Praktijk en praktische theologie

2006-04-28
  • Jaargang 50
  • nummer 9
Plaatsing van ingezonden stukken betekent geen instemming van de redactie. Anonieme brieven worden niet opgenomen en ingezonden stukken mogen in het algemeen niet langer zijn dan 250 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten.

In Opbouw d.d. 3 februari 2006 wordt geschreven over het besluit van het Nederlands Gereformeerd Seminarie om door te gaan met het bieden van een opleiding voor a.s. predikanten in de Nederlands Gereformeerde kerken.
Volgens br. Hans Janse is het nog steeds ‘zeer noodzakelijk’ dat deze opleiding blijft bestaan.

Eerlijk
Natuurlijk heeft het NGS juridisch het volste recht een eigen predikantsopleiding aan te bieden. Wel moet daarbij worden opgemerkt, dat de kerken in grote meerderheid een en andermaal een duidelijke voorkeur hebben uitgesproken voor een andere weg, nl. de weg via de Theologische Universiteit te Apeldoorn (TUA) en de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding (NGP). Voor de TUA geldt een advies, de NGP is verplicht voor iedereen die predikant wil worden in de Nederlands Gereformeerde kerken. Het NGS volgt dus een koers die nadrukkelijk afwijkt van de door de kerken gewenste (LV 2004) situatie. Het is wel zo eerlijk om dit ronduit uit te spreken. Toch zijn dit nog allemaal formele overwegingen. Voor zover ik kan nagaan worden in het artikel twee gronden genoemd. De eerste is de aandacht voor de praktijk, waarom de opleiding van het NGS bekend zou staan. De tweede is het bieden van mogelijkheden voor zgn. ‘late roepingen’. Op dat laatste heeft br. Wattèl reeds gereageerd. Ik beperk me daarom tot het eerstgenoemde en koppel daaraan enkele persoonlijke gedachten.

Geen meerwaarde
Br. Janse roert de praktische vorming van de predikanten aan. Met br. Janse acht ik dit een aangelegen punt.
Praktische vorming en voorbereiding op de praktijk van het predikantschap is van groot belang. Maar is het ook waar, dat het NGS op dit vlak meer te bieden heeft?
Wanneer ik de studiegids van het NGS van 2004 erbij neem en deze vergelijk met het programma aan de TUA en de NGP, valt mij op dat er nauwelijks verschil is in de vakken die gedoceerd worden. Voor zover er verschil is dan valt dat niet uit in het voordeel van het NGS. Het pakket aan de TUA en de NGP bieden naast de traditionele vakken ook nog aandacht voor het persoonlijk functioneren en een stage. Ook vind ik aan de TUA dezelfde oriëntatie op het ambt als bij het NGS. Dit betekent, dat we praktisch-theologisch gezien, ons aan beide instituten in dezelfde sfeer bevinden. Ook hebben aan beide instituten de docenten grotendeels ervaring als predikant.
Dat laatste geldt ook voor de docenten aan de NGP. Ook hieraan kan het NGS m.i. derhalve geen meerwaarde ontlenen. Het belangrijkste is daarmee echter nog niet genoemd, nl. het geloof van de dominee. Dienaren van het Woord moeten net als Stefanus ‘diepgelovig’ zijn en ‘vervuld met de Heilige Geest’ (Hd. 6,5). Maar ook daarover bestaat tussen de genoemde opleidingsinstituten geen verschil van mening. Ik geef toe, dat het aangenaam en wervend klinkt, dat de opleiding van het NGS bekend zou staan om de aandacht die wordt gegeven aan de praktische vorming van de predikant, maar in haar programma en onderwijs maakt de NGS een meerwaarde op dit punt m.i. niet waar.

Competenties
Natuurlijk is er onverminderd behoefte aan predikanten die hun vak verstaan. Dit houdt o.m. in dat ze goed zijn voorbereid op wat ze moeten doen. Predikanten moeten als ieder ander vakman beschikken over voldoende kennis, ze moeten vaardig zijn en over een goede attitude beschikken. Ze moeten, over de juiste competenties beschikken. Daarover verschillen we niet van mening. Het is dan ook goed dat predikantsopleidingen o.a. aandacht geven aan de zgn. beroepsvaardigheden.

Boodschap aan de wereld
Maar er is m.i. meer te zeggen. Laat ik het bij mezelf houden. Ik werk als geestelijk verzorger in een wereld die in afnemende mate vertrouwd is met kerk en geloof. Dit levert een zekere spanning op. Buiten de kerk heeft men geen idee waarmee de kerk zich bezighoudt en wat men er van merkt wordt voor een groot deel als irrelevant ervaren. Binnen de kerk zet men zich veelvuldig af tegen de wereld en de cultuur, waarvan men zelf mededrager is. Het gevolg is, dat in onze samenleving de kerk door zeer velen als een niet ter zake doend instituut wordt ervaren. Zolang je er geen last van hebt en er bij sommigen nog vraag naar is mag de kerk best blijven bestaan in de marge van de samenleving.
Maar ze doet er niet echt meer toe. Binnen de kerk leidt dit tot een nog sterkere gerichtheid op zelfbevestiging en cultivering van het eigene en vertrouwde. En daarin stelt de kerk zich vaak op tegenover de samenleving en de cultuur waarvan ze deel uitmaakt. Daarmee plaatst ze zichzelf veelal buiten het alledaagse leven. In mijn leven en werk – en misschien geldt dit ook voor veel anderen – leidt dit tot een toenemende spanning. De kerk meent wel een boodschap voor de wereld te hebben, maar heeft ze ook werkelijk boodschap aan de wereld, de samenleving, de cultuur en daarmee aan mij?

Praktische theologie: kerk en cultuur
Deze vraag is niet nieuw, maar m.i. wel actueel. Als lid van de kerk AD 2006 leef, woon en werk ik in een globale samenleving. Een steeds geringer deel van mijn leven wordt bepaald door die kerk en het kerkelijk leven. Ik sta als gelovige midden in deze wereld, ben drager van onze westerse cultuur. Ik ben als gelovige geseculariseerd.
Zo kom ik in de kerk. Dat is mijn werkelijkheid en misschien wel niet die van mij alleen.
Deze positie verdient ook theologische doordenking. Vooral de laatste decennia heeft m.n. de zgn. praktische theologie zich hiermee beziggehouden. De resultaten hiervan zijn m.i. echter grotendeels aan ons kerkelijk leven voorbijgegaan. Op dit punt zouden we een inhaalslag moeten maken, want het behoort tot het vakmanschap of zo u wilt de professionaliteit van onze predikanten, dat ze vanuit een degelijke theologische doordenking de leden van hun gemeente in deze vaak spanningsvolle positie terzijde kunnen staan. En dat vraagt meer dan het aanleren van een aantal technieken, hoe zinvol dat ook is.
Daarom is het een belangrijk begin, dat binnen het programma van de NGP aandacht wordt gevraagd voor de praktische theologie, meer en anders dan spreekt uit de meer ambtelijke binnenkerkelijke benadering van het NGS en de TUA. Ik hoop, dat dit begin de opmaat zal zijn van verdere gedachteontwikkeling over deze m.i. belangrijke vragen.

Ds. C. Smit, legerpredikant

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief