Benedictus in managementland

2003-06-20
  • Jaargang 47
  • nummer 13
Leiderschap is een spirituele weg en niet een methode, zegt monnik Anselm Grün. De heilige Benedictus als managementliteratuur.
‘Bezielend leidinggeven’ is de titel van het nieuwste boek van de Duitse monnik Anselm Grün. Met zo’n titel wordt een boek geen bestseller, maar dat zal de auteur niet erg interesseren, want die is zelf al een bestseller.

Grün is bedrijfseconoom, theoloog, psycholoog en auteur van een slordige vijftig boeken. Hij is zakelijk leider van het Benedictijner klooster in Münster-Schwarzach en verkeert daarnaast regelmatig als ‘geistlicher Berater’ in de directiekamers van grote ondernemingen.
Bezielend leidinggeven is in het oeuvre van Grün wel een vreemde eend in de bijt; het is het eerste boekje over de zakelijke uitwerking van christelijke spiritualiteit. Het slaat dus een brug tussen twee aspecten van het leven, die zowel katholieken als protestanten – elk op hun eigen wijze – vaak zo kundig uit elkaar hebben gehouden: de innerlijke gelovigheid en de zakelijke of arbeidsmoraal.
Een aardig toeval is, dat Grüns boekje verschijnt in de weken dat ‘Hoe word ik een rat’ van ene Joep Schrijvers met veel tamtam de bestsellerlijstjes voor managementboeken aanvoert. Grüns boek verscheen daarentegen in stilte en dat is eigenlijk jammer, want het is de regelrechte tegenhanger van die veelverkochte handleiding in rattigheid.
Klare taal, dat is het enige wat Grün en Schrijvers met elkaar gemeen hebben.
En verder helemaal niets. Wat voor Schrijvers het vanzelfsprekende uitgangspunt is, een bedrijfscultuur die draait om ‘konkelen, streken uithalen en samenzweren’, is voor Grün het meest verwerpelijke: een energieverslindende atmosfeer, opgeroepen en in stand gehouden door onvolwassen, egocentrische managers. Wat een herkenning. Management moet allereerst gebaseerd zijn op leiderschap en leiderschap is volgens Grün: ‘het leven dienen en in mensen het leven wekken’.
De aandeelhouders moeten bij Grün even wachten, hoewel ze uiteindelijk wel aan hun trekken komen.
Grün citeert in zijn boekje uitvoerig uit Regel van de heilige Benedictus van Nursia (480-550), die aanwijzingen bevat voor het leiderschap in de kloostergemeenschap. Op basis hiervan komt hij tot een rijtje met persoonlijke kwaliteiten voor de hedendaagse manager. Een rijtje dat er niet om liegt: leiderschap vereist innerlijke rust, zelfkennis en de bereidheid aan jezelf te werken. Goede managers zijn stimulerend, mensgericht, bescheiden, rechtvaardig, consistent en doortastend.
En dit is nog lang niet alles.
Deze spirituele weg, die dus veel verder gaat dan wat meditatie op z’n tijd, is volgens Grün een van de belangrijkste opdrachten van deze tijd. De weg van verinnerlijking bevrijdt managers van de illusie dat ze onfeilbaar zijn. ‘Wie die weg gaat, wordt radicaal geconfronteerd met zijn eigen emoties en onderdrukte verlangens en kan zijn eigen waarheid niet meer uit de weg gaan.’ Moet je daarvoor eerst in God geloven?
Nee, dat komt vanzelf wel, lijkt pater Grün te zeggen. ‘Het feit dat je niet meer vastzit aan je eigen ego, drijft je steeds meer in de richting van God als het fundament van je bestaan.’ Tegenover de overtuiging dat leiderschap maakbaar is, gewoon een kwestie van een paar pittige trainingen, plaatst Grün de waarden van de eeuwenoude kloostertraditie, met haar nadruk op verinnerlijking, geestelijk welzijn en materiële onthechtheid.
Dat levert voor beginners op dat spoor - en dat is zo ongeveer iedereen die niet tot de geestelijkheid behoort - een paar mooie inzichten en diepe gedachten op. Daar kan de wereld alleen maar beter van worden.

Anselm Grün; Bezielend leidinggeven, Ten Have/Lannoo, 2003;€ 13,50

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief