Gezegend

2006-04-28
  • Jaargang 50
  • nummer 9
In mijn agenda op woensdag 12 april twee notities. Zwolle. 10.30 u. bij tante Willy. Daarna verpleeghuis, tante Cathrien.
De eerste afspraak moest ik afzeggen. Wel was ik op die dag in Zwolle. Om de andere tante waar ik naar toe zou gaan...
te begraven. Wonderbaarlijk opgeknapt van haar ziekte, zat ze weer hele dagen in de huiskamer op de PGafdeling van het verpleeghuis. Zo nu en dan telde ze nog haar vingers, maar niet meer zo erg als voorheen.
Breien lukte niet meer. Mijn sjaal vond ze een mooi tafellaken en de kopjes mocht ik wel opdrinken. Toch, na langdurig turen op een foto van haar oudere zuster, herinnerde ze zich de naam: dat is Fem! Thuis zeg ik: tante Cathrien wordt vast honderd, zo goed is ze weer. Vijf dagen later worden we gebeld. In een tijd van ja en nee is ze heel erg ziek geworden. Ja, ik moet komen. In de trein denk ik: misschien valt het mee. Ze is taai. Vorig jaar is ze er ook door gekomen. Ik kan het namelijk niet geloven. Ik wil het niet geloven. Ja maar, ze is 87, màg ze misschien? Nee, van mij nog niet. Ze is nog de schakel met de vorige generatie. Als ik bij haar ben zie ik nog iets van die hele grote familie, opa, ouders, ooms, tantes. De soldaten in mijn frontlinie.

Ik zit een lange middag aan haar bed en luister naar de hijgende ademhaling. Wat een verschil met een paar dagen geleden. Ze hebben haar wat morfine gegeven tegen de pijn. Dominee gebeld. Voicemail. Wijkouderling niet bekend.
Trouwens, heeft het zin om met een zwaar dement mens bijbel te lezen, te zingen te bidden? (ja, dat moet je altijd doen!) Gelukkig ligt ze alleen, en ben ik alleen bij haar. Dan durf ik het wel. Doof is ze niet en het gehoor blijft het langst intact, is mij gezegd. Dus begin ik bij het hijgend hert.
Mijn eerste schooldag. 'Wie kent er een psalm, steek je vinger eens op?' 'Ik juf. Van mijn tante geleerd.' 'Zeg jij die psalm dan maar eens op Ytje.' Na het hert komt de mus die een huis vindt bij uw altaren. Wat een zegen dat die oude berijming nog zo in mijn hoofd zit. Maar Taizé is ook mooi: mijn ziel verstilt in rust en vrede bij God, van Hem alleen mijn heil...
Wat is uw enige troost beide in het leven en het sterven? Ik praat tegen haar, zeg de eerste catechismuszondag zonder haperen aan haar oor. Niet zo gek dat we die vroeger het hoofd moesten leren. De zuster komt haar verleggen. Mijn tante is stervende. Dat kan binnenkort gebeuren, maar ook nog een paar dagen duren. Vanavond gemeentevergadering. Morgen kom ik terug. Of eerder. Ze zullen me bellen. Maar misschien ben ik dan te laat. Ik leg mijn handen om haar hoofd. De Here zegent u en Hij behoedt u. De Here doet zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De Here verheft zijn aangezicht over u en geeft u vrede. Amen. Als ze me de volgende dag bellen en ik in het verpleeghuis aankom, is ze net gestorven. Geborgen met Christus in God. Van Hem alleen haar heil.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief