Zo’n kerk is een gebouw en niet de levende gemeente

2006-04-28
  • Jaargang 50
  • nummer 9
ENSCHEDE - De Nederlands Gereformeerde Kerk van Enschede houdt zondag 30 april voor de laatste keer een dienst in de Vredeskerk. Na negentien jaar gebruikt te zijn wordt de kerk afgestoten. De in 2002 gefuseerde gemeente van NGK Noord en Zuid houdt voortaan beide diensten in de Lasonderkerk.

De Vredeskerk is in 1954 gebouwd. Het uit lichte stenen opgetrokken gebouw was de eerste nieuwe hervormde kerk na de Tweede Wereldoorlog. Ze ontleende haar naam aan de bevrijding, die nog vers in ieders geheugen lag. Boven de entree van de kerk staat in een gebrandschilderd raam de tekst uit Romeinen 10:15: ‘Hoo leeflijk seent de voot van deegen dee’n vrae brengt.’ Voor niet- Tukkers: ‘Hoe lieflijk zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen.’ In mei 1987 verhuisde de Nederlands Gereformeerde Kerk van Enschede-Zuid van een schoolaula naar de Vredeskerk. Eindelijk in een echte kerk met klokgelui, mooi licht en een pijporgel.
De huiselijkheid van de aula was er niet, maar wel een mooier decor voor doopdiensten, trouwerijen en begrafenissen.
Kinderen die zich tijdens de preek verveelden, konden hun ogen uitkijken op veertien gebrandschilderde ramen en het prominent aanwezige wandkleed met de verloren zoon in de armen van zijn vader. De ramen vertonen afbeeldingen van de vier evangeliën en andere bijbelgedeelten. Het is een gebouw waarin een warme, vriendelijke sfeer hangt.

Herinneringen
Bert Veenkant is jarenlang koster geweest en nog steeds organist. Na negentien jaar te hebben genoten van de Vredeskerk heeft hij herinneringen te over. ‘Ik kwam zaterdagnacht wel eens terug van een vriend in het westen. Dan ging ik om drie uur ’s nachts de kerk klaarmaken en een beetje orgel spelen.’ Door de gedachten aan de dominees die er preekten, alle bijzondere vieringen en het fijne gebouw is het niet makkelijk de kerk los te laten. ‘Ik heb er veel moeite mee gehad om naar de andere kerk te gaan. Ik hou van het vertrouwde. Als ik soms ’s morgens vroeg alleen in de kerk was, dan kon ik in gedachten de mensen, die er allang niet meer zijn, zien zitten. Die zaten daar en die daar, ieder op z’n vaste plek. Zoveel moeite als de overgang naar het andere gebouw me kostte, dat was eigenlijk niet goed. Toen heb ik mezelf aangepakt. ‘Bert, dit kan niet. Zo’n kerk is een gebouw en niet de levende gemeente. Waar maak je je eigenlijk druk om?’’ (Steven Mudde)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief