Op zoektocht met Mance ter Andere
2006-04-28
Mance ter Andere heeft mij uitgenodigd een eind met hem op te lopen. Hij wil dat ik – en met mij elke andere lezer – zijn essay leest als een persoonlijke zoektocht. Dat oplopen zou wel eens lastig kunnen worden omdat je al gauw merkt dat Mance in de inleiding over die persoonlijke zoektocht geen woord teveel heeft gezegd. Daarin zegt hij namelijk dat de start en de route van deze zoektocht in hoge mate bepaald zijn door zijn opvoeding, zijn kerkelijk verleden en zijn specifieke persoonsontwikkeling. Ook al kun je er nog zoveel in herkennen, je merkt voortdurend dat iemand anders de route voor je uitstippelt. Onderweg streden herkenning, ergernis, bewondering, enthousiasme en vragen voortdurend bij mij om de voorrang.- Jaargang 50
- nummer 9
Geen gewone recensie
Ik heb besloten een andere recensie te schrijven dan de gebruikelijke waarin je gewoonlijk de inhoud van een boek weergeeft. Dat zou misschien de spanning van het oplopen met Mance voor de potiëntele lezer kunnen wegnemen. Toch kan ik wel vertellen dat het essay cirkelt rondom thema’s als het gezag van de bijbel en de traditie, de belijdenisgeschriften, het kwaad in de wereld, het beeld van God dat we hebben en gemeente-
zijn. Deze thema’s benadert Mance vanuit een gesprek met een oude vriend (gepresenteerd als ‘zijn beste, vrijgemaakt-gereformeerde vriend Gerrit’) die het geloof van vroeger vertegenwoordigt. In het gesprek tussen die twee vrienden vraagt deze Gerrit uiteindelijk aan Mance: ‘maar wat geloof je dan eigenlijk nog?’ Dat is blijkbaar het geboortemoment van dit essay geworden of in ieder geval treffend genoeg gebleken om als titel gebruikt te worden.
Veranderd geloof
Aan het eind van de zoektocht is wel duidelijk dat Mance het geloof bewaard heeft, maar dat geloof is niet hetzelfde als waarmee hij is opgevoed. De zekerheden van de kerk van zijn jeugd heeft hij langzamerhand steeds meer losgelaten.
Maar er is iets met de beschrijving van die zekerheden van vroeger. Mance kan in een paar zinnen dat geloof van vroeger neerzetten: ‘Alles wat in de bijbel staat is waar. BIJBEL schrijf je trouwens met hoofdletters, want die bundel met boeken van diverse genres is van kaft tot kaft letterlijk het geïnspireerde Woord van God. Hij heeft het heelal geschapen in exact zes dagen en Adam was de eerste mens. Diens vrouw Eva werd echt uit een van zijn eigen ribben geformeerd.
De vrouw is dan ook voor eeuwig ondersgeschikt aan de man. Lees Paulus daar maar eens over’. Zo kernachtig kan natuurlijk alleen een begaafde schrijver het neerzetten, maar tegelijkertijd kan er ook iets gaan kriebelen. Veranderingen gaan altijd gepaard met pijn, zeker als het gaat om fundamentele veranderingen in je geloof. Maar in hoeverre vertekent deze pijn de weergave van de oude zekerheden? Ik heb het gevoel dat ik aan het oplopen ben met iemand die gewond is geraakt door het verleden. Als ik dat schrijf realiseer ik me meteen dat ik geboren ben ná 1967.
Dat gevoel wordt versterkt als het gaat om de plaats van de geloofsbelijdenissen waarin de zekerheden zijn vastgelegd. De Geest is volgens Mance een voornaam geloofsstuk geworden. Gedogmatiseerd; waardoor de fijnzinnige, intieme omgang met God in de weg gestaan wordt. Als Mance het hierover heeft, komt zijn opmerking uit de inleiding me in gedachten dat zijn essay gekleurd is door zijn kerkelijk verleden. In hoeverre beïnvloedt dat verleden de beleving van de belijdenis? Kan hij ze nog lezen vanuit de intentie van de schrijvers en hun geloofsbeleving of is dat domweg geblokkeerd door een kerkelijk ge-(mis)bruik van ervan?
Een eigen infrastructuur
Overigens is het genieten als Mance ter Andere zoekt naar zijn eigen geloofsbeleving en zijn eigen credo. Hij zegt op een gegeven moment dat zijn vraag ‘wat geloof ik?’ veranderd is in ‘wat is God met me aan het doen?’ Tijdens die zoektocht is hij consequent gaan denken vanuit het ‘in Christus’, dat de schepping in Christus geschapen is. Dat in Hem de oorsprong, de samenhang en de bestemming van de wereld ligt. In de gedeelten over het kwaad in de schepping komt hij vanuit dit vertrekpunt tot boeiende betogen. Om er toch iets (te kort gezien het meeslepende betoog) van weer te geven: Ter Andere komt daarin tot de gedachte dat het kwaad geen eigen infrastructuur heeft en dus altijd ongelijksoortig is aan het goede. Je vraagt je bij zulke uitspraken wel stiekem af hoe iemand in diep lijden daardoor getroost kan worden? Zal ook dat niet ervaren kunnen worden als een formule waarin de barre werkelijkheid onherkenbaar is geworden? Nog één punt mag in deze bespreking niet ontbreken. De ondertitel van het essay van Mance is: Het dogma en de traditie voorbij. Mance probeert dat ook daadwerkelijk in praktijk te brengen: de Bijbel te lezen zonder de ballast van de traditie. Hij leest een tekst uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen zonder zich te verdiepen in de persoon en de beweegredenen van de schrijver en zonder er theologische commentaren op na te slaan (hij noemt dat ‘close reading’). Hij stelt dat er principieel niets mis mee is met zulke middelen, maar dat hij onbevangen bij de tekst wil komen. Dat roept de vraag op: wat is onbevangen? Is dat wel mogelijk?
Sta je niet per definitie in een bepaalde traditie? Wat maakt dat je het op zo’n manier wilt benaderen?
Verrijkend en verreikend
Het moet gezegd worden dat het essay van Mance ter Andere in veel opzichten verrassend is. Je komt door hem op nieuwe ideeën en gaat de dingen vanuit andere perspectieven bekijken.
Het enthousiasme voor het geloof in Jezus Christus dat de tijden doorstaat is hartverwarmend. Ik kan het boek aan iedereen aanbevelen. Het zal je niet onberoerd laten. Maar voor mij blijft er iets knagen. Er is iets met die boog waarmee Mance – ondanks al zijn woorden daarover - om de traditie heenloopt. Er is iets met die afstand waarmee hij naar het verleden, dat zijn eigen verleden is, kijkt. Is dit werkelijk verwerken van het kerkelijk verleden en de traditie of wordt hier vooral de verwonding zichtbaar van een verleden dat zijn sporen in een mensenleven getrokken heeft? Hier gaat voor mij de zoektocht verder (dank zij Mance): wat is er toch met ons kerkelijk verleden aan de hand? Hebben we dat wel op een goede manier verwerkt om richting de toekomst te kunnen gaan? Ik begin langzaam te vermoeden dat het oplopen met Mance niet alleen een verrijkende, maar ook een verreikende ervaring is geworden.
Mance ter Andere, Maar wat geloof je dan eigenlijk nog? Het dogma en de traditie voorbij. Een essay, 210 blz., ISBN 90-5798-192-0.