Religieus fanatisme
2004-12-24
Daags na een zelfmoordaanslag op het grondgebied van Israël stond een kleurenfoto van de Palestijnse dader in de krant. Het was een man van nog geen dertig, vader van twee knulletjes.- Jaargang 48
- nummer 25
Op de foto had hij er op elke arm een, dankbaar, om niet te zeggen trots naar hen kijkend. Volgens het bijschrift was de foto genomen de dag voor hij het bloedbad aanrichtte.
Het is niet te bevatten, dat een mens tot zo’n daad kan overgaan. Even verbijsterend is de gedachte, dat deze jonge, trotse vader zichzelf door de dood ontrukte aan zijn zoontjes. Wat bezielde hem? We zullen het wel nooit weten. Maar één ding is duidelijk: religie speelde een grote rol. Op een of andere manier vond deze man in zijn geloof de inspiratie om zijn leven te offeren, dat van anderen te verwoesten en dat van zijn gezin te ontwrichten.
Zo machtig is religie. Ze kan mensen kennelijk brengen tot gedrag, waarbij alles geofferd wordt. We spreken in zo’n geval van religieus fanatisme.
We wisten dat het op een verschrikkelijke manier huishoudt in de wereld. Sinds de moord op Theo van Gogh hebben we er in eigen land mee kennis gemaakt.
Rol van Jezus
Het is begrijpelijk dat regering en parlement plannen smeden om dit soort gevaarlijk fanatisme op te sporen en te bestrijden. Seculiere politici nemen daarbij ook de godsdienst als zodanig onder de loep. Daar hebben zij ook wel reden toe. Want juist het eigene van godsdienst, de gerichtheid op het heilige, bevat explosief materiaal.
Laat mij nog eens wijzen op Lucas 14:26, Jezus’ uitspraak: ‘Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.’ Jezus poneert hier zichzelf als dé Heilige. Twee weken geleden wees ik erop hoe je daardoor als christen verontrust kunt worden. Hoeveel te meer zal een seculier mens hierover de wenkbrauwen fronsen. Stel je eens voor, dat politici die zelf niets hebben met godsdienst, met deze tekst geconfronteerd worden Is de kans niet groot dat zij, alert op het gevaar van religieus fanatisme, hier onraad speuren?
Want Jezus pleit hier toch maar voor dezelfde nietsontziende radicaliteit, als die welke ons bij de Palestijnse zelfmoordterrorist verbijsterde.
Wat is dat voor engs, dat Hij van mensen durft vragen alles te offeren om Hem maar te kunnen volgen? Zaait zo gezien ook Jezus niet de kiemen voor religieus fanatisme?
Gekke dingen
Het is een feit dat de seculiere politiek al heel lang de godsdienst, inclusief de christelijke, om deze reden wantrouwt. Eigenlijk begint dat al in de zeventiende en achttiende eeuw.
De breuk tussen Rome en de Reformatie werkte toen uit in verwoestende oorlogen. Kritische denkers reageerden ontsteld. Kon religieus getwist tot zulk demonisch geweld leiden?
Ze kwamen tot de conclusie dat het hoog tijd werd dat Europa een andere koers ging varen. In plaats van de religie moest redelijkheid de toon aangeven. Gezien tegen die achtergrond is het niet verbazingwekkend dat Voltaire, een van de geestelijke vaders van de Franse Revolutie, zo’n hekel had aan Blaise Pascal, de schrijver van de Pensées (Gedachten).
Voltaire vindt het prima, zelfs nuttig om in God te geloven. Maar dat moet dan wel een god zijn die goede maatjes is met de rede, een god die geen gekke dingen doet, een god aan wie je je geen buil kunt vallen. Pascal predikt een andere God, de God van Abraham en Isaäk en Jakob, de God van vuur en heiligheid, van oordeel en genade. Hij hamert op de laatste ernst van de eeuwigheid en maakt de mensen zo onrustig. Daar kan volgens Voltaire niets goeds van komen. De religie van Pascal is hem te afgrondelijk, te - fanatiek.
Risico van overtuigingen
De ontwikkelingen van de laatste tijd lijken Voltaire gelijk te geven. De westerse samenleving zit niet te wachten op godsdienst die het vuur van fanatisme aanwakkert. Religie is in ons deel van de wereld slechts aanvaardbaar als ze tolerantie bevordert. Aan die toets wordt ook de christelijke godsdienst onderworpen. Daarom was de kandidatuur van beoogd Eurocommissaris Buttiglione omstreden. Zijn diep religieuze overtuiging dat homoseksualiteit zondig is, hield voor een op tolerantie mikkende samenleving een risico in. Zeker, hij verklaarde dat hij de wettelijke bepalingen tegen discriminatie eerbiedigde. Maar hoe diep zat dat respect? Zou zijn religieuze overtuiging uiteindelijk toch niet ondermijnend werken? De meerderheid van het Europese parlement wilde het risico niet nemen.
Een akelig dilemma
Over de juistheid of aanvechtbaarheid van de morele opvattingen van Buttiglione wil ik het nu niet hebben. Ik noem het voorval nu alleen, omdat het illustreert hoe gespannen de verhouding tussen samenleving en religie in het Westen aan het worden is. Het stelt ons voor de vraag, hoe wij ons als christenen hebben op te stellen.
Daarbij dreigt een akelig dilemma. Als we met Voltaire voor de tolerantie kiezen, lijkt het onontkoombaar om Jezus’ woorden in bijvoorbeeld Lukas 14:26 met een korreltje zout te nemen.
Maar als we met Pascal ons willen laten verontrusten door de heiligheid van God, zullen we het vroeg of laat aan de stok krijgen met een samenleving die voor godsdienstig fanatisme op haar hoede is. Of is er een manier om tussen de klippen door te zeilen?
Ik merk er drie dingen over op.
Jezus volgen in het lijden
Het eerste is, dat Jezus zijn uitspraak in Lucas 14 doet onderweg naar Jeruzalem (13:22). Als Hij dus mensen oproept om Hem desnoods ten koste van alles te volgen, roept Hij hen op Hem te volgen in het lijden. Daarom verkeren we met deze tekst in een andere wereld dan in die van het moslimextremisme. Het is één ding om afstand te doen van je kinderen, vanuit de roeping om de vijand met geweld te lijf te gaan. Het is iets anders om afstand te doen van je kinderen, vanuit de roeping om te lijden onder vijandschap in de gemeenschap met de Gekruisigde. Tegenover het aanrichten van kwaad staat ‘het kwade overwinnen door het goede’ (Romeinen 12:21). Tegenover de foto van de Palestijnse zelfmoordterrorist staan de foto’s van christenen die, gescheiden van hun gezin, in de gevangenis geweldloos hun kruis dragen. Is ook dat laatste fanatisme? Het veronderstelt in elk geval een radicaal vertrouwen op God. Tot dat vertrouwen spoort Christus ons aan.
Niet te naïef over het religieuze leven
Het tweede is, dat het wantrouwen tegen religie bijbelse papieren heeft.
In de ontstelde reactie van de Verlichtingsdenkers op de godsdienstoorlogen waardoor Europa geteisterd is, schuilt niet metéén vijandschap tegen het geloof. Reeds profeten en apostelen hebben doorzien, dat religie een monsterverbond kan sluiten met de zonde. De gestalte van Saulus illustreert dat: hij kon zo fanatiek zijn in zijn haat tegen de volgelingen van Jezus, juist doordat hij zo ontvankelijk was voor het heilige. Daarom is er reden om onderscheid te maken tussen de navolging van Christus en het aanhangen van de christelijke religie.
Die twee vallen niet samen. In de twintigste eeuw heeft bijna niemand dat zo scherp gezien als de theoloog Karl Barth. Misschien ging hij te ver toen hij uitdagend stelde: religie is ongeloof. Maar ik heb wel van hem geleerd om niet te naïef te zijn over ‘het religieuze leven’. Zondige mensen kunnen vreselijke dingen doen wanneer ‘het heilige’ bij hen inslaat.
De kruistochten en de Europese godsdienstoorlogen laten zien, dat de islamitische religie daar niet vatbaarder voor is dan de christelijke. Het lijkt mij gepast en gewenst, om vanuit dat besef de seculiere politici van vandaag bescheiden tegemoet te treden.
‘Laat u aanvuren door de Geest!’
Het derde is, dat elke tolerantie haar grenzen kent. Geen samenleving kan bestaan zonder een absolute waarde.
In onze samenleving lijkt dat de individuele vrijheid te zijn. Die moet tot elke prijs gewaarborgd worden. Die is heilig. Onze Heer Jezus weerspreekt dat. Volgens Hem is in strikte zin niets of niemand in deze wereld heilig.
Heilig is alleen God en het heilzame woord dat Hij tot ons spreekt. Als het daarop aankomt, wordt een volgeling van Jezus onverzettelijk. Zo weigeren de apostelen om gehoor te geven aan het gebod om te zwijgen over de naam van Jezus Christus. Zij zeggen eenvoudig: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.’ (Handelingen 5:29) Wanneer wij diezelfde onverzettelijke houding aannemen, lijkt de botsing met de westerse samenleving zoals die zich nu ontwikkelt mij op den duur onvermijdelijk. Want dan hebben we het over die gloeiende religieuze overtuiging die Voltaire en alle seculieren zo vrezen. Daarbij is het wel oppassen geblazen. Want met een beroep op ‘Zo zegt de Heer!’ zijn maar al te vaak standpunten verdedigd, die bij nader inzien heel menselijk en betrekkelijk waren. Laten we ons daarom inderdaad hoeden voor fanatisme; ook in onze religieuze overtuigingen zijn we feilbaar. Toch kan het ook zomaar gebeuren, dat de navolging van Christus écht in het geding is. Dan zal het erom gaan dat we ons als christenen niet schamen voor de Naam die ons heilig is. Is dat religieus fanatisme? Voor Paulus is het een kwestie van ‘leven door de Geest’.
Zie bijvoorbeeld Romeinen 12:11 (NBV): ‘Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.’ In een samenleving waar tolerantie het hoogste goed is zullen al te veel enthousiasme en vurigheid niet op prijs worden gesteld. Het resultaat zou wel eens kunnen zijn: vreemdelingschap.
Maar iets anders is ook eigenlijk niet te verwachten als je echt met hart en ziel achter Jezus aangaat.