Psalmen zingen in de naam van Jezus
2003-06-20
Sommige zondagen vergeet je niet gauw. Zoals die van 27 oktober vorig jaar, toen een ruige storm over Nederland trok en de pannen van de daken blies. Met ook het treinverkeer, dat tot ver in de volgende dag ontregeld was. De week, die eraan voorafging mocht er trouwens ook wezen, want toen werd in Venlo René Steegmans vermoord. Zomaar, midden op de dag, eigenlijk om niks.- Jaargang 47
- nummer 13
Anderen stonden erbij en keken er naar. ‘Ik hoop maar dat er geen christen tussen stond’, heb ik op die stormachtige zondag gezegd bij de aankondiging van psalm 137. Een psalm, die we vervolgens zongen met het oog op die twee bruten‘gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rotsen verpletteren’.
Ik liet de psalm misschien wel vooral zingen als een christelijk alternatief voor de stille tochten, die na zulke brute moorden gebruikelijk zijn geworden. Met veel bloemen en tranen.
Maar hoe welgemeend, het is mij allemaal teveel een korte opwelling van het gemoed. En bovendien te goedkoop als het gepaard gaat met het advies in zulke gevallen van gewelddadigheid vooral voorzichtig te zijn en de politie te bellen. Van dat soort adviezen gaan mensen bij onrecht en geweld een andere kant uitkijken, denk ik dan.
Ik ben blij dat de christelijke gemeente bij zulke bittere gebeurtenissen een paar stevige liederen achter de hand heeft, waarmee we onszelf op scherp kunnen zingen. Zoals psalm 137. Het zijn de liederen, die je gevoelig kunnen maken voor de slachtoffers en een gezond verzet oproepen tegen schandalig onrecht. Dit nooit! Ik hoop en bid, dat ik vanuit zulke psalmenmocht de situatie zich voordoen - met een paar rake klappen het slachtoffer te hulp zal kunnen schieten. Al weet ik ook wel, dat het zoveel veiliger is de andere kant uit te kijken.
In de dienst van zondag 27 oktober heb ik vanuit psalm 137 opgeroepen tot krachtige hulp aan een mens, die geweld wordt aangedaan. Desnoods met een krachtige hand, ook al is dat niet vrij van risico’s. Met een steuntje in de rug van Openbaring 21: 8, waar de lafhartigen vooraan staan in een allegaartje, waar God niet veel mee op heeft.
Voorlaatste woorden
Vervolgens is het natuurlijk goed niet op de lip van zo’n lied te blijven zitten.
Bijvoorbeeld als het gaat over de laatste regels van psalm 137, die worden uitgezongen over de kinderen van de daders. Dat brengt je weliswaar bij de harde realiteit, dat het kwaad zo ongenadig geslachten lang kan voortwoekeren.
Maar dat neemt niet weg dat ik toch honderd keer liever de dader zelf tegen de rotsen zou pletten dan zijn kinderen.
En vervolgens moet ik nog een stapje terug doen, want de psalmist oefent niet eigenhandig wraak, maar ziet bij deze donkere zaligspreking de voltrekking van het vonnis in de hand van een ander liggen. In psalm 137 is dat de hand van mensen, maar nog vaker (en ten diepste) wordt de wraak aan God toevertrouwd (zie Psalm 3 en 58 en ook Romeinen 12: 19).
De psalmen van wraak en oordeel zijn dus doortrokken van het besef dat niet de mens, maar God het laatste woord heeft. Wraakpsalmen zijn zo voorlaatste woorden, die een mens aangereikt krijgt om bittere verontwaardiging en woede uit te zingen.
Bij alle roep om wraak blijft het laatste Woord aan God. Dat is al de sfeer van de psalmen, maar in Jezus merk je pas hoeveel ruimte dat geeft.
Gelaagd
Ruimte die verrast! Want het is toch apart om, met zo’n harde psalm als 137 in je oren, Paulus te horen zeggen: zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet (Romeinen 12: 14).
Als Paulus in de naam van Jezus met zijn gemeentelijke aansporingen komt, lijkt het wel alsof de wraakliederen voorgoed verleden tijd zijn. De apostel schrijft immers in dit fragment uit Romeinen 12 (en ook elders) over de vijand als over een naaste, op wie het liefdegebod van toepassing is!
Dat lijkt een andere wereld dan die van de wraakpsalmen, maar dat is het toch niet. Dat durf ik vooral te zeggen vanuit het opvallende gegeven, dat in het Nieuwe Testament het kwaad zoveel meer zichtbaar wordt in zijn gelaagdheid.
Want de liefde voor de vijandelijke mens mag dan opvallend sterk naar voren komen in het Nieuwe Testament, minstens zo indrukwekkend is de manifestatie van het ultieme kwaad rond Jezus. Want onze Heer wordt bij zijn gang door Galilea met alle mogelijke vormen van bezetenheid geconfronteerd. Hij weerstaat dat kwaad van de demonie met grote macht en zeer beslist. Als je Hem zo bezig ziet in zijn bevrijdend werk, dan is voor mij de stap niet groot naar regels als ‘Zou Ik niet haten, wie U haten .... Ik haat hen met een volkomen haat’ (Psalm 139).
Opvallend, die twee kanten. Jezus’ resolute afrekening met het demonische en aan de andere kant zijn radicale oproep tot liefde voor de vijandige mens. Zou er geen verband tussen die twee zitten? In die zin dat Jezus’ afrekening met de diepste laag van het kwaad (de boze en zijn rijk), die ruimte geeft voor liefde tot de vijanden, toch niet meer dan zetbaasjes van de duivel?
Paulus moet ook zoiets voor zich hebben gezien toen hij schreef: ‘Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees ..... maar tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Efeze 6: 1-12). Dat gaf ook Paulus de ruimte om zijn vijanden (bewakers en dergelijke) tegemoet te treden in de gezindheid van Christus. Om ze zo aan het rijk van de boze te ontfutselen en te winnen voor het Koninkrijk van de Heer.
Zoals je in Filippi ook werkelijk ziet gebeuren (Handelingen 16).
Wraakpsalmen na Christus?
Wat ik met het bovenstaande wil zeggen is, dat je na Jezus’ komst niet in een andere wereld terechtkomt. Een wereld waar het wraakwoord verstommen kan en de liefde het één en het al is. Naar zo’n wereld kijk ik wel uit, maar deze wereld ligt nog in het boze, zoals de apostel Johannes schrijft (1 Johannes 5: 19). Dat is na de dood en de opstanding van onze Heer niet echt anders geworden. Wel ervaar ik dankzij Jezus des te scherper dat de wraakpsalmen niet het laatste woord zijn. En ook dat de diepste vloek in die woorden niet gericht is op mensen, maar op de boze en zijn rijk. Met maar één doel, dat zoveel mogelijk mensen worden gewonnen voor het rijk van God.
Terroristen
Maar ongetraind kom je zulke psalmen niet goed door. Ik herinner me van een doopgesprek, dat de kersverse moeder over psalm 139 zei: ‘Dat laatste stuk hoeft van mij niet zo, die vijanden, daar kan ik eigenlijk niet veel mee.’ Zo’n eerste reactie verbaast me niks.
Want het contrast tussen het eerste (1-6) en laatste (19-24) deel van de psalm is heel erg groot. De opening is vol van Gods aanvaarding en dat lijkt niet te rijmen met de haat en verwerping in het slot. Zeker niet als je denkt aan wat Jezus over vijanden heeft gezegd. Maar een teken aan de wand is wel, dat het liefelijke begin van de psalm als een bede terugkeert in die gewraakte slotpassage.
Neem je de tijd voor het hele lied en laat je ook het tweede deel van de psalm op je inwerken (met iets van een vluchtbeweging, 7-12), gevolgd door het derde (met haast een ‘echo’ van Gods scheppende hand, 13-18), dan wordt dat eerste deel steeds verwonderlijker.
En dan valt op een goed moment ook dat vierde deel op zijn plaats. Want het evangelie van Gods aanvaarding gaat niet zonder een menselijke keus tegenover de terroristen in de wijngaard van de Heer.
Als het erop aan komt, dan is het parool in het evangelie immers: wie niet voor Mij is, is tegen Mij.
Insiders
Toch maakt het lange verhaal rond psalm 137 en het iets minder lange bij psalm 139 wel duidelijk, dat je deze liederen moet leren kennen en waarderen. Dat geldt, zo is mijn ervaring, voor een groot deel van de psalmen.
Daarom vind ik de psalmen liederen voor intern gebruik in de gemeente. Voor insiders dus. Liederen die zich alleen gaandeweg geven, geschikt voor de duurzame groei in geloof.
Dat geldt niet voor alle psalmen.
Psalm 23 (De Heer is mijn Herder) en ook psalm 121 (Ik sla mijn ogen op naar de bergen) zijn laagdrempelig.
Dat is ook waar. En soms heb je in een psalm ineens een enkele regel, die heel direct aanspreekt (zoals psalm 68: 20). Maar er zijn vele andere, die net zo weerbarstig zijn als de werkelijkheid waarin we leven. In zulke liederen moet je langer wonen, voordat je hun boodschap begrijpt. Maar gebeurt dat, dan verrijkt het je geloof in de breedte en de diepte. En dan gaat - om iets anders te noemen - ook opvallen hoeveel van deze liederen meeklinken in het Nieuwe Testament.
Liederen voor insiders dus, met alle geloofsgroei die daarin ligt opgeslagen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kloosterlingen de psalmen zo in het centrum van hun geloofsbeleving hadden staan. Maar ook nu hoor ik wel van mensen, die voor zichzelf met grote regelmaat de psalmen lezen en zo de inhoud langzaam in zich opnemen.
Psalmen voor Nu
Hoe kwam ik nu zo opeens op psalm 137, vraagt u zich misschien af. Dat kwam door ND-redacteur Rien van den Berg, die het plan opvatte met een werkgroep alle psalmen in nieuwe teksten en melodieën te gieten.
De eerste acht psalmen klonken vorige maand in de Bergkerk in Amersfoort.
En één van die acht was psalm 137. Wie zo durft in te zetten, verdient de aandacht. Dat komt dan over twee weken.