen van vroeger herinneren.’ Het opvallende van Dalfsen is dat het hierbij niet om een paar mensen gaat. Het kampioensteam vormt nog steeds een groot deel van de gemeente. De reden daarvoor is dat de aanwas van jongere mensen (alles onder de veertig) karig is geweest.
‘We missen dertigers en veertigers’, erkent dominee Geert van Dijk. Wat de oorzaak daarvan is, weet hij niet precies. ‘Een aantal heeft zich een jaar of tien geleden onttrokken aan de gemeente. Mijn indruk is dat zij het beleid van de kerk op bepaalde punten te streng vonden en elders of nergens gingen kerk. Maar ik heb er nooit helemaal een vinger achter kunnen krijgen. Anderen zijn gewoon door een verhuizing weggegaan.’
Wat Makkinga als kersverse ouderling te horen krijgt, is dat de nabijheid van Zwolle – met goedkopere huizen, meer werk en meer voorzieningen – de reden is dat vooral jonge mensen wegtrekken. Maar zelf denkt hij dat er meer aan de hand is. ‘Ik denk dat er een vlucht is geweest in het verleden. Er zijn veel te weinig leden tussen de 15 en 35 jaar. Daar maak ik me zorgen over. Er is iets niet goed gegaan in het verleden.’

Hobbel
De hoge gemiddelde leeftijd heeft op allerlei manieren consequenties voor de gemeente. Een eenvoudig voorbeeld is dat er moeilijker mensen te vinden zijn voor de meer huishoudelijke karweitjes voor de kerk. De oudere generatie was gewend heel veel te doen, maar nu mist een groep die dat van hen overneemt. Dat Makkinga al zo snel na zijn binnenkomst (binnen een half jaar) in de gemeente ouderling werd, heeft ook te maken met de vergrijzing. En met het feit dat er vele familiebanden in de gemeente bestaan.
Jochemsen is er daarnaast stellig van overtuigd dat het ook invloed heeft op de uitstraling naar buiten, ongeacht de goede intenties van de gemeenteleden. ‘Als jongere mensen van buitenaf komen om zich te oriënteren, zien ze al die grijze koppen. Ze willen toch ook iets voor hun kinderen in de kerk hebben en gaan daarom soms naar andere gemeenten. Bij ons staat altijd voorop dat we een levende gemeente willen zijn, dat we warmte willen geven – en de jonge gezinnen die in de gemeente zitten, zijn heel positief – maar het is toch een extra hobbel.’
Het baart logischerwijs ook zorgen voor de toekomst, al ziet Jochemsen die vol vertrouwen tegemoet. ‘We hebben veel positieve jongeren in de gemeente, dus ik heb veel vertrouwen in de toekomst. Maar je moet ook zakelijk zijn. Als je ziet hoeveel mensen zeventigplus zijn, dan is dat een behoorlijk percentage. In mijn hart houd ik er dan ook rekening mee dat we ons ooit misschien niet meer een fulltime predikant kunnen veroorloven. Net als vroeger.’

Omslag
Ondanks dat is Dalfsen allerminst een gemeente in verval. Zo is het oude stempel dat lange tijd op de kerkenraad gedrukt werd langzaam vervaagd, vertelt dominee Van Dijk. ‘In het begin werd er in de kerkenraad nog wel eens gezegd: dat moet je niet zo besluiten, want dan krijgen we problemen met die of die. Er heerste een soort langetenengevoel. Dat is nu niet meer zo. Ik merk duidelijk dat er een omslag heeft plaatsgevonden. We gaan niet het beleid wijzigen voor één persoon.’
Met die insteek heeft de kerkenraad heel wat veranderd de afgelopen jaren. Er zijn ontmoetingsdiensten en jeugddiensten ingevoerd, de gemeente heeft de vrouw in het ambt toegestaan, in de diensten wordt er gebruik gemaakt van zo’n beetje alle soorten liedbundels, de beamer staat wekelijks in de basisopstelling, er is naast het orgel meer piano en af en toe een band en de gemeente doet mee aan diverse interkerkelijke initiatieven in het dorp (zie kader).

Interkerkelijke contacten
De NGK Dalfsen heeft 207 leden, waarvan 141 belijdende leden en 66 doopleden. Dominee Van Dijk heeft de indruk dat het ledenaantal zich stabiliseert, nadat de gemeente enkele jaren lang een afkalving tot onder de 200 leden meemaakte.
In Dalfsen is de NGK één van de kleinere gemeenten. Er is een grote Gereformeerde Kerk vrijgemaakt (GKV), met zo’n 1400 leden. Daarnaast is er een PKN waar veel dorpelingen lid van zijn en een eveneens redelijk grote rooms-katholieke kerk. De evangelische gezindte is minder breed vertegenwoordigd.
De NGK doet “redelijk veel” op interkerkelijk gebied, zegt Van Dijk. Er zijn ontmoetingsdiensten, twee keer per jaar houden diverse gemeenten samen een kerkschoolgezinsdienst, waarbij scholen collectief naar de kerk gaan, en aan het vakantiebijbelfeest van de NGK doen steeds meer mensen van andere kerken mee.
Met de Christelijke Gereformeerde Kerk in Zwolle is er kanselruil overeengekomen, maar dat is vooral een papieren overeenkomst. ‘Ze hebben hun handen vol aan de samenwerking met de NGK daar’, zegt Van Dijk.
Binnen Dalfsen heeft de NGK in de jaren negentig toenadering gezocht tot de GKV, maar dat liep na het toestaan van vrouwen in het ambt stuk. Van Dijk: ‘Pas hebben we weer een brief gestuurd, waar we een positief antwoord op kregen. Maar we moeten nog zien hoe dat gaat lopen.’

Vooruitstrevend, zou je kunnen zeggen. En dat met een hoge gemiddelde leeftijd, dat zou je niet verwachten. ‘Dat is mij ook opgevallen’, zegt Jochemsen. ‘Er wordt wel gezegd dat oud behoudend is en jong vooruitstrevend, maar dat is bij ons lang niet altijd het geval. Pas nog hadden we een gemeentevergadering waarbij een oudere nieuwe muziek bepleitte, terwijl een jongere juist het tegengestelde wilde. We zijn best vooruitstrevend.’
Maar vrijbuiters of voorlopers zijn ze beslist niet, vindt Westera. ‘We hebben moeten groeien in veranderingen. Over sommige dingen hebben we lang gedaan, zoals het zingen van de geloofsbelijdenis of het hardop bidden van het Onze Vader. Maar we willen wel wat uitdragen in de maatschappij, en daarom zijn er dingen veranderd in de kerk.’

Wegjagen
Eén van de motivators voor de vernieuwingen is de jeugd. Dat is maar een klein clubje in de gemeente en er wordt veel werk van gemaakt om hen vast te houden. ‘In het verleden zijn er veel jongeren vertrokken, vaak naar gemeenten waar men wat makkelijker tegenover bepaalde dingen stond’, zegt Jochemsen. ‘Dat voelt wel als een falen. We hadden toen denk ik meer uit de kast moeten halen voor de jeugd.’
Dat wordt nu ruimschoots ‘vergoed’. ‘We zijn niet met superveel, maar er wordt wel veel aandacht aan ons besteed’, zegt de 19-jarige Dorien van der Kamp. ‘Er zijn veel jeugddiensten en themadiensten en de preken zijn ook vaak gericht op jongeren. Ik denk dat we nu in een proces van nieuwe dingen zitten, want er wordt opeens veel uitgeprobeerd. Daardoor is de gemeente wel aantrekkelijk voor jongeren. Het is echt niet een oude gemeente die jongeren wegjaagt.’
Wel is het soms lastig dat er maar weinig leeftijdsgenoten in de gemeente zijn, vindt Van der Kamp. ‘De jeugdvereniging loopt bijvoorbeeld moeilijker als je maar met zo weinig bent. Wanneer er één iemand afwezig is, ben je meteen met een heel klein groepje.’
Ondanks Van der Kamps positieve reactie maakt Van Dijk zich wel eens zorgen over de jongsten in de gemeente. ‘Sommigen gaan op vrij jonge leeftijd al niet meer naar de kerk. Hoe kan dat? En hoe ga je daarmee om? Hoe kun je ze vasthouden?’ Wat de gemeente nu dus probeert, is de diensten vernieuwen, in de hoop dat ze inspirerender worden. Aan de andere kant wil Van Dijk ook geen diensten zonder psalmen, om maar iets te noemen. Zo blijft het schipperen tussen twee stromen. Want ondanks de vooruitstrevende geest hebben de gemeenteleden in Dalfsen ook iets van de mentaliteit van de streek. ‘Ze zijn nuchter-kritisch’, zegt Van Dijk. ‘Met sommige dingen gaan ze niet snel in zee, zoals bidden voor genezing. Daar speelt dan toch die kritische houding en de leeftijd mee.’ Maar al liggen de meningen soms wat uit elkaar, of wil de ene groep versnellen en de andere groep een tandje terug, uiteindelijk vinden de leden elkaar rondom de prediking, zegt Van Dijk. ‘Dominee Smouter was hier laatst tijdens een gemeenteavond. Hij sprak over de combinatie van een degelijke gereformeerde prediking en een evangelische spiritualiteit. Toen hing er een ja-en-amen-sfeer. Dat is de weg waar we op zitten.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief