Tot de dood ons scheidt

2004-12-12
  • Jaargang 48
  • nummer 24
Vijf van de tien huwelijken strandt tegenwoordig, zegt men. Als je het langer dan vijfentwintig jaar met elkaar uithoudt, petje af. Laat staan als het dertig, veertig of vijftig jaar wordt. Gelukkig zijn er nog veel echtparen die dat meemaken. Die al dan niet gelukkig, bij elkaar zijn gebleven.
Omdat ze van elkaar hielden door dik en dun, of omdat ze het God en elkaar hadden beloofd, of omdat ze een scheiding om wat voor reden niet aankonden/durfden.
Neem nou Lies en Wietze. Vijftig jaar getrouwd. Leek nooit zo'n 'happy marriage'. De laatste jaren hebben ze beiden zelfs een eigen slaapkamer.
'Ach weet je,' vertrouwde Lies mij eens toe, 'als je zo oud bent als wij dan ben je elkaar alleen maar tot last in zo'n tweepersoonsbed. Bovendien snurken we allebei nogal en moeten we er 's nachts uit om te plassen. Dan kom je samen niet meer in slaap, dus voor ons is dit de beste oplossing.' Toen ze dat zei, dacht ik bij mezelf: nooit overwogen om twee matrassen en twee dekbedden in het grote bed te nemen, of twee éénpersoonsbedden?
Mogelijkheden genoeg. Alleen is het snurk- en plasprobleem er niet mee opgelost. Behalve dat het me koud en ongezellig leek, kon ik het me niet indenken ook. Nu moet je nooit te snel oordelen. Bleek later.

Kort na de vijftigjarige trouwdag werd Lies ziek. Zo ziek, dat al snel duidelijk werd dat ze niet lang meer te leven had.
Op een middag ben ik bij ze op bezoek.
Wietze loopt zorgend af en aan. Lies moet met alles geholpen worden. De zuster van de Thuiszorg komt twee keer per dag, maar de rest doet hij. Brengt haar naar het toilet, kookt de warme hap en helpt haar ook nog met het eten. De kinderen mogen de boodschappen doen en allerlei andere karweitjes, van hun moeder blijven ze af, dat is zijn taak.
Soms in het voorbijgaan aait hij over haar wang, 'lieverd.' En dan glimlacht zij naar hem.

Vaak denk ik nog aan dat bezoek terug. Herinner ik me mijn gevoel van verbazing en eerbied. Het was toch nooit zo'n happy...enz.? Had ik me dat dan alleen maar verbeeld? Daar zo mijn idee over gehad? Ik herinnerde me toch situaties... gesprekken...
Soms lijkt de liefde tussen twee mensen opgebruikt. Toch is het bij elkaar zijn, elkaars stem nog kunnen horen, méér dan alleen moeten achterblijven, méér dan gestorven zijn.
Wietze liet mij één van hun trouwfoto's zien en ik herkende ze er amper van.
Een mooi jong stel kijkt elkaar liefdevol aan. Die blik is al een halve eeuw geleden gevangen in één fotografisch moment en geeft aan: zo was het.
Ruim vijftig jaar later kon ik achter die foto kijken. Twee afgetakelde oude mensen daar voor mij. Op die foto nog niet wetend tot welk einde ze bij elkaar zouden zijn. Ze hebben elkaar bemind. Kinderen gekregen en opgevoed. Hebben hun goede jaren gehad, hebben ook langs elkaar heengeleefd, elkaar vaak niet begrepen, zijn beiden eenzaam geweest in hetzelfde huis.
In hoeveel huwelijken komt zoiets niet voor?
Wietze en Lies zijn bijna aan het einde gekomen. En willen elkaar nog niet missen. Ze leren hoe ze op hun oude dag elkaar weer (of nog) in liefde moeten dienen. Daarmee groeien ze naar elkaar toe en boven zichzelf uit. Ze krijgen iets zo onvoorstelbaar gróóts dat ze de ellende van de dag soms zelfs overstijgen. Dat hebben ze niet van zichzelf, en dat is ook niet iets waar je van tevoren op kunt rekenen.
Je krijgt dat op het 'moment suprême' en het is genade als je het opmerkt.
Liefde is zo sterk dat ze opnieuw kan gaan bloeien zelfs in het aangezicht van de dood.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief