Theoloog Wouter Rozema over zijn haat-liefde verhouding met de gereformeerde kerk
2004-12-24
ZWOLLE - Wouter Rozema is theoloog en werkt als justitiepastor in twee penitentiaire inrichtingen: Koepelgevangenis De Berg in Arnhem en P.I. Almere-Binnen. Een gesprek aan zijn Zwolse keukentafel over geloof, genot en gewetenloosheid. Of over het belang van werkzaam zijn op de goede plek.- Jaargang 48
- nummer 25
'Als je me vraagt wat het mooiste is wat ik vroeger deed, dan is dat: zitten in een kroeg en praten over God. Ik doe niets liever dan praten over het geloof. Het liefst op een plek waar gevloekt wordt.
Bij wijze van spreken. Want daar is het spannend; daar jeukt het. Daar praat je met mensen die nog niet voor God hebben
gekozen. Daar kun je vrucht dragen.'
Ruimte
Wouter Rozema (1964) is van huis uit gereformeerd-vrijgemaakt.
Hij studeerde theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen (de universiteit die verbonden is aan de GKV). Na zijn afstuderen in 1995 werd hij lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Zwolle (locatie CCC). 'Ik ben een gereformeerde jongen die wat meer ruimte nodig heeft.' In Zwolle werd hij al heel snel jeugdpastoraal medewerker (JPMer). Hij hield zich onder andere intensief bezig met het jeugdwerk. Zo was Rozema een van de initiatoren van de alternatieve jongerendiensten JOIN - wat wel de voorloper van de Jeugdkerk wordt genoemd - waar in 1997 in Zwolle mee werd gestart. Inmiddels werkt Rozema sinds ruim een jaar bij de Dienst Geestelijke Verzorging van Justitiële Inrichtingen.
Daarnaast is hij sinds enkele jaren lid van CMA, de Christian Motorcyclists Association.
Rozema doet allerlei pastorale taken binnen deze vereniging maar wil niet pastor genoemd worden.
Maximaal onvruchtbaar
Wouter Rozema heeft een haat-liefde-verhouding met de gereformeerde kerk. Praat hij over zijn ervaringen met de kerk, dan rollen de stevige oneliners als kant-en-klare pakketjes uit zijn mond. Over de nogal eens lauwe houding van gelovigen, het onsamenhangende jeugdbeleid, de onvruchtbaarheid van de gemeente. Er klinkt flink wat cynisme in zijn stem door. Logisch', zegt hij zelf.
'Kijk maar in het blauwe boekje van onze kerken. De aanwas in onze kerken van leden die daarvoor niet geloofden, is ongeveer één op duizend. Dat betekent dat we maximaal onvruchtbaar zijn. Daar lijken niet veel mensen wakker van te liggen: de kerk is het enige organisme dat ik ken dat onverschillig staat ten aanzien van zijn eigen onvruchtbaarheid.'
Verbondenheid
Maar als Rozema vervolgens over zijn werk als justitiepastor praat en de verbondenheid die hij op afstand voelt met de thuisgemeente, dan klinkt er veel liefde en warmte voor diezelfde kerk in door. Want die verbondenheid met de kerkelijke achterban vindt hij heel belangrijk voor zijn werk achter de tralies.
Rozema: 'Het feit dat ik me verbonden voel met onze kerken maakt me heel vrijmoedig om aan klinkklare prediking van de orthodoxe leer te doen. Daar heb je lef voor nodig en dat kan je alleen doen als je weet dat je namens en in de lijn van een
kerkgemeenschap mag preken die achter je staat.'
Cynisch en warm
Over die uitersten van cynisch èn warm praten over de kerk, zegt hij na enig nadenken: 'Ik heb vrijheid nodig om erop uit te gaan, dan kom ik graag terug op mijn warme nest. Dan hoeft die kerk van mij ook niet meer zo te veranderen. Dan ben ik veel positiever. Dan zie ik in perspectief hoe we allemaal in Gods Koninkrijk lekker bezig zijn.' Hij haalt een vergelijking aan die hij eens ergens hoorde. Rozema houdt zijn linkerhand op. Hij spreidt zijn vingers en wijst met zijn rechterhand naar de linkerhandpalm: dat is de kerk of het centrum van de geloofsgemeenschap van christenen. De vijf vingers staan voor vijf verschillende rollen. Dan beweegt hij zijn duim: 'De apostel, dicht bij het centrum en in contact met alle andere leden.' Met zijn linkerduim raakt hij snel en makkelijk alle vingers van zijn linkerhand aan. Rozema vertelt iets over de wijsvinger die duidt op de profeet en belandt dan bij zijn middelvinger.
'Dat is de evangelist, de vooruitgeschoven post.
Van alle vingers staat deze het verst van het centrum af, maar hij is er wel mee verbonden.
Deze vinger kan niet makkelijk alle andere vingers aanraken en dat moet hij ook niet willen, hij kan andere dingen', aldus Rozema. 'Ik voelde me door dat voorbeeld aangesproken omdat ik mezelf op die plek herken. Daar functioneer ik goed.'
Gewetenloosheid
Dat blijkt als hij praat over het werk in de bajes. Het is zwaar werk waarbij hij regelmatig met de handen in het haar zit. 'Het geweten is om zeep geholpen. Bij de jongens met wie ik daar praat - gewone gemiddelde Hollandse jongens - is geen externe wet aangebracht en de interne wet werkt niet meer. Als ze zin hebben in geld of sex dan gaan ze dat regelen. Het is niet alleen onverschilligheid, het is de vanzelfsprekendheid: ik heb nú zin in iets en dus wil ik daar nú iets aan gaan doen. Ze zijn verslaafd aan genot. Er is totale gewetenloosheid en daardoor totaal geen besef van zonde of spijt.' Overigens ziet Rozema datin mindere mate, maar tochook bij de gewone, gereformeerde jongeren op catechisatie.
'Ik noemde een voorbeeld uit een programma van Jerry Springer dat ikzelf verbijsterend vond. Het ging over een zwangere vrouw die door haar vriend in de steek was gelaten omdat ze geen zin meer in sex had. Ik wilde ze shockeren met dat verhaal, maar ze reageerden heel mild en met begrip!
Toen was ik ècht verbijsterd.'
'Gezeik over zonde'
Rozema probeert in de gesprekken die hij met gevangenen heeft het nut van, zoals een jongere het noemde, 'dat gezeik over zonde' te laten zien. 'Ik probeer met ze in gesprek te komen en ze open te maken. Vervolgens hoop en bid ik dat ze zich openstellen voor de Heilige Geest zodat Hij zijn wet in hun harten kan schrijven.
Zodat ze tot zelfkritiek worden gebracht. Dat is moeilijk en soms lijkt het echt onmogelijk.
Dan zit ik met mijn handen in het haar. Dan bekruipt me het gevoel om ze een kop koffie te geven, even met ze te lachen en ze weer weg te sturen. Maar dat mag niet. Die jongens mógen niet opgegeven worden.
Gelukkig hoor ik regelmatig van de jongens dat ze met de uitleg die ik geef ook echt iets kunnen. En natuurlijk ben ik daar blij mee.'
Justitiepastores
De protestantse poot van de Dienst Geestelijke Verzorging van Justitiële Inrichtingen heeft via een uitzendbureau twintig flexwerkers als justitiepastores aan het werk.
Deze dienst valt onder de Dienst Justitiële Inrichtingen en bedient alle gevangenissen en penitentiaire inrichtingen in Nederland.
In zijn functie als justitiepastor is Rozema verantwoordelijk voor het voeren van individuele, vertrouwelijke gesprekken met gedetineerden, het leiden van gespreksgroepen, het voorgaan in kerkdiensten, het signaleren van knelpunten in de zorg voor gedetineerden en het opzetten van lokale netwerken van kerkelijke vrijwilligers.
Vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerken zijn ook Anneke Bijleveld, haar man Wytze Bijleveld en Jeannette Westerkamp uit Houten aan de Dienst Geestelijke Verzorging verbonden. Het drietal werd zondag 19 december 2004 in de NGK Houten ingezegend als 'ouderling met een bijzondere opdracht'. In Zwolle wordt gewerkt aan een soortgelijke constructie om Rozema's functie kerkelijk in te bedden. Hoe de toekomst van de justitiepastors eruit ziet, is onzeker in verband met aangekondigde bezuinigingen.