Vreemde gasten

2004-12-24
  • Jaargang 48
  • nummer 25
Peter loopt door het trappenhuis naar beneden en roept me toe : 'Jou moest ik net even hebben Dromer, kan ik je even spreken?' Eigenlijk niet, denk ik, maar zijn ogen staan ernstig en ik besluit te luisteren.

Daar in het trappenhuis, op het drukste moment van mijn dag spreken wij elkaar.
Het gaat weer over stage en het lijkt wel of de duvel ermee speelt.
Misschien is het wel zo.

Peter schetst in eenvoudige zinnen een dilemma waar hij voor staat.
Op zijn stageplek, een woonvorm voor begeleid wonen van licht verstandelijk gehandicapte jongeren, woont Anton.
Anton zit al weken niet lekker in zijn vel en tijdens de overdracht van gistermiddag stelt de mentor van Anton voor om naar een medium te gaan.
Iemand die slechte geleide geesten kan wegsturen.

Peter zat erbij.
Hoorde het aan.
Collega’s die in alle ernst bespreken welke goede invloed deze vrouw zal hebben, en de geestelijke wereld rondom Anton schoon zal kunnen vegen.
Misschien maakt ze ruimte voor meer goede geesten om hem heen.
'Een mens heeft recht op goede geleide geesten' citeert Peter de samenvatting van zijn collega’s.
'Dromer, ik zat erbij en deed niks.
Stelt God mij op de proef? Moet ik op deze stageplek ook weer onderuit gaan, me kwetsbaar opstellen.
Dromer, ik moet nu toch, juist in deze situatie de naam van Jezus proclameren?
Mezelf opstellen tegen deze foute gedachten en beslissingen van deze collega’s?' En terwijl hij zijn ogen opslaat zegt hij: 'Misschien vraagt God wel van me dat ik nu toon dat ik Hem meer liefheb dan mijn carrière als stagiair.'

Ik kijk hem aan.
Hij is nu 6 weken op deze plek, en zijn fiasco op de vorige plek heeft hij net een beetje verwerkt.
Het loopt lekker op stage en de studievertraging is tot een minimum beperkt.

'Wat weerhoudt je om je mening te geven?' Hij kijkt me aan en zegt: 'Die vrouw die dit voorstelt is mijn begeleidster, ze is geen christen en vrij fel. Als ik nu comments heb, kan het me misschien wel weer mijn stage. Aan de andere kant, als God het van me vraagt, dan wil ik het doen.' Hij kijkt me aan.
Ik kijk terug.
'Je vraagt geloof ik mijn mening, of niet?' 'a Dromer, je weet dat ik je mening belangrijk vind. En ik weet het even niet meer.'

'God al gevraagd wat Hij ervan vindt?' 'Ik heb wel gebeden ja, maar nu weet ik het even niet, is zijn antwoord.
En Dromer, die geesten, hebben die ook invloed op mij? Nee he?'

Dan besluiten we er maar even voor te gaan zitten.
Mijn andere werkjes wachten wel even.
We overleggen, bidden en denken na.
Dan komen we samen tot de volgende conclusie.

Elke ochtend trekt hij letterlijk zijn geestelijke wapenuitrusting aan.
En inderdaad, dan hoef je niet bang te zijn.
'Maar je moet,' stel ik, 'niet mijn mening volgen, maar die van God.'

We spreken af dat hij zich voorneemt te bidden voor Anton en verder niet tegen de de collega’s in zal gaan.
Bidden werkt, en kan genoeg zijn.
Daarna vragen we God om zijn zegen, en als Hij het geen goed plan vind, en een actief ingrijpen vraagt van Peter, dan moet Hij het duidelijk aangeven.
In taal en manieren die Peter helder verstaat.

Peter gaat weg, opgelucht., Twee weken later is hij weer op school.
Hij glimlacht: 'Geen mens heeft het er meer over en Anton is zo vrolijk, als ik hem nog nooit zag!! Bidden werkt.'

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief